is toegevoegd aan je favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 48, 1950, no 23, 11-03-1950

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

JUDAS

De bijbel wijdt aan Judas niet meer woorden dan strikt nodig is. Geen ogenblik stelt de bijbel het voor, of Judas de grote tegenspeler is, die eindelijk zijn kans schoon ziet en door verraad zijn slachtoffer uit de weg ruimt. Er worden zo weinig woorden aan Judas gewijd, dat hij niet veel meer dan een schaduwgestalte blijft, die even op het toneel verschijnt om daarna voorgoed in de duisternis te verdwijnen. Daarom doen wij er niet goed om aan Judas overdreven veel aandacht te schenken, alsof hij eigenlijk de hoofdpersoon van het drama is. Te gauw maken wij ons schuldig aan de romantiek van het verraad, te weinig zien wij de kleinheid van geest, waardoor het reeds tevoren verwonderlijk mag heten, dat deze dingen in de wereld zo’n opzien baren. Voorzover wij het begrijpen, mogen wij zeggen, dat Judas het slachtoffer van een machtsdroom geworden is. Op zichzelf zijn machtsdromen niets uitzonderlijks. Zelfs in de kring van de andere leerlingen groeiden machtsgedachten, die heel weinig verschilden van die van Judas. Als de moeder der beide Zebedeus-zonen bij Jezus komt om van een ere-plaats in het komende Koninkrijk verzekerd te zijn, is dit niets minder dan een machts-droom. Ten slotte is het echter zo gelopen, dat niet de zonen van Zebedeus, maar Judas de daad volvoerd heeft, die de vertolking van de machts-droom is.

Is het wonder, dat zich in deze tijd een vergelijking tussen Judas en Westerling aan ons opdringt? Is ook deze Westerling niet van een machtsdroom bezeten, die hem ten slotte op de troon van Indonesië moest brengen? Is ook hij niet de verrader, die op buitengewoon gevaarlijke wijze de vrede in gevaar heeft gebracht? Wij kunnen de vergelijking verder voortzetten. Judas is een mens, die op zijn berekening vertrouwt, een handig koopman, die met zijn slimheid een hoge positie tracht in te nemen. Judas ziet de mens als middel om zijn doel te bereiken, onschuldigen, weerlozen vallen, omdat de droom van de macht meedogenloos is. Judas ergert zich onuitsprekelijk aan de wereldse onmacht van Jezus; het ezel-

tje, dat bij de intocht van Jeruzalem dienst doet, is het toppunt van belachelijkheid. Macht is het besUssende in het leven van Judas. Maar macht leidt tot vereenzaming en macht zonder Uefde is ten dode opgeschreven. In plaats dat Judas zijn plaats op de troon inneemt, die door Jezus wordt leeg gelaten, eindigt hij zijn leven aan één of andere boom. Zelfs de overprlesters, die van zijn dienst een zo dankbaar gebruik hebben gemaakt, hebben niets anders dan een snauw voor Judas over, wanneer hij hun het geld terugbrengt.

Judas is echter niets meer dan een pion geweest, die de massa naar voren heeft geschoven. Laten wij dit niet uit het oog verliezen! Laten wij dit ook niet vergeten, als wij over Judas-Westerling oordelen. Achter Westerling staat een duistere Ku-Klux-Klan, die zich behendig achter een masker verborgen houdt. Dat deze massa in omvang niet gering is, staat voor een ieder vast, die het politiek gesprek in trein of op straat volgt. Zij gnuiven, wanneer er een Westerling opstaat, zij lachen, ook al wordt de wereldvrede in gevaar gebracht, zij schelden, als iemand op het gevaar hiervan wijst. Maar als het er op aan komt, zijn zij verraders met de verrader. In hun trouweloosheid kunnen zij naast de overpriesters staan, die de deur van de tempel voor Judas’ neus dicht smijten. Een ieder, die in dienst staat van de massa, ondergaat onherroepelijk de vereenzaming der massa. Alleen het kruis heft deze vereenzaming op. Het kruis zelf verzwijgt de hopeloosheid der eenzaamheid niet. Wie eenmaal goed gehoord heeft wat Jezus in zijn doodsnood tot God spreekt, vergeet dit nooit. Maar het laatste woord wijst op datgene, wat volbracht is. Jezus gaat niet eenzaam in de massa onder, zoals een machts-wellustige ohherroepelijk aan de ellende van zijn dwaasheid ten prooi valt. De liefde wint het van de eenzaamheid en de ellende en daarom is het kruis het uitzicht voor allen, die zich zwak en machteloos in deze wereld voelen. Het kruis sterkt ons in het geloof, dat eens de zachtmoedigen het aardrijk zullen beërven. A. F. L. VAN DIJK.

geen immers ook door de regisseur was bedoeld) van wilde dansen, van een extatisch rhythme, waarop en waarin mannetje en wijfje elkaar vinden.

In Dmytryks „Ons dagelijks brood” volgden wij de levensweg van een man en wij werden gegrepen door het lot van de massa. In „Bittere rijst” zien wij om de paar minuten een groep, een „massa” en wij weten: dat Verhuurkantoor heeft gelijk; het gaat hier om de „sterren”, om het sensationele verhaal, de liefdeshistorie, de dief en zijn gestolen juwelen, de rechtschapen

soldaat die tot slot de voor hem bestemde rechtschapen vrouw krijgt, terwijl de bandiet neergeknald wordt en het door hem misleide meisje zeer decoratief de dood zoekt.

Dat hierbij een zengende zon, een interessant landschap, expressieve vrouwengezichten, bergen rijst (o.m. dienst doende als speel- en rustplaats voor het hartstochtelijke liefdespaar) uitstekend te pas komen, spreekt vanzelf. Je kunt natuurlijk van alles en nog wat zoeken in dit „tragische verhaal”; door sommigen worden religie en klassieken er bij gesleept. Maar neen... Dmytryk heeft zijn „Ons dagelijks brood” gemaakt, omdat hij veel op zijn hart had wat hij door middel van de film zeggen moest. De Santis heeft ~Bittere rijst” gemaakt, om zo veel mogelijk publiek te trekken.

Het realisme van „Bittere rijst” is dat van het romannetje uit de achterbuur tbibliotheek en niet dat van „Fietsendieven”, „Ons dagelijks brood” of ook van De Santis’ oudere film „Tragische jacht” (waarvan hij enkele motieven, minder zinvol en overtuigend, voor zijn „Bittere rijst” heeft gebruikt). H: WIELEK.

Vonkjes

Uit de film: Bittere rijst

Anderhalve week geleden is er een nieuwe groep 14—16-jarigen bij ons gekomen. Ze voelen zich al gauw thuis en dan is het een drukte van belang in onze huiskamer. Je zit er eerst wat onwennig tussen: je kent ze niet, je weet alleen, dat er bij zijn, die thuis moeilijk zijn en anderen, die het door huiselijke omstandigheden moeilijk hebben. Maar wie het zijn? Een paar kinderen van het platteland heb je er gauw uit. Ze hebben in hun woonplaats niet zo veel ontwikkelingsmogelijkheden en vader en moeder getroosten zich graag nog een opoffering, om de dochter een heel klein beetje beter voorbereid het leven in te laten gaan.

Nu de meisjes er een dag of tien zijn, komt er al wat tekening in de groep. Daar heb je in de eerste plaats de drie houtduifj es. Waarom ze zo heten? De grote groep is in zes kleinere groepjes verdeeld, die allemaal een vogelnaam dragen. Ze mogen zelf de groepen vormen en drie kleine, magere, slecht-uitziende Rotterdammertjes kruipen dadelijk bij elkaar en zijn niet meer te scheiden. Met nog drie anderen vormen ze de Houtduiven-groep, maar als we het onder elkaar over de houtduifjes hebben, bedoelen we die drie. Nu zou het zó gaan: de slaapkamers wijzen wij aan en dan is het ons streven om meisjes uit verschillende groepen bij elkaar te laten slapen. Maar de drie houtduifjes waren niet te bewegen van elkaar te gaan en ten slotte kregen ze een kamertje voor drie, waar ze zielsgelukkig mee waren. Heel merkwaardig was, dat geen van de anderen er een aanmerking op maakte.

Nu zijn ze gewend en helemaal thuis. Ze zijn nog steeds erg aan elkaar verknocht, al maken ze ook nogal eens ruzie. Maar ze hebben een ding gemeen: ze hebben te weinig gespeeld in hun leven en halen dat nu haast ademloos in. Ballen kunnen ze wel een uur achter elkaar. Als er officieel „handenarbeid” op het programma staat, vragen zij: mogen we met klei „spelen”? En dan „spélen” ze een hele middag met klei! Deze week was er een leidster jarig en de houtduif jes zouden slingers maken, om de huiskamer mee te versieren. Ze waren er zo in, dat ze clandestien naar hun kamertje gingen, toen ze eigenlijk les in kinderverzorging hadden, om de slingers af te maken! Zo iets kan in een ordelijke samenleving natuurlijk eigenlijk niet en dat hebben we ook wel geprobeerd, ze duidelijk te maken. Maar ze begrepen het eenvoudig niet. Die slingers waren veel belangrijken En dan zie je in je gedachten de troosteloze straat, waarin ze wonen en je weet, dat ze nog maar zo kort, zo heel kort kunnen spelen en plezier zullen hebben in spelen. En dan vind je zelf de slingers ook belangrijker dan de les! C. H. D.

Paasdagen in het Eijkmanhuis

Van Zaterdagmiddag 8 April tot Dinsdagmorgen 11 April (Pasen) ontvang het Directorium van Kerk en Wereld gaarne gasten is het Eijkmanhuis. Deze gastendagen staan onder leiding van de heer en mevrouw mr A. W. Kist. Men is geheel vrij om al of niet deel te nemen aan de gezamenlijke activiteiten. Het Eijkmanhuis heeft overwegend één-persoonskamers, electrisch verwarmd, stromend water op alle kamers, koude en warme douches, ruime eet- en cohversatiezalen en een beschut terras op het Zuiden.

Prijs per persoon ƒ 14, echtparen ƒ 25, kinderen van 6—16 jaar ƒ 10. Spoedige aanmelding gewenst aan het Directorium van Kerk en Wereld, „De Horst”, Driebergen,