is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 47, 1949, no 26, 26-03-1949

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

XXI

Als voddenrapers op de boulevard, De gore lompen ontgrissend aan elkaar

Uit armoe tot een gilde saamgeklit Zoo van dit land de vale schrijversschaar.

L

Geklommen op de donkere torentrans Zag ik mijn land in bovenaardse glans.

De zee in reven fonkelde om de kust De stroomen togen met het licht ten dans.

IDA G. M. GBRHARDT

Uit Kwatrijnen in opdracht

Uitgave Bezige Bij, Amsterdam 1949.

vooral van eindeloos gepraat in rokerige lokaliteiten.

Men hoeft niet heel scherpzinnig te zijn om te zien hoeveel ~Holland” voor Ida Gerhardt betekent. Maar wat valt er ten slotte lief te hebben aan een land, dat zowel naar het uiterlijk als naar de geest in snel tempo juist datgene verliest waaróm men het liefhad? Plaatijzer, stadsvuil en benzinestations zijn overal ter wereld eender, en om lieden te vinden die de waardeloosheid van het leven constateren en propageren, kan men waarschijnlijk ook in alle cultuurcentra terecht.

Zie, dit en geen andere is de situatie, waarkeurige blauwe boek met de gouden opdruk ontsprongen is. Een mens meent het op te moeten geven: zijn kracht is ten einde en zijn inspanning lijkt vruchteloos, Een dichter meent niets meer te kunnen schrijven, want de vreugde en het vertrouwen, van waaruit hij zijn werk maakte, zijn ondermijnd. lemand die de gave had, al het mooie en zuivere lief te hebben, lijkt alleen nog maar in staat te zijn tot een doffe, machteloze haat. .

Maar juist dan doet zich voor wat door de schrijfster blijkens de eerste kwatrijnen en

ook blijkens de titel als een „Opdracht” is ervaren. Juist datgene wat haar tot stikkens toe beklemde, wat te vaal, te ongrijpbaar en te zeer alomtegenwoordig was om er zelfs maar over te praten, daarvan zou zij opnieuw poëzie maken. Deze poëzie zou klacht zijn, aanklacht, oproep aan de goedwillenden, verkondiging van wat Holland in zijn beste vejttpgenwoordigers geweest was en nog altijd zijn kon, hulde aan grote voorgangers, betuiging van trouw... zij zou boven en behalve dat alles poëzie zijn, d.w.z. overwinning op de neerslachtigheid en het onvermogen, daad waarin de scheppende krachten zich ondanks alles weer hebben bevestigd.

Ida Gerhardt toont zich in deze bundel zoals de lezer haar nog niet kende: strijdbaar, fel en onvervaard. Zij slaat hard; maar nooit om iemand persoonlijk te kwetsen. Het is tekenend dat zij wel degenen die zij vereert met name noemt (van Gorter tot Jac. Thijsse, van Marsman tot Johannes Vermeer), maar niet degenen die zij bestrijdt. Het gaat niet om meneer X, Y of Z die tekortschieten, maar om het dóórbreken van een andere geest.

Ik weet dat Ida Gerhardts uitgangspunt het landschap enerzijds, de poëzie anderzijds velen ongewoon zal voorkomen. Indien één mens, dan moet men echter de dichter gunnen om zijn uitgangspunt te nemen waar aanleg en intuïtie hem dat aanwijzen. Het zou kunnen zijn dat hij ten, slotte een dieper gelijk had dan zij die gangbaarder opinies aanhaqgen. Maar met inachtneming van dit verschil zijn er twee tijdgenoten, aan wie ik bij het lezen van deze kwatrijnen telkens weer herinnerd word: de ene is Van Randwijk en de andere is Banning. Ik ben overtuigd dat zij gevochten hebben met dezelfde wanhoop, en handelen uit dezelfde opdracht en in dezelfde trouw. M. H. V. d. ZEYDE

DE SOWJET-UNIE EN TITO

Nieuwe koers op het Kremlin?

De wijzigingen in de leiding van de Sowjet-Unie hebben aanleiding gegeven tot vele gissingen. Maar aangezien het juist de bedoeling is van hen, die daar aan draadjes trekken, om de buitenwereld in het duister te laten tasten omtrent de werkelijke betekenis van deze maatregelen, heeft het weinig zin, veronderstellingen op te bouwen op de persoonswisselingen alleen. Zij kunnen van het grootste belang zijn, zoals de vervanging van Litwinow door Molotow dat was, maar personenwisselingen in Rusland kunnen ook zonder politieke betekenis zijn.

Vast staat natuurlijk wel, dat Molotow langzamerhand zulk een aantal nederlagen op het internationale politieke terrein geleden heeft, dat hij ook in de meest lankmoedige democratie gevallen zou zijn als minister. Door het onderste uit de kan, dat men in Praag, in Berlijn en elders heeft willen halen, is het lid Moskou telkens weer bijzonder onaangenaam op de neus gevallen: in de vorm van het Marshallplan, de Westerse Unie, de „luchtbrug” voor Berlijn en vooral door het Atlantisch Pact, waaraan zelfs wankele broeders als Denemarken en Italië mee hebben durven doen. Maar het ergste van alles is nog voor het Kremlin geweest, dat Tito uit de band is gesprongen en nog

steeds niet onderworpen of geliquideerd is. Zjdanow met zijn Cominform was hier wel de hoofdschuldige en het is lang niet onmogelijk, dat hij hiervoor met zijn leven geboet heeft maar Molotow heeft het kwaad dan toch maar niet ongedaan kunnen maken.

Zo is het dan ook zekér niet waar dat het optreden van Molotow alleen maar bedoeld is, om hem als lid van het Politbureau van de communistische partij des te meer de draadjes in handen te laten houden, ja hem de gelegenheid te geven zich voor te bereiden op de opvolging van Stalin. Dan zou het berichtje van zijn aftreden en van het blijven in het machtige lichaam achter de schermen niet in zo’n onopvallend hoekje van de „Prawda” gestaan hebben; hij zal zich een tijd lang zeker heel koest moeten houden wil hij vast weer aan bod ■willen komen.

Omgekeerd moet men zich ook niet wijs maken, dat er van een principiële koerswijziging sprake is: dan zouden niet Wisjinski en Gromiko opgeschoven zijn, doch zou de school van Litwinow en Maisky weer aan bod gekomen zijn. Wisjinski betekent ten eerste: dezelfde lijn zij het met meer takt en begrip voor het Westen; betekent wellicht ook: grote nadruk op de problemen in de Donaulanden waarvoor deze Oekrainer de laatste tijd grote belangstelling heeft getoond.

Actie tegen Tito

Gezien deze belangstelling en gezien het feit dat de Zuidslavische ongehoorzaamheid de ergste doorn in het Russische vlees is, is het niet onwaarschijnlijk, dat het de politiek der Sowjet-Unie is, de leden van het Atlantisch Pact voorlopig niet zeer te prikkelen, maar alle krachten te concentreren op het ten onder brengen van de rebel Tito, die in tijden van spanning nog allerlei andere half-zelfstandige krachten met zich mee zou kunnen slepen; daarnaast hoogstens een zekere druk op landen als Zweden en Finland. Er zijn ook een aantal gebeurtenissen in Zuid-Oost Europa die in dezelfde richting wijzen:

le. De versterkte invloed der Russen in Albanië, dat te voren sterk onder Zuidslavische invloed stond, maar waar sinds de breuk tussen Tito en Kominform alle Zuidslavische technici zijn uitgewezen. 2e. Het verdwijnen van Markos als aanvoerder der communisten in de Griekse burgeroorlog. Markos steunde in belangrijke mate op steun van Tito, die gaarne Saloniki als vrijhaven voor Zuidslavische producten had gezien, en heeft zich vermoedelijk verzet tegen

3e. de plannen tot stichting van een Macedonische republiek. Volgens een communistische radiozender in Noord-Griekenland zou deze moeten bestaan uit het Macedo-