is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 47, 1949, no 26, 26-03-1949

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Nationaal federalisme

Het federalisme is „en route”. Men kan geen krant opslaan of men leest over federalisering. De Verenigde Staten van Indonesië worden een federatie. De Nederlands-Indonesische Unie is een federatie. De Westindische Staten federaliseren. De Benelux is een begin van Westeuropees federalisme. En zijn zelfs bewegingen, die verder gaan en over een Europees en zelfs over een mondiaal federalisme spreken. Wat bij dit alles opvalt, is dat men maar al te graag overspringt naar het grotere verband, dat van Westeuropa, van Europa, van de wereld en het nationale en locale plan verlaat. is

Wij geloven, dat dit niet toevallig is. Want de mens is altijd geneigd af te stappen van de concrete en direct-nabije problemen en over te gaan tot abstracte en verafgelegen projecten. De vlucht in het systeem is al van ouds bekend. Het is erg gemakkelijk over Christendom te praten en de beslissing van het Christen-syn te ontlopen. Het is verleidelijk een hoog ideaal na te streven van naastenliefde en barmhartigheid en de eerste de beste bedelaar van de deur weg te sturen. Het is vooral voor de Nederlander erg verleidelijk om zich te gaan bemoeien met de federalisering van de wereld of Europa en het eigen land, de eigen stad te negeren.

Er zijn zelfs stemmen te beluisteren, die aldus redeneren: hier in Nederland zijn wij het dermate oneens met elkaar, laten wij onze kracht werpen op de grotere ruimte; vanzelf komt het dan ook in ons land voor elkaar. En zo is in de beweging voor Europese Federalisten bijv., die zulk voortreffelijk werk kan doen, weer te vinden een groot aantal personen, die elkaar eerst beleefd voorbijliepen en thans de handen ineen hebben geslagen om de Eüropese Federatie te nronaeeren.

i?eaeniiie ue jjiujjtigcicii. Laten wij voorop stellen, dat wij dit streven naar een Europese Federatie oprecht toejuichen. Een verenigd Europa kan inderdaad een garantie voor de vrede zijn en kan betekenen, dat de Europese cultuur bewaard blijft voor massa-tendenzen uit Oost of West. Maar als men blijft staan bij deze poging tot Europees federalisme en niet ge-

lijktijdig tot een nationaal federalisme komt, dan betekent dat, dat Nederland een slag achter blijft en niet als volwaardige partner mee kan doen.

De situatie in ons land is bekend. Ons voiK heeft teveel diepgaand verschil van levensovertuiging om tot eenheid te komen. Wij moeten dat als feit erkennen,waarover men zich kan verheugen of bedroeven. Wat echter wel mogelfjk zal moeten zijn, is een samenwerking waar maar enigszins mogelijk. Concreet: Rooms-Katholieken en niet-Rooms-Katholieken hebben een diepgaand verschil van levensovertuiging, maar als Nederlander en als mens hebben zij veel gezamenlijke doeleinden, die dan ook gezamenlijk zullen moeten worden aangepakt. Christenen en niet-Christenen hebben grote verschillen, maar samen gaat het hen bijv. om sociale gerechtigheid, om behoorlijke ouderdomsvoorziening, om een bestrijding van het nihilisme. En deze samenwerking behoeft niet met zich mede te brengen, dat deze afzonderlijke groepen in een eenheidsgi’oepering worden betrokken. Zo min het mogelijk en wenselijk zal zijn om van Europa een eenheidsstaat te maken, zo veel minder is het mogelijk en wenselijk om in een geestelijk zo verscheiden volk als het Nederlandse een eenheid te bewerkstelligen. De federalistische leuze: apart wat moet, samen wat kan spreekt te dien aanzien dan ook duidelijke taal. Maar dan ook samen, wat kan! Dan mag geen enkele prestige-overweging of een oud zeer zulk een samenwerking in de weg staan. En te meer dringt dat als onze volksgemeenschap in direct gevaar verkeert. In de oorlog was dit gevaar zichtbaar en voelbaar. Thans is het minder zichtbaar, minder tastbaar, maar men behoeft slechts te denken aan onze asfaltjeugd, aan het toenemend nihilisme ook bij ouderen, aan de morele en zedelijke verwildering om te beseffen, dat er nu ook een gevaar is, misschien zelfs groter dan dat in de oorlogsjaren, omdat het een gevaar is van binnen uit.

Op een bijeenkomst over de film, waar wij voor enige üjd waren, werd een zwaarwichtig theoretisch debat gehouden, waaruit

bleek, dat geen enkele film voor alle aanwezigen te zamen zou kunnen worden goedgekeurd, zonder enig voorbehoud. Toen echter een aantal films concreet werden genoemd, bleek dat dit theoretisch bezwaar in de practijk erg meeviel. Zo zal het ook op ander gebied gaan. Er bestaan inderdaad fundamentele verschillen bijv. tussen Christenen en Humanisten en deze verschillen laten zich op elk levensgebied gelden. Maar toch leert de ervaring van elke dag, dat er vele terreinen van samenwerking (met behoud van eigen overtuiging en zelfstandigheid) te vinden zijn. Wat dus nog is in ons land, is een sameriwerking op bepaalde concrete punten, incidenteel en fragmentarisch. Daarom verwerpt het federalisme elke gedachte van hegemonie en van uniformiteit. Geen enkele groep zal zich in deze samenwerking mogen verheffen boven de andere. Uitlatingen als wel eens door sommige politici worden gedaan waaruit dan blijkt dat in een bepaalde partij alle moraliteit of standvastigheid of progressiviteit te vinden zou zijn, kunnen misschien aardig zijn als verkiezingshumbug, maar in een eerlijk bedoelde coördinatie van alle krachten in ons volk, zijn ze ten enenmale verwerpelijk. En ook mag geen enkele groep in deze samenwerking de bedoeling hebben de andere groepen in zich op te nemen tot een uniform geheel. Federalisme is een vijand van de eenheid, maar een vriend van de eendracht.

Het federalisme wijst elke systeemgeest af. Het speelt zich nl. af op een vlak, waar het om heel andere zaken gaat dan om systeemvorming. Van een gesprek en van een incidenteel-gecombineerde actie behoeft men geen systeem te maken. Zodra men dit wel doet, verbreekt men de zelfstandigheid der samenwerkende partners. Het federalisme wenst nadrukkelijk, dat de kwaliteit van de partners in stand wordt gehouden. Het doel van federalisme is niet de vervlakking, maar de verdieping van elk der samenwerkenden. Niet een offerfeest van beginselen dus, zoals vroeger het Christendom boven geloofsverdeeldheid wel eens te zien heeft gegeven, maar juist het behoud en het getuigenis van deze beginselen wordt van de deelnemers gevraagd. Het federalisme wenst deze kwaliteit te houden, onafgezien van de kwantiteit der dragers van deze kwaliteit. Dat betekent dus een principiële eerbiediging van elke minderheid in de combinatie. Niet het getal beslist, maar de kwaliteit en deze kwaliteit wordt onaangetast gelaten door de anderen, al hebben zij de voorkeur gegeven aan een ander inzicht.

De federalisten zijn zich verder bewust van de complexiteit der maatschappij. Zij streven niet naar een versimpeling, maar aanvaarden de maatschappij, zoals zij hier en nu is. Dat betekent, dat het optreden functioneel zal zijn, d.w.z. tot een bepaald terrein van de maatschappij beperkt, maar dan ook daar dwars door alle grenzen en scheidingslijnen heen. Indien wij het nationaal dus hebben over de moreel en cultureel aanvaardbaare film (om dit voorbeeld maar weer eens te nemen), dan gaan wij dat niet alleen in eigen verband uitpraten en wij gaan ook niet de grote politieke partijen of de kerken hierover raadplegen, maar wij brengen bijeen de verenigingen en personen, die met de film te maken hebben. Ten slotte wenst het federalisme niet van bovenaf te werken, maar vanuit de volksgroepen en personen, waarbij wel het geheel van volksgemeenschap als wezenlijk bestaand voor ogen blijft staan. Niet het volksdeel is de realiteit en de volksgemeenschap een ideaal, maar de volksgemeenschap is de realiteit naast de

nische deel van Zuidslavië, dat als zodanig reeds autonomie bezit, een Bulgaarse grensstreek, en Noord-Griekenland (omdat men in Moscou blijkbaar het hopeloze heeft ingezien van een poging om geheel Griekenland in handen te krijgen). Met elkaar betekenen deze plannen een poging om de Kominform op de Balkan te versterken, een breekijzer in de Zuidslavische staat te zetten en een verbinding tussen de satellieten Bulgarije en Albanië te vormen waarvoor Zuidslavië aan drie kanten bijna al zijn landgrenzen door werktuigen van de Russische druk zou worden omgeven.

Indien de communisten inmiddels geen kans zien, Tito persoonlijk uit de weg te ruimen hij beschikt echter over een zeer doeltreffende lijfgarde en politieke politie' —hoopt men in Moscou de rebel door economische druk tot rede te kunnen brengen, of wel tot aansluiting bij het westen te kunnen bewegen, wat hij vermoedelijk politiek ook niet zou overleven; en indien al, dan zouden er ten minste klare fronten, volgens de bekende zwart-

wit theorie geschapen zijn en zou Tito als verrader van zijn volk aan het kapittalisme kunnen worden uitgeschilderd.

Economische koerswijziging? Nog minder duidelijk dan in het politieke veld, zijn de gevolgen van de personenwisselingen op het economische terrein in de Sowjet-Unie. Hebben het ontslag van Mikojaw en Wosnessenoke (de laatste niet alleen als minister, maar ook als lid van het Politbureau) iets te maken met het feit dat zij zich verzet hebben tegen de critiek van professor Varga op het dogma van de aanstaande economische ineenstorting der Verenigde Staten? Een politieke loyaliteitsverklaring van deze grote econoom juist in dezelfde tijd zou er op kunnen wijzen. Er zou zelfs een zeker verband kunnen zijn met de politieke veranderingen in zoverre als een erkenning van het succes van het Marshallplan (dat ook helpt een Amerikaans prijzenval te voorkomen) ook een der gelijk economische samenwerking met alle Oosteuropese satellieten eist. W. VERKADE