is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 45, 1947, no 36, 07-06-1947

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Marx” overtuigend bewezen, dat dialectisch materialisme als methode tot verklaring van het maatschappelijk gebeuren ook een voor christenen zeer waardevolle methode is. Wanneer de communisten deze methode, dit dialectisch materialisme, verabsoluteren en tot levens- en wereldbeschouwing van het communisme proclameren, zeggen wij echter onvoorwaardelijk: neen! Dat doen ze.

Op het Congres van de C.P.N. (Januari 1946) zei Baruch: „Wij willen onze vrienden buiten de partij onze wereldbeschou-

wing niet opdringen, maar de ervaring heeft ons geleerd dat zij juist is.”

Aan het dialectisch materialisme als levens- en wereldbeschouwing zijn de namen verbonden van Stalin, Lenin en Marx. Het gaat dus niet om de vraag of er in het Marxisme en Leninisme waarheidselementen liggen opgesloten die erken ik, geen socialist zal Marx kunnen en mogen negeren maar om de vraag, pf het Marxisme als levens- en wereldbeschouwing aanvaardbaar is.

De voorloper van Marx was Hegel: de filosoof, die alle levensverschijnselen herleidt tot de geest. De geschiedenis is de geschiedenis van de idee, die zich belichaamt in de materie»

Toen kwam Marx. Hij keerde de filophie van Hegel ondersteboven. Hij zette Hegel op zijn kop: de filosoof, die alle levensverschijnselen herleidt tot de materie. De geschiedenis is de geschiedenis van de zich ontwikkelende economische verhoudingen, die het geestelijke te voorschijn roept. Geestelijke inzichten en overtuigingen zijn niet anders dan een weerspiegeling van maatschappelijke verhoudingen. Het zijn bepaalt het bewustzijn.

Als reactie op het idealisme is dit Marxisme niet alleen begrijpelijk, maar ook gerechtvaardigd. Als reactie ook op een christendom, dat door dit idealisme gelijk was geschakeld en leerde, dat geloof in God een keuze voor de geest boven en tegen de materie betekent en dientengevolge een reactionnaire macht werd: opium voor het volk!

Deze begrijpelijke en gerechtvaardigde reactie wordt nu echter door de communisten verabsoluteerd. Wanneer Lenin de opvatting van Heraclitus bespreekt, volgjens wien de wereld de eènheid van alles is, door geen godheid geschapen, maar zij was, zij is en zij zal zijn een eeuwig vuur, wetmatig ontvlammend en wetmatig uitdovend, zegt Lenin: „Een zeer goede uiteenzetting van het dialectisch materialisme.”

De stoffelijke wereld, waartoe wij zelf behoren, is het enig werkelijke. De materie is niet een product van de geest, maar de geest is het hoogste product van de materie. Deze dialectische wereldbeschouwing brengt bepaalde consequenties met zich mee:

De eerste is: de loochening van God en de bestrijding van de godsdienst.

Lenin noemde God eens „de aartsvijand van de communistische maatschappij” en toen Maxim Gorki een artikel schreef, waarin heel zwak godsdienstige aspiraties meespraken, schreef Lenin: „ledere idee van iederen God, ja zelfs iede’r koketteren met zo’n gedachte is een onuitsprekelijke gemeenheid, de gevaarlijkste en infaamste infectie.”

Beuzemaker getuigt: „Godsdienst is opium voor het volk.” Dat geldt voor alle godsdienst. Ook, indien deze zich in schijp tegen het kapitalisme richt en zegt het bestaande niet te aanvaarden. Juist deze godsdienst is het gevaarlijkste opium voor het volk.”

Verborg schrijft: „De opheffing van de godsdienst als het ingebeelde geluk van het volk is de voorwaarde voor zijn werkelijk geluk.” „Thans in Europa en Rusland is elke verontschuldiging of rechtvaardiging van de idee van God, zeifs de meest verfijnde, de best bedoelde, een rechtvaardiging van de reactie.”

En Knuttel schrijft in „Poiitiek en Cuituur van October 1946: „De communistische theorie verwerpt elke vorm van godsdienst. Wij zullen doorgaan onze levensbeschouwing tegenover de godsdienstige te propageren.”

De tweede consequentie is, dat de mens, door God geloochend wordt en dus elke religieuze en supra-empirische relatie ontbreekt, enkei als natuurwezen en maatschappelijk wezen beschouwd.

De derde, dat de tegenstelling der klassen en de klassenstrijd de enige belangrijke en alles beheersende factor in de geschiedenis der mensheid vormen. Alles wordt door deze tegfenstelling en deze strijd en het resultaat van deze strijd bepaald. Alles! De Vierde, dat de ethiek een klasse-ethiek wordt. Er zijn geen absolute normen, die gelden voor allen. De beginselverklaring van de C.P.N. zegt, dat de moraal van de C.P.N. wortelt in de wereldbeschouwing van het dialectisch materialisme. De moraal van de C.P.N. is klassemoraal in de volstrekte zin van het woord. De zedelijkheid wordt afgeleid uit het belang van het proletariaat. Omdat de overwinning van het proletariaat onvermijdelijk is, is zij zedelijk juist.

Van Lenin zijn de woorden: „Wij looche-

’t Is zo ’n plat houten bruggetje, zoals er zo véle in de polder liggen. Het heeft een wankele leuning, die ieder ogenblik dreigt te bezwijken. Ik waag het erop. Geleund op m’n ellebogen buig ik mij er overheen en spied aandachtig in het zacht kabbelende slootwater. Allengs verdwijnt de héle werkelijkheid rondom mij. Er is geen brug meer en geen wankele leuning. Er is alleen maar die onwerkelijke wereld daar onder mij met zijn eigen fantastische leven. Het lijkt of de bodem oneindig ver weg is. Een enorme bergketen strekt zich onder water uit. Wortels van grillige planten slingeren er zich doorheen. Daar schiet een school glinsterende visjes voorbij. Ontelbare insecten, vlooien, torretjes, wat al niet, dansen en zwemmen en kruipen op en in het water en spotten met alle wetten der zwaartekracht. Vooral dat kleine orhnje-rode torretje houdt mijn aandacht gevangen. Ik volg het in al zijn capriolen. Vooruit, achteruit, op én neer. Doelloos? Wie zal het zeggen.

Dan floept er een kikker in het water. Er is ineens beroering in deze zwijgende wereld. Het torretje is weg. Tientallen visjes schieten alle kanten uit. En dan zie ik daar, statig zwemmend, bewust van zijn majesteit, een grote snoek. Hij is goed te volgen in het door de zon beschenen water. Kijk, nu verdwijnt hij onder het krocts. Ik ben hem kwijt. Maar vlak bij dat kroos, waar die vis nu onbewegelijk op z’n prooi ligt te wachten, zie ik die stok. Die stok, die daar zo schuin in het water steekt. Met zijn weerspiegeling vormt hij een letter. Een V. En V = victorie. Duitsland wint op alle fronten. Bah, waarom moet ik daar juist nu aan herinnerd worden. Maar het laat mij niet meer los. Het staat daar zo duidelijk: V. En V = Victorie.

Zes jaar geleden, ’t Is zomer 1941. Je wordt achtervolgd door het spookbeeld van de V-actie. Op alle muren en aanplakborden schreeuwt het je toe: V = Victorie. Door de radio schettert het: V = Victorie. Foto’s in de krant van optrekkende Duitse legers en daar doorheen gedrukt een grote V. Want V = Victorie. Duitsland wint op alle fronten

Is dit nu het noodlot van deze Oorlogsgeneratie, dat zij zich nooit meer volledig Kan losmaken van die vijf jaren van nood, angst en ellende? Dat zij nooit meer ten volle van iets kan genieten, zond'er herinnerd te worden aan de jaren van . slachting en zinneloze vernieling? m. K.