is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 48, 1950, no 23, 11-03-1950

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

EEN REALISTISCHE EN EEN „REALISTISCHE” FILM

Dmytryk, wiens kunstenaarschap en moed wij in „Crossfire” bewonderd hebben, heeft ons met zijn nieuw in Engeland gemaakt werk „Ons dagelijks brood” een van de meest consequente sociale films gegeven. Hoe arbeiders in New York naar geborgenheid hunkeren hoe kapitalistisch winststreven ook voor de misdaad niet terugschrikt hoe het kwaad slechts kwaad kan voortbrengen hoe langdurige werkloosheid de mensen verplettert: wij zien het in deze uitmuntende film die ons verhaalt van het leven van een Italiaans arbeidersgezin in Amerika, in „goede” en slechte jaren tussen de twee wereldoorlogen. En Dmytryk vertelt een en ander als een man die niet alleen z’n filmwereld] e ziet, maar die de wereld kent en haar maatschappelijke verhoudingen (wanverhoudingen) doorziet.

P. Dupont. Ploegende boer

Een onderwerp dat op andere wijze in een boek als de „Dreigroschenroman” van Bert Brecht werd behandeld, staat ook in „Ons dagelijks brood” op de voorgrond: ten einde zo goedkoop moge lijk te bouwen ten einde het „laagste bod” te kunnen doen, worden door een ondernemer alle veiligheidsmaatregelen verwaarloosd; arbeiders worden ingepalmd, opdat zij het bedrog niet in de gaten krijgen. En één van die arbeiders verleent, na een zware gewetensstrijd, zijn medewerking aan dit bedriegiijke spel, dat voor hem zelf, wanneer hij eindelijk tot beter inzicht is gekomen, noodlottig eindigt.

Hoe heel het bestaan van een arbeidersgezin, van kinderlijke en oprechte mensen, bedorven en uiteengerukt wordt door omstandigheden die het gevolg zijn van bruut en onscrupuleus kapitalistisch winststreven, beleven wij in deze film, welke naar een novelle van Pietro di Donato werd vervaardigd. Hetgeen hier werd uitgebeeld, moest zo sober en eenvoudig mogelijk zijn in de vorm; dan slechts kwam hij met de inhoud overeen. Dmytryk heeft niet meer en niet minder gedaan. Maar ook de gewone bioscoopbezoeker zal, naar ik hoop, ontdekken, dat het realisme in deze film op een hoger plan staat: in dit realisme ligt, niet diepzinnig verscholen en niet geforceerd, het symbolische. Dit zinnebeeldige is in de kringloop van het verhaal te vinden, en buitendien in veel episoden (tot het eind’ toe, het waarlijk beklemmende eind’ van de dood van de arbeider Geremio, die levend begraven wordt in de stof van de materie, in mortel en cement). Logisch vloeien de gebeurtenissen uit het gebeuren zelf voort, en zij ontwikkelen zich in het rhythme der film, dat hier even logisch het rhythme is van de arbeid en het eigen rhythme van de ellende, die ten slotte in een duizelingwekkende vaart, gelijk een lawine, huizen, mensen, geluk en dromen verbrijzelt.

Er zijn maar weinig films die de zo nodige sociale bewustwording kunnen bevorderen;

één van die zeer zeldzame werken is Dmytryks „Ons dagelijks brood”. Een van die werken is niet „Rittere rijst” van Giuseppe de Santis. Het Verhuurkantoor dat deze film uitbrengt, heeft een serie van 9 foto’s samengesteld, die het bewijs moeten leveren, hoe „realistisch” deze film wel is: 5 van die foto’s tonen ons geraffineerd geklede (of net niet ontblote).

meer of minder agressieve jonge danles, terwijl op 4 er van deze schoonheden van wie één trots als een „nieuwe Rita Hayworth” wordt aangekondigd door heldhaftige mannen vergezeld worden. Dit Verhuurkantoor had een goede neus, niet alleen wat de publieke smaak, maar ook wat het wezenlijke van deze nieuwe Italiaanse film betreft.

Zij speelt op de Po-vlakte, waar jonge vrouwen samengestroomd uit alle delen van Italië zo primitief mogelijk, tot aan de knieën in het water staand, „rijst plukken” (het kaf van de rijstplanten verwijderen). Een groot onderwerp. Een adembenemend sociaal thema. Daar is de Santis echter niet aan toe gekomen. Deze sfeer van het siopende werk ontbreekt. Dat wij hier met sociale misstanden te maken hebben... nergens komt het tot uitdrukking. De aanklacht waar is zij ? De Santis heeft de Po-vlakte, het milieu van de rijstpluksters, als een soortement décor van romantische ellende gekozen (en komt hiermede in de gevaarlijke nabijheid van dozijnen Franse rolprenten!); het is hem gelukt enkele op zich zelf opwindende, bezeten scènes te geven (en de opwinding is hier in de sexuele prikkeling gelegen, hei-

Een zwarte grond, waar zwaar de druk van ’t kouter door komt en rul van boven (zoals ook de ploeg het rul maakt)

is opperbest voor koren; uit geen landschap ziet ge méér zware ossenkarren traagzaam huiswaarts keren; zo óók grond, waar de boer verwoed het bos gerooid heeft:

het hout heeft hij gekapt, dat jaren lang niets opbracht en de oude vogelhuizinge tot de naakte wortels gesloopt. Zij kringen in de lucht, van ’t nest verdreven,

maar in de barre grond flitst d’ ingedreven ploegschaar.

Vergilius. Het boerenbedrijf (Georgica), vertaald door Ida Gerhardt. Zo juist verschenen bij „De Bezige Bij" A’dam. f 4.90.

Uit de film; Ons brood