is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 44, 1945, no 9, 24-11-1945

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De brief van de

50

Vijftig predikanten hebben aan het Partijbestuur van de S.D.A.P. een brief gezonden, waarin zij meedelen, dat zij kiezen voor een sociaal-economische orde in socialistische zin, maar bezwaren hebben, om tot de S.D.A.P. toe te treden.

Welke zijn deze bezwaren?

a. De S.D.A.P. is door haar verleden te afgesloten voor geestelijke zaken. Zij is te veel verbonden aan culturele organen, die gedragen worden door een rationele geesteshouding, om werkelijk rekening te kunnen houden met het denkleven der godsdienstigen.

b. De S.D.A.P. oriënteert haar activiteit vooral op de arbeidersklasse en is dus te veel een arbeidersbeweging.

De vijftig predikanten willen een Nederlandse Partij van de Arbeid, die voortbouwt op de waardevolle traditie van de S.D.A.P., maar duidelijk een nieuw begin vormt in de strijd om het Nederlandse volk voor het democratisch socialisme te winnen. Aan de S.D.A.P. vragen zij ter wille van de nieuwe partij het offer van haar eigen bestaan te brengen. Zij stellen het Partijbestuur voor een commissie te benoemen, om met de N.V.8., de radicale Rooms-Katholieken en Protestanten een gesprek te voeren.

Wij maken enkele kanttekeningen.

1. De brief van de vijftig is een overtuigend bewijs van de verschuiving in het politieke leven van ons vaderland. Het is onmogelijk te schatten, hoevelen achter deze vijftig predikanten staan, maar wij zijn er van overtuigd, dat dit getal groter is dan velen vermoeden.

Over de verschuiving verheugen wij ons, omdat zij betekent, dat oude en voor de strijd voor het socialisme noodlottige tegenstellingen doorbroken werden. Degenen, die de antithese-politiek als gehoorzaamheid aan Gods gebod verdedigen, mogen deze doorbreking betreuren, wij verblijden ons over haar, omdat zij uitzicht biedt voor de toekomst.

2. Wij hopen van heler harte, dat het Partijbestuur van de S.D.A.P. met deze vijftig predikanten een samenspreking zal houden. Wij adviseren, een conferentie te houden, waarbij ook de predikanten worden uitgenodigd, die evenals hun vijftig collega’s kiezen voor het democratisch socialisme, maar tevens meenden tot de S.D.A.P. te moeten toetreden. Deze conferentie zou niet al te kort moeten duren. Wil men de vragen, om welke het gaat, serieus met elkander bespreken, dan heeft men tijd nodig. De zaak is het waard.

3. Het is ons bekend, dat het Partijbestuur der S.D.A.P. op initiatief van de N.V.8., met de N.V.8., de radicale Rooms-Katholieken, de V.D., de C.D.U. en de radicale Christel. Historischen overleg pleegt over de vraag, of wij in Nederland kunnen komen tot de vorming van wat de vijftig een Nederlandse Partij van de Arbeid noemen, een partij in de geest van de Engelse Labour Party. Het is dus niet waar, dat de S.D.A.P. niet bereid zou zijn de mogelijkheid van de vorming van zo’n partij onder de ogen te zien. Daartoe is zij inderdaad bereid. Dat kan ook niet anders, omdat voor haar de partij nooit doel, maar altijd middel is geweest. Het doel is het socialisme.

De S.D.A.P. is er bovendien van overtuigd, dat het niet voldoende is de arbei-

ders voor het socialisme te winnen, maar dat men ook de socialisten uit de boerenstand, de middenstand en de kring der intellectuelen moet winnen. Evenzo, dat het niet voldoende is, de niet-kerkelijke socialisten in één partij samen te brengen maar dat men ook de socialisten uit Ie kerkelijke kring nodig heeft.

4. Het gesprek zal antwoord moeten geven op de vraag, wat deze vijftig predikanten eigenlijk willen. Zij spreken over de ISoS Part, in Engeland WU aUn er echter niet zeker van, dat zij zich voldoende rekenschap hebben gegeven van de geschiedenis en het karakter der Labour Party. De voorzitter van de Labour Party is èen uitgesproken Marxist. Daarmee is niet alles gezegd, verre van dat, maar wij vrezen toch, dat deze vijftig collega’s zich van de Labour Party een beeld hebben gevormd, dat niet klopt op de werkelijkheid,

Verder hadden wij verwacht, dat zij de schuld van de vervreemding van hen, die in sociaal en politiek opzicht bij elkander horen, niet enkel bij de S.D.A.P. zouden zoeken. Het is niet juist, om te zeggen; De S.D.A.P. is te veel belast met het verleden. Of liever, het is wel juist, maar alleen, wanneer wij deze belasting van de S.D.A.P. niet isoleren van de belasting van heel ons volk. Heel het politieke leven van ons vaderland wordt in zijn ontwikkeling belemmerd door tegenstellingen, die enerzijds verouderd zijn, anderzijds hun geldigheid nog altijd hebben, maar geen reden mogen zijn om de eenheid in de politieke en sociale strijd af te wijzen. Daarom is het o.i. onbillijk de S.D.A.P. te verwijten, dat zij teruggekeerd is. Alle pogingen, om tot nieuwe verhoudingen te komen, terwijl men het verleden negeert, zijn uitzichtloos en moeten op teleurstelling uitlopen. Het Partijbestuur zou het zonder meer laten verdwijnen van de S.D.A.P. onmogelijk hebben kunnen verantwoorden tegenover de duizenden, die zich in het verleden voor de S.D.A.P. hebben ingezet. Juist zij, die wat de strijd voor het socialisme betreft nieuwelingen zijn dat geldt van de vijftig evenzeer als van mij zelf – moeten dit willen verstaan

Blijft de vraag: wat wil men? De brief doet er ons iets van vermoeden, maar duidelijk is het ons niet geworden, Men vraagt aan de S.D.A.P. zichzelf op te

heffen. Zij, die dit vragen, weten dat dit nog al iets betekent. Zij hebben intussen het recht dit te vragen, indien deze opheffing inderdaad noodzakelijk is voor de verwerkelijking van het socialisme in ons vaderland. Maar dan zullen zij duidelijker en overtuigender dan het in hun brief geschiedt, deze noodzakelijkheid moeten argumenteren. Wat verstaat men onder socialisme? Wat onder democratie? En welke zijn de wegen, waarlangs men zich voorstelt, dat het socialisme in Nederland verwerkelijkt kan worden?

5. De vijftig collega’s spreken over de afgeslotenheid der S.D.A.P. voor geestelijke zaken. Te weinig wordt rekening gehouden en kan rekening worden gehouden met het denkleven der godsdienstigen.

Wij weten niet, of het de briefschrijvers onbekend is, dat de S.D.A.P. op eigen initiatief zich ernstig met de vraag naar de positie van de socialisten uit kerkelijke kring bezig houdt. Hoe dit zij, wij zouden hun willen vragen, hun beschuldigingen te verduidelijken en te adstrueren. Dat is nodig, zullen wij verder komen dan tot vage algemeenheden, die niemand overtuigen. Hoe stellen de briefschrijvers zich voor, dat de nieuwe partij, die zij propageren, zich zal verhouden tegenover geestelijke zaken en het denkleven der godsdienstigen? Zal haar verhouding een andere zijn en kunnen zijn dan die, welke het Partijbestuur van de S.D.A.P. op dit ogenblik voorstaat en welke in wezen toch eigenlijk niet verschilt van die van de Labour Party in Engeland?

6 Wij zijn dankbaar, dat de vijftig gesproken hebben. Zo komen wij verder. Zij hebben er dan ook recht op, dat zij alle gelegenheid krijgen, hun bedoelingen te verduidelijken en de S.D.A.P. voor hun gedachte te winnen.

De S.D.A.P. van haar kant heeft er recht op, dat de brief, die naar mijn overtuiging te veel vage en formele aanduidingen bevat, maar te weinig concrete en levende inhoud heeft, uitgangspunt wordt van een discussie, waarin de vragen, om welke het gaat, klaar en duidelijk beantwoord worden. Wij willen precies weten, wat men onder vernieuwing verstaat. De S.D.A.P. kan alleen tot het goede offer, zich zelf op te heffen, geroepen worden, indien de zaak van het democratisch socialisme dit offer waard is.

Misschien wil de initiatief-nemer van de vijftig het woord nemen.

„Tijd en Taak” zou zijn naam niet waard zijn, indien het zich niet bereid verklaarde, naar dit woord te zullen luisteren.

J. J. BUSKES Jr.

Maatschappelijk werk op

HUMANISTISCHE GRONDSLAG

Naar aanleiding van het artikel van Ds. Ruitenberg in „Tijd en Taak” van 3 November j.l. over bovenstaand onderwerp, zou ik graag enkele opmerkingen willen maken.

Het is jammer, dat Ruitenberg nog niet even gewacht heeft met het schrijven van zijn artikel, totdat hij kennis had kunnen nemen van het eerste nummer van ons blad „Humanitas”. Verschillende vragen, die door hem worden opgeworpen, vinden daarin n.l. beantwoording.

Het initiatief tot de oprichting is genomen tijdens de bezetting. Dit verklaart. waarom het voorlopig bestuur wat eenzijdig is samengesteid. De uitdrukkelijke

bedoeling is echter, dat de Stichting zich verder ontwikkelt los van de vier organisaties, uit welker initiatief zij is geboren, De ingestelde commissie kwam tot de conclusie, dat er niet is een speciale behoefte aan een stichting voor hulp aan moderngeorganiseerden, maar wel voor hulp aan buiten-kerkelijken. Tal van niet-sociaaldemocraten zijn daarom reeds in het werk betrokken. En wij streven er naar de basis zo breed mogelijk te maken. Ook in de bestuurssamenstelling zal dit binnenkort wel tot uitdrukking komen,

Opzet is om te komen op den duur tot een co-ordinatie van alle maatschappelijk werk op humanistische en vrijzinnig-chris-