is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 47, 1949, no 45, 13-08-1949

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het Atlantisch Verdrag en wij

Het Atlantisch Verdrag is, bijna als een hamerstuk, het parlement gepasseerd. Met uitzondering van de communisten maar dat spreekt vanzelf heeft niemand er zich principieel tegen verzet, zodat de indruk gevestigd zou kunnen worden dat er, behalve dan voor radicale pacifisten, geen reële grondslag voor een socialistische oppositie aanwezig is. Immers, omdat de fractie van de P.v.d.A. gesloten achter het verdrag staat en deze fractie moeilijk van imperialistische bestrevingen verdacht kan worden, moeten het wel zeer deugdelijke democratische en op de verzekering van de vrede gerichte overwegingen zijn, die deze houding bepalen.

Men weet het. Het Atlantisch Pact is een uitvloeisel van de „koude oorlog” en, ondanks alle ontkenningen van Truman, volgens Voskuil het directe resultaat van het Ijzeren Gordijn en de Russische agressie. Op zich zelf is dit al een wonderlijk verschijnsel: Russische protesten tegen de Atlantische Unie worden afgedaan, door Truman, door de Britse, de Franse en tal van andere regeringspersonen met de opmerking, dat het Pact niet tegen Rusland gericht is. De Nederlandse partijpers. Van der Goes van Naters, Barents, de Kadt, Voskuil e.t q. echter motiveren de keuze voor het Pact met een verwijzing naar de Russische agressie en de Russische bewape-

ningpolitiek. Ergens klopt er dus iets niet. En dat is ook zo, want zelfs sommigen, die anders zich zelf voorstanders van geweldloosheid, pacifisme en individuele dienstweigering voorstellen, zwijgen in alle toonaarden over het Atlantisch Verdrag. Wanneer zij op dit punt dan aan de tand gevoeld worden komt het antwoord, dat men maar liever er over moet zwijgen en zeker niet de strijd er tegen moet aanbinden, want... het is maar goed dat het verdrag tot stand komt, aangezien het de enige reële beveiliging is tegen de te verwachten Russische aanval. Een aanval, waardoor wij hier zo onder de voet zouden worden gelopen, omdat West-Europa nog maar 120 km breed is van Amsterdam tot Emmerik.

Zoals zo vaak, ook deze keer bedriegt de schijn. Uit het feit, dat er geen krachtige oppositie tegen het Atlantisch Verdrag aan het woord komt mag men niet afleiden, dat er voor de socialisten geen aanleiding zou zijn er zich tegen te verzetten. Integendeel. Het aanvaarden van het verdrag, het overnemen van de oude militaristische leuze „si vis pacem, para bellum’- bewijst niets ten gunste van het standpunt dergenen, die aan het woord zijn. Het bewijst wei de volstrekte onbekwaamheid tot het voeren van een eigen, onafhankelijke en zelfstandige internationale socialistische politiek. Het bewijst, dat de socialistische

beweging het geloof in de kracht van het eigen beginsel verloren heeft, dat zij het geloof mist, de kracht te kunnen zijn, die de ontwikkeling der gebeurtenissen beslissend kan beïnvloeden. Het is ten slotte de beschamende uiting van erkende machteloosheid, van de opvatting, dat de Amerikaanse vliegtuigen, tanks en atoombommen de enige reële bescherming van de democratie zijn.

Wie zich niet gemakkelijk van de wijs laat brengen door de stelligheid, waarmede bepaalde opvattingen worden geponeerd, wie integendeel weet, hoe vaak die stelligheid de eigen innerlijke onzekerheid en zwakte moet bemantelen, komt noch onder de indruk van het lijvige artikel van Barents in „Paraat”, noch gaat hij uit de weg voor de toon, die Van der Goes van Naters en anderen zich tegenover diegenen veroorloven, die de juistheid van hun handelen en hun inzichten op zijn minst betwijfelen. Wij willen in deze beschouwing de ethische en pacifistische motieven, op grond waarvan Banning en Buskes twijfel aan de juistheid van de aanvaarding van het Atlantisch Verdrag hebben uitgesproken, niet herhalen. Wij willen trachten het andere te doen: de vraag te beantwoorden, waarmee de hele Atlantische militaire politiek staat of valt: is er oorlogsgevaar ten gevolge van een dreigende Russische agressie? Staan wij aan de vooravond van een derde wereldoorlog?

Vooropgesteld dit. De beide achter ons liggende wereldoorlogen hebben met een niet mis te verstane duidelijkheid bewezen, dat oorlog voor iedere partij een zeer riskant bedrijf is. Men behoeft de wereldver-

TURK IJ E tussen Azië en Europa

Van Sultanaat tot basis van een Oriënt-pact?

Het verloop van het wereldgebeuren na de Tweede Wereldoorlog werkt het vormen van landen-groepen in organisatorisch-, staatkundig-, in economisch- of militair verband in de hand. De ontwikkeling in „Oost” zowel als in „West” werkt deze pactvorming wederzijds in de hand. De grootste en meest heterogene landenorganisatie is zeker de 10 Augustus bijeenkomende Raad van Europa, waarop ik in die dagen wel zal terugkomen. Deze eenheid strekt zich uit van Ijsland in het Noordwesten van Europa tot Turkije in het Zuidoosten. Dit laatste land zij hier mijn onderwerp.

In de historie zowel als in het heden houdt Turkije een been in het nabije Oosten en één in de Balkan. In mijn vorige artikel (over Griekenland) wees ik daarop reeds wat de positie in Europa betreft, ten aanzien van Azië zij er te dezer plaatse aan herinnerd, dat tot 1917 toe de Suitan-Khalif van Turkije enorm uitgestrekte gebieden onder zich had die van Jemen via Palestina zich tot Irak uitstrekten. Het was overwegend een geloofsverbondenheid, want de staatkundige band was niet zeer hecht. Trouwens in het „kleine” Turkije was veel buitenlandse invloed en kapitaal: in 1914 bezaten niet minder dan zes Europese mogendheden hun eigen postdienst. ’) Na de ineenstorting van het voormalige „Rijk van de zieke man” loerden Engeland en Frankrijk op een blijvende invloed aan de Dardanellen, de voor Rusland zo bij uitstek belangrijke zee-uitweg naar het Zuiden. Het verdrag van Montreux “) hier-

over was in de eerste plaats een overwinning voor het nieuwe nationale Turkije van Kemal Pasja (Atatürk) dat méér, een nederlaag voor Rusland dat minder invloed kreeg in de status van de Dardanellen dan het verwachtte op grond van hun resp. nederlaag en zege in de eerste wereldoorlog.

Kemal Pasja Atatürk (hetgeen betekent: Vader der Turken); deze naam is een symbool voor het moderne Turkije, betekent een geheel eigen tijdperk voor het land.

Het „Kamalisme”, zoals Kemal Pasja’s program wordt genoemd, geeft het karakter weer van het huidige Turkije: republikeins, nationalistisch, ja zelfs etatistisch, revolutionnair en laïcistisch.

Republikeins, omdat thans de macht van de President in de Grondwet is vastgelegd, en geen Sultan zich een nagenoeg absolute macht kan toeëigenen. Nationalistisch: Atatürk heeft het patriottisch gevoel bij de Turken zeer aangewakkerd; een groot superioriteitsgevoel is hiervan het gevolg, indien het althans is opgewekt uit de onverstoorbare levenshouding. Revolutionnair: Turkije was in zovele opzichten achterlijk bij Europa, dat Kemal Pasja met geweld ingrijpende hervormingen invoerde. Hij kon niet wachten op een evolutionnaire gang van zaken, wilde zijn nationale staat zich niet achtergesteld zien bij Europa.

Etatistisch: De staat beheerst het econ. en culturele leven: uitgebreide bedrijfsexploitatie, strenge contróle op particuliere ondernemingen. Laïcistisch, omdat het meest sprekende

verschil met het Suitanaat-Khalifaat is: scheiding van Godsdienst en Staat. Verder is de Turk fatalistisch en gewoon aan dictatoriaal bestuur, dat er nog steeds enigermate heerst.

Onmiskenbaar staat dit moderne Turkije aan de kant der Europese democratie tegen – over de Sowjet-Unie. Geografisch horende tot het Nabije Oosten, neemt het hier als mohammedaanse staat een aparte, soms bemiddelende positie in. Zo is het het enige isiamietische land dat de Joodse Staat de facto heeft erkend en nam het met Frankrijk en de Ver. Staten zitting in de verzoeningscommissie der Ver. Naties van Palestina. Met de Arabische Liga, speciaal Syrië, bestaat een soms gespannen verhouding. Militair is Turkije een mogendheid van betekenis, de enige in het Middellandse Zeebekken (met Spanje in het Westen). Vandaar de intense Amerikaanse belangstelling en hulp, daar Turkije de eerste barricade is bij een communistische aanval naar het Zuiden.

Het Griekse vraagstuk speelt hierbij ook een rol, maar voorlopig zal een opnemen van Griekenland in een Oriënt-pact een verzwakking betekenen. Of dit onderhands besproken Oriënt-pact zich nog verder zal uitstrekken dan Italië, Groot-Brittannië en Frankrijk, met name de deelneming van Israël en de Arabische Staten, zal nog veel diplomatieke besprekingen kosten.

M. C. TIDEMAN.

') Dr W. E. Noordman, de RepuMek Turkije, uitg. Boom, Meppel, pag. 161. Dit is het eerste deel van een interessante „Terra-Bibliotheek”. “) Prof. dr C. D. G. Brandt: De zee-engten. Brochure van het Ned. Genootschap voor Internationale Zaken te ’s Gravenhage.