is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 46, 1948, no 27, 03-04-1948

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

/ Aan ' / den fleer behoort de aard< en haar i\ volheid. \. Psalm 24:1 >

pyd en iuak

ONAFHANKELIJK WEEKBLAD VOOR EVANGELIE EN SOCIALISME

TEVENS ORGAAN VAN DE PROTESTANTS CHRISTEL IJ KE WERKGEMEENSCHAP

Verschijnt 50 maal per jaar 46ste jaargang van de Blijde Wereld

! * Redactie Prof. Dr W. Banning Ds. J. J. Buskes Jr Ds. L. H. Ruitenberg Mr. G. E. V. Walsum Secr. der redactie; J. G. Bomhoff, Roerstraat 48 111 A’dam=Z. Tel. 24386

Ab. bij vooruitbet. p.j. f 8 halfj. f 4.25, kwart, f 2.30 pl. f 0.15 inc. Losse nrs f 0.15, Postg. 21876, Gem.giro V 4500, Adm. N.V. De Arbeiderspers, Hekelveld 15, A’dam-C.

Wat dunkt U van de mens?

Op de wetenschappelijke conferentie, die door de dr Wiardi Beekman Stichting op 19 en 20 Maart j.l. te Amsterdam gehouden, werd, heeft prof. dr H. de Vos een referaat gehouden over de mensbeschouwing van het marxisme.

Dit referaat was niet alleen belangrijk, omdat het op overtuigende wijze liet zien, hoe het Marxisme alleen te begrijpen is van uit zijn mensbeschouwing, maar ook omdat het op niet minder overtuigende wijze duidelijk maakte, hoe de mensbeschouwing van de allergrootste betekenis is voor onze kijk op de maatschappij en onze keuze ten opzichte van de maatschappelijke strijd.

Het sociale vraagstuk is niet uitsluitend en zelfs niet allereerst een technlsch-economisch vraagstuk. Het is in de allereerste plaats een vraagstuk van menswaardering. Prof. dr W. P. de Gaay Fortman herinnert aan het slot van zijn boekje „De arbeider in de Nieuwe Samenleving” aan het debat, dat aan het einde der vorige eeuw gevoerd werd door Domela Nieuwenhuis en Talma. Domela Nieuwenhuis sprak op een Zondagmiddag in een openbare vergadering te Vlissingen, waar Talma predikant was. Talma kwam in debat. Het werd een belangwekkende discussie. Talma moest haar echter afbreken, omdat hij ’s avonds preken moest. Hij nodigde alle aanwezigen uit, bij hem in de kerk te komen. De preek, die al klaar was, werd ter zijde gelegd. Talma preekte deze avond over Jesaja 13:12 „Ik zal maken, dat een man kostbaarder zal zijn dan goud, een mens dan fijn Ofir metaal”. Zijn preek was een fel protest tegen.de bestaande economische verhoudingen, omdat zij een bedreiging waren van het menselijke in de mens. In alle latere redevoeringen en geschriften van Talma keert deze gedachte altijd weer terug. De economische verhoudingen vormen een bedreiging van het menselijke in de mens. Het sociale vraagstuk is daarom zo actueel en urgent, omdat het ons voor de vraag stelt, of in de moderne maatschappij waaraehtig menselijk leven nog mogelijk is. Het is onze roeping, de maatschappij zo op te bouwen, dat in overtuiging tot gelding wordt gebracht, dat een mens meer waard is dan goud.

De socialistische beweging is in wezen niets anders geweest dan het georganiseerde protest tegen een kapitalistische maatschappij, die de mens als mens onrecht

deed door de humaniteit te loochenen en te verkrachten, het georganiseerde protest van de ontrechte mens in naam van de humaniteit tegen de onmenselijkheid, die de maatschappij aan de dag legde ten opzichte van de sociale nood van het proletariaat.

Het socialisme was van af het begin een strijd voor de mens en de menselijkheid. Wie, sprekend over het socialisme, alleen maar weet te spreken over atheïsme en marxisme, ongeloof en revolutie, heeft het wezenlijke van het socialisme niet verstaan, hoe zeer hij ook in allerlei opzicht gelijk mag hebben. Het is de tragiek, sterker: de schuld van het negentiende eeuwse christendom en kerkendom, dat het voor dit wezenlijke, het socialisme als zedelijke eis, geen oog heeft gehad. Het gevolg is geweest, dat het met al zijn gegronde en gerechtvaardigde critiek aan het socialisme voorbij heeft gepraa.t. Het heeft niet onderscheiden tussen socialisme en marxisme.

Een enkele heeft dat wel' gedaan. Wij denken om een voorbeeld te geven aan een figuur als Leonhard Ragaz en zijn boek „Van Christus tot Marx van Marx tot Christus”.

Ragaz verstond, wat het christendom en het kerkendom niet verstond, dat het in het socialisme ging om de handhaving en de bescherming van de menselijkheid in het maatschappelijke leven.

Maar daarom verstond hij ook, wat het socialisme op zijn beurt niet verstond, dat de mensbeschouwing die de socialistische beweging, voor zover zij onder invloed van Marx stond, zich eigen maakte, niet bij het socialisme hoorde, ja daaraan in wezen tegengesteld was, zodat er gesproken moet worden van een noodlottig misverstand. De mensbeschouwing, waarmee het socialisme zich verbond in zijn strijd tegen de burgerlijk kapitalistische wereld behoort naar haar wezen bij de burgerlijk kapitalistische wereld en is daarom de doodsvijandin van het socialisme.

Ragaz pleit daarom voor een radicale heroriëntering ten opzichte van de geestelijke grondslagen en achtergronden van het socialisme. Hij pleit voor de erkenning van de volstrekte waarde van de menselijke persoonlijkheid, een erkenning, die wortelen moet en alleen wortelen kan in een wereld van geestelijke waarde, die absolute waarden zijn en wier realisering het

doel is zowel' van het leven van de enkele mens als van dat van de gehele wereld. Deze wereld moet over de gewetens geestelijk gezag hebben. Zij moet ons denken, spreken en handelen bepalen.

Ragaz pleit dus op zijn wijze voor een personalistisch socialisme. Er moet meer dan socialisme zijn, om socialisme mogelijk te maken.

Wij laten op het ogenblik in het midden, of wij Ragaz en zijn pleidooi voor een personalistisch socialisme en in de manier, waarop .hij dat pleidooi voert, kunnen volgen. Dit is een uitermate belangrijke vraag, daar dit pleidooi in onze dagen door steeds meerdere wordt gevoerd, zij het ook vaak op een wijze, die van Ragaz in menig opzicht verschilt. Het is ons echter nu alleen om dit éne te doen, dat wij allen zullen beseffen, dat de mensbeschouwing voor het socialisme en de socialistische strijd men denke alleen maar aan de betekenis van de-klassenstrijd en de zo actuele vragen van taktiek beslissend is. Wat dunkt u van de mens?

Wij kunnen niet volstaan met aan te sluiten bij de in West-Europa gangbare en nog door de meesten aanvaarde mensbeschouwing. Die is een veel te smalle en labiele basis, om er ons socialisme op te bouwen. De communisten stellen ons terecht de vraag, waaraan deze doorsnee-mensbeschouwing haar geldigheid ontleent. Wij kunnen niet leven van de erfenis van een voorgeslacht, die bovendien reeds voor een groot gedeelte opgesoupeerd is. Wij kunnen naar het woord van Renan niet leven van een schaduw van een schaduw, van de geur van een lege vaas.

Het socialisme is een zaak van politiek en economie. Het plaatst ons al verder voor een aantal vragen, die een zuiver technisch karakter dragen. Maar heel onze strijd voor het socialisme zal op een hittere teleurstelling uitlopen, wanneer wij niet steeds meer beseffen, dat het in de allereerste en de voornaamste plaats een zaak van mensbeschouwing en menswaardering is, wanneer wij niet steeds meer verstaan, dat een mens kostbaarder is dan goud, en antwoord weten te geven op de vraag: waaraan ontleent ge het recht, om in deze zin te pleiten voor de handhaving en de bescherming van de humaniteit in het sociale, economische en politieke leven? J. J. BUSKES Jr.