is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 45, 1946, no 4, 19-10-1946

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE PROTESTANTSE KERK

in Indonesië

Het is moeiijk een duidelijk beeld te geven van de Kerk in het tegenwoordige Indië, omdat het gehele terrein nog niet is te overzien. Wat haar uiterlijke gedaante aangaat is het er treurig mee gesteld.

In Ambon zijn vrijwel alle kerken, scholen en ziekenhuizen verwoest. Hetzelfde trieste beeld vertoont Timor, terwijl de Minahassa zich van al hare grootste kerken beroofd ziet en op Java vele kerken zijn leeg geplunderd. Van de veertig Europese voorgangers zijn er zeven gestorven in de kampen en werden twee gefusilleerd, terwijl er nu nog enkele geïnterneerd werden door de Indonesiërs.

Verreweg de meeste zijn momenteel met verlof in Holland, omdat zij rust en herstel nodig hadden. Van de z.g. Indische predikanten, waarvan onze kerk er een vijf en dertig telde, is de verlieslijst groter. In de kampen stierven er twaalf. Twee werden onthoofd. Na de oorlog bezweken er twee, één zit nog steeds gevangen, terwijl zes hunner in Holland vertoeven.

De zwaarste verliezen zijn echter geleden door het inheemse corps, dat op een enkele uitzondering na, trouw is gebleven. Van de pendita’s (inlandse leraars), zijn er, ondanks het feit, dat zij inheemsen waren, zeer velen dood gemarteld of onthoofd, een is gekruisigd. Het juiste aantal is nog niet bekend maar in Ambon alleen bedraagt dit aantal reeds een honderd.

De meeste Europese leden der kerk zijn alles kwijt en een vierde deel van deze verkeert thans in Nederland. Toch is de kerk onmiddellijk na de oorlog aan de wederopbouw begonnen en er wordt op verschillende plaatsen des Zondags weer gepreekt. Maar er is een ontstellend tekort aan voorgangers.

Als men de eilandengroep van onze Indische Archipel, over welk onmetelijk gebied de zorg der kerk zich uitstrekt, op de kaart van Europa legt, beslaat ze een oppervlakte van lerland tot de Kaspische Zee, en in dit enorme gebied werken maar enkele Europese voorgangers. De grote Oost, met Ambon als centrum, heeft slechts één predikant, die op Timor woont. Sumatra heeft maar één dominee. Semarang geen enkele en zo kan ik doorgaan. Holland moet helpen en ... snel helpen. Niet alleen moet met ieder bataljon, dat uitgaat een veldprediker meegaan, maar de kerk heeft bij haar arbeid onder de burgers ook predikanten nodig, desnoods in kort verband, b.v. voor twee jaar. Deze kerk heeft dringend behoefte aan materiaal (ambtskleding, boeken, avondmaalsstellen, doopbekkens, bijbels, kerkboeken, orgels, stoelen, banken. Ook voor ziekenhuizen, poliklinieken. Jeugdhuizen, scholen, is veel nodig.

De collecte voor de Indonesische kerk gehouden in bijna alle gemeenten in Holland, heeft de eerste hulp geleverd en de opbrengst daarvan, die meer dan een ton bedraagt, stelt Indië in staat het allernodigste te verrichten. Maar deze collecte mag niet anders dan een begin zijn. Ook hier is de nood groot, maar ook in de nood, ja juist in de nood, hebben we geleerd anderen te helpen. De kerk is vooral nu in Indië dringend nodig. In de moeilijke periode, die het nieuwe Indonesië thans doormaakt, heeft de kerk haar eigen taak. De vrije evangelieverkondiging zal tot elke prijs bewaard moeten blijven. Los van de

Staat heeft deze kerk het recht en de plicht op te wekken tot wederzijds verantwoordelijkheidsbesef. Dat de oudste kerk, de z.g. Portugese buitenkerk, die nog uit de tijd van de Oost-Indische Compagnie stamde, is leeg gehaald, mag uit oudheidkundig oogpunt te betreuren zijn, anderzijds moet de kerk de sporen van de Compagnie volledig kwijt raken en zij zal vrijelijk moeten kunnen spreken tot de overheid, indien deze naar haar overtuiging te kort schiet aangaande de vrijmaking van Indonesië, terwijl het tevens nodig kan zijn, dat zij een al te vurig nationalisme waarschuwt voor de waarlijk niet denkbeeldige gevaren van rasvergoding en zelfoverschatting.

Haar taak zal een andere zijn dan vroeger, maar zij mag midden in de branding van het ontwakende Oosten staan en dat is een geweldig ding. Nu wordt van haar verwacht, dat zij, waar nodig, het getuigenis van haar Heer doet horen ook van de crisis, in het heden naar beide zijden. Van groot gewicht zal daarbij ook de a.s. Synode, in ’47 te houden, voor haar verdere ontwikkeling zijn. Dan zal gesproken worden over de belijdenis der kerk, over de organisatie, de kerkorde en over de liturgie, maar ook over het catechetisch onderwijs, het jeugdwerk, het huwelijks-

probleem en het rassenvraagstuk. Vrijzinnig en rechtzinnig zullen elkaar dan vinden kunnen in gemeenschappelijke erkenning van Christus als verlosser van mens en wereld en Heer en Hoofd der kerk. De inheemse kerken zullen volledig zelfstandig zijn, maar in federatief verband kunnen samenwerken, temeer waar het oecumenisch besef in de oorlogsjaren is wakker geworden. Zij zullen haar taak als zendingskerken mogen aanvaarden en vervullen.

Deze kerk heeft haar standpunt te bepalen inzake een nationalisme dat antichristelijk is, omdat het dit als westerse godsdienst meent te moeten verwerpen.

In haar zal het Protestantse geweten van Indië, haar schuld hebben te belijden aangaande het onrecht, dat in het verleden geschied is, zich fel verzetten moeten tegen het kwaad dat ook thans onder de dekmantel van politieke strijd nog plaats vindt en de eis der gerechtigheid leren verstaan, binnen eigen muren, en doorgeven ver daarbuiten in de grote wereld van rassen en volken.

Kerkelijk Holland zal niet alleen achter haar, maar ook naast haar moeten staan, omdat de verantwoordelijkheid, die Holland voor Indië heeft, allereerst Christelijk en kerkelijk moet worden verstaan. En wij willen hopen, dat deze reeks van drie artikelen, die Tijd en Taak heeft willen opnemen en waarvoor wij zeer dankbaar zijn, daartoe mag hebben opgeroepen.

E. F. WILDERVANCK, pred. Prot. Kerk in N.-I.

BENTVELD scholing scentrum

In de vorige artikelen zijn twee vormen van het toekomstige Bentveld-werk uitvoerig besproken. In de eerste plaats de tussen mensen en overtuigingen; ontmoeting tussen overtuigde Christenen, religieuze humanisten, kerkelijke en buitenkerkelijke socialisten, rechtse en linkse socialisten. Zal deze ontmoeting zin hebben, dan zal zij moeten plaats vjnden in de schaduw van de bedreiging, die over Em-opa, ja de gehele wereld ligt, bovenal echter in het licht van Evangelie en Socialisme.

Waar mensen en overtuigingen op elkander stoten, met elkander een gesprek van hart tot hart voeren, daar zal in de tweede plaats bezinning op eigen diepste overtuigingen èn bezinning op die van anderen onontkoombaar zijn. In deze bezinning op het wezen, diepste grondslagen en taak van Christendom, maatschappij en politiek, hoopt het werk te Bentveld een bescheiden aandeel te kunnen leveren. Bescheiden doch zeker van waarde, omdat wij in ons werk voortdurend kerk en Christendom willen plaatsen midden in de huidige maatschappelijke en politieke situatie en omgekeerd maatschappij en politiek niet los willen zien van de boodschap en de verantwoordelijkheid van kerk en Christendom voor het gehele terrein van het menselijk leven.

Daarnaast mogen wij niet vergeten, dat tallozen uit alle lagen der maatschappij behoefte hebben aan geestelijke verdieping, aan bezinning op de zin van het leven, aan een verantwoorde en zinvolle levensstijl. Het ware natuurlijk zeer gemakkelijk, deze hunkerenden eenvoudigweg te verwijzen naar kerk en Christendom, doch voor zeer velen is de weg daarheen nog steeds versperd door de vele bewuste en onbewuste bezwaren tegen dat Christendom in zijn geheel of op zijn minst tegen de kerkelijke vormen van dat Christendom.

Intussen: deze geestelijke nood is er en evenzo het verlangen naar werkelijk houvast. Te meer, nu, in tegenstelling tot de vroegere S.D.A.P., de Partij van de Arbeid zulk een geestelijk thuis voor haar leden niet meer kan en wil zijn.

Hier ligt dus een belangrijk terrein braak. Wij zouden kunnen zeggen: hier is op de geestelijke markt een grote vraag, waarop zo spoedig mogelijk een aanbod moet komen. Verschillende brieven, waarin ons gevraagd wordt juist van uit Bentveld aan deze behoefte een richting te wijzen of ook maar enige leiding te geven, maken deze zaak slechts klemmender. •

willen wij in alle bescheidenheid trachten op dit complex van vragen een antwoord te geven, dan is naast ontmoeting en bezinning een derde vorm van werken, n.l. die van Scholing, aangewezen. Nu bestaat er intussen een aantal scholingsinstituten. De Partij van de Arbeid heeft haar kaderscholing, het Instituut voor Arbeidersontwikkeling gaat zijn scholing en vorming weer hervatten, de communistische partij heeft haar scholingscursus-

EEN NOODKREET UIT BENTVELD

Wij hopen binnenkort een aantal dekens te krijgen. Maar die dekens moeten nog gefestonneerd worden. Daarvoor hebben wij katoen of wol nodig. Wie kan ons helpen aan eindjes of kluwentjes katoen of wol? Alles is welkom. Adres: Mevrouw Donia, Bentveldsweg 3, Bentveld.