is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 44, 1945, no 7, 10-11-1945

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Brief aan een moeder

Moeder,

Alleen de leugen vreesde En je had niet veel „goede kennissen” (jij had enkele bijzonder toegewijde vrienden). Ook ik wilde je vaak niet horen. Het leven scheen mij lichter en gemakkelijker toe zonder de harde, doordringende klanken der waarheid. Diplomaat moest men zijn in dit leven en een compromis moest men vinden om zijn weg te kunnen vinden. Maar jij, moeder, zei, dat deze weg er een was, die nog dieper het oerwoud in voerde en nog meer uit je zelf. Ik lachte, terwijl een stem in mij fluisterde: het is zo. Zo en niet anders.

Maar mijn brutale lach verjaagde het zachte fluisteren.

Het ergste is niet, dat de mens zijn medemens bedriegt. Hij bedriegt zich: zelve, zei jij. En daarom zullen de demo: nen de meerderen blijken te zijn. En daarom zal de catastrofe komen, jongen. Zij zal komen uit het land, waar het leven in èl zijn uitingen gegroeid is uit en verworden is tot leugen. Hoe zullen de anderen tegenstand kunnen bieden zij die niet sterk kunnen zijn, daar de leugen ook hén heeft beknaagd. De ver: delgers uit het Derde Rijk zullen de ver: delgers van Duitsland zijn maar zal ook de leugen worden verslagen? Zal deze lokkende, deze schitterende, ver: giftigde bloem uit het moeras, niet welU ger bloeien dan ooit?

Sommige waarheiden kunnen de leugen dienen, constateerde jij, toen jij het was kort na de bezetting van Nederland las en hoorde, wat demagogen de massa vertelden; hoe zij het vooroorlog: se Holland hekelden, om aan te tonen, hoe goed het nu was geworden.

De waarheid zeggen, óók juist wanneer het geen voordeel biedt. Bij jou was het een innerlijke dwang, een gebod, dat geen zacht fluisteren was, maar de stroom van jouw leven, die jou meevoerde op zijn golven. Een stroom, die zich zo vaak tegen de stroom van de tijd een weg moest banen.

Om mensen, die je verlieten, omdat jouw woorden als mokerslagen hun flm welen kleurige maskers kapot sloegen.

gaf je niets. Dat zij gingen, deerde je niet. Het was beter zo.

En ook ik, moeder, heb je menigmaal verlaten. Verraden. Mij heb ik verraden. Jij wist, hoe vernietigend het beest in den mens woedt en hoe het zou wor: den, hoe alles zou worden. Jij kon niet blij zijn.

Blij was jij met een gaaf boek. Blijd: schap vervulde jou bij een gang door het Rijksmuseum. Mozart verblijdde jou. Een week in Bentveld maakte je gelukkig. Jij was een Jodin en jij beminde wetgever en verkondiger, Mozes en Jeremias en Jezus Christus, waarheidzoekers en waarheiddragers. Jij beminde Jizchok Leib Perez en geen vriendschap heeft je zo vervuld als die met dezen chassidischen huma: nist en diepsten oostjoodsen dichter én Sigrid Undset. Het conventioneeUtradP tionele, waar je het ook tegenkwam, stiet je tegen de borst; het echt religieu: ze, waar je het ook vond, verwarmde je en verraste je telkens opnieuw. Je kende geen angst, ik zei het reeds. Ofschoon je wist, hoe duister het zou worden. Jij glimlachte, wanneer je voor de zoveelste keer hoorde: „’t Zal wel 10510 pen....”

Omdat een boek, een concert, een schilderij, een uur in het dennenbos, een uur onder de troostende sterren van de lentehemel jou tot een alles vergetend kind kon maken, klampte iii ie vast aan dit leven.

Jij wilde onderduiken. Ik sprak er met vrienden over. Het was nog in 1942 en de ondergrondse organisaties werk' ten cp dit terrein nog niet op volle toe' ren. En wij geloofden, dat „de oorlog niet meer lang zou duren”. Jij schudde je hoofd, je zei „kind”. Ach, we waren „beschermd”. We had: den „vrijstellingsstempels bis auf weiteres”: jij en vader en Ruth, de lieve, kleine zuster Ruth. En ik, als gemengd gehuwde.

Jij zei niet veel meer, moeder. Ik had niet veel tijd om naar je te luisteren. Zo ontzettend lang waren de dagen en de nachten. Zo ontzettend kort waren zij. „Alle Joden moeten zich gereed

maken! Geen Ariër mag op straat!”, gierden de door Amsterdam razende luidsprekerauto’s. Deze stralende JunU Zondag ’43 was je laatste dag bij ons thuis, moeder. Jij maakte alles „gereed”. Er waren geen tranen in je ogen. Het plezier der groene mensenjagers was al groot genoeg....

Jij en vader werden in de ochtend „afgehaald”.

„Ga naar bed”, zei je tegen mijn vrouw, die haar eerste kind verwachtte. Jij zou het niet meer zien. Twee maaw den later werd het geboren, moeder en het lijkt op jou, wanneer het lacht, wanneer het eet, wanneer het verdriet heeft.

Eén maand later verdween jij, ver' dween vader in de Polentrein, in de veewagen, die jullie wegvoerde uit terbork, uit het land.... uit het leven.

Jij had geen enkele illusie. Jij was er van overtuigd, dat hun „Arbeitseinsatz für Juden” deportatie was en dood. Ik weet nu, dat jij en vader enkele dagen na deze twintigste Juli 1943 in het „bad= huis” te Auschwitz. .. .

Ik weet, dat je laatste gedachten bij jouw kinderen waren, waarvan één je gevolgd is, enkele weken later. Jij wilde leven. Jij hebt niet beleefd, hoe demonisch der Hunnen ondergang was. Maar in Auschwitz, in die kamer, heb jij het gezien, hun einde gezien het kón niet anders zijn. Mijn kind roept „omal” maar niet jou bedoelt het, niet jou.. .. H. WIELEK. ★

Rectificatie

In mijn artikel „Kansen op herstel” staan enkele hinderlijke drukfouten. Huizinga spreekt over de christelijke voorstellingen van uitverkiezing en oordeel. De zetter maakte ervan: uitverkoring en aandeel. Ik zei verder over een egoïstisch cynisch leven zonder eenige verwachting en schreef: een leven m.et de grofste en gemeenste zonden prefereer ik boven zo’n leven. De zetter maakte er tot mijn gi’ote schrik van: boven rein leven! De woorden „rein leven” liggen mij niet, maar ik ben toch niet zo ver, dat ik een goddeloos leven boven een ’-'.-in leven prefereren zou. .T, j. b. jr. ★

Gefroffen jeugdorganisaties

Daartoe in de gelegenheid gesteld door Nederlands Volks Herstel, kunnen door de oorlogsomstandigheden getroffen jeugdorganisaties enige financiële tegemoetkoming ontvangen van het bestuur der Nederlandse Jeugd Gemeenschap voor de wederopbouw van het organisatie-apparaat. Organisaties,, die menen aanspraak te kunnen maken op enige uitkering, kunnen zich wenden tot het Algemeen Secretariaat van de N.J.G., Plantage Franselaan 14, Amsterdam-G.

haar doorvoeld en doordacht personalistisch program middengroep uit overtuiging. Door de grote winst van de communistèn is de socialistische partij vanzelf naar het centrum opgeschoven. De partij schijnt haar kiezers goed in de hand te hebben, hopelijk zal de oude leider Blum, wiens prestige enorm groot is, spoedig krachtige en zelfstandige opvolgers vinden, want de socialisten zijn de aangewezen regeringspartij in de coalitie der drie groten waarop men allerwegen hoopt. De communisten hebben, ofschoon grootste partij geworden, hun verwachtingen niet vervuld gezien; ze hadden trouwens bij hun propaganda veel nationalistisch water in hun rode wijn gedaan. En rechts? Ofschoon teruggedrongen, is het toch ook weer te typisch Frans om ongemerkt te verdwijnen. De conservatieven hebben genoeg verzet geboden om te blijven voortbestaan en wellicht later in kracht toe te nemen.

De Gaulle moet nu met een nieuwe ploeg

aan het werk. Het lijkt wel eens of alles in Frankrijk partijpolitiek is. Hopelijk is dat nu uit; het dagelijks leven met zijn sociale en economische spanningen eist alle activiteit op. De komende devaluatie bewijst dat productie en consumptie elkaar niet in evenwicht houden. Herstel van mijnbouw en scheepsindustrie, herbouw van de Atlantische havens zijn de allerurgentste economische problemen. Wat de buitenlandse staatkunde betreft, na het vertonen van een reeks geslaagde toeren op het gebied der evenwichtspolitiek gaat De Gaulle zich nu oriënteren op Engeland, alle gevoeligheden in de Levant en elders ten spijt. Dat is ook het beste wat hij in de gegeven omstandigheden doen kan en het zijn alleeen de communisten, die hem hierin niet steunen. Veiligheid blijft het parool voor Frankrijk, in de komende vierde zo goed als in de nu ondergaande derde republiek.

1 November 1945. a. E. COHEN.

Inhoud

PaK.

Bij het testament van een nazi; W. B 1

De Generale Synode, L. H. Ruitenberg 2

Boutade, Bep Otten 2

L7MVI.V,/, WUUCXi Kerstmis in Buchenwald, 1940 3 Over de doodstraf, Kr, Strijd 3

Een edele hartstocht, J, J. Buskes Jr. 4 Plundering, Aald van Gelre 4

De schrijvers en hun zuiverheid, M, H. van der Zeyde 5

Een herdruk, M. H. van der Zeyde 5 Van derde tot vierde republiek, A. E. Cohen 6

Brief aan een Moeder, ii. Wielek ... 7 Rectificatie 7