is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 48, 1950, no 39, 01-07-1950

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Vertwijfeling en verder

NAAR AANLEIDING VAN ANNA BLAMANS, DE KRUISVAARDER

Een studie van een onzer jongere essayisten voert de titel „De dagen der artistieke vertwijfeling”. Ik heb dat boek nog alleen maar van bulten gezien, maar het Is niet moeilijk te vatten waar de schrijver op doelt. De litteraire productie van na de oorlog draagt over het algemeen het stempel van een grote somberheid, niet alleen nationaal maar ook Internationaal: Ik herinner bijv. aan de roman Het vijf en twintigste uur, waarover Banning In ons nummer van 3 Juni schreef, of aan de Amerikaanse oorlogsroman Helden zonder Glorie. De opvatting schijnt vrijwel gemeengoed, dat wie een ernstig mens Is en de ogen niet sluit voor de feiten, het leven alleen nog maar In de somberste kleuren kan zien: wreed, zinloos, zonder perspectief.

De kunstenaar die zich niet aan romantl- , sche begoochelingen overgeeft, zal dus de „artistieke vertwijfeling” tot uitdrukking hebben te brengen, die bij onze tijd behóórt. Is dat zo? Moeten wij gewone mensen dus de vertwijfeling, al of niet artistiek, aanvaarden als ons bescheiden deel In dit tijdsgewricht? Het valt niet tegen te spreken, dat deze geesteshouding op een gemoedelijk optimisme een zekere adel en een zekere diepzinnigheid vóór heeft. Alledaagse en vlakke naturen komen aan de vertwijfeling niet toe. Intussen Is het misschien goed ons te herinneren, dat de hoop door Paulus In een adem met het geloof en de liefde wordt genoemd, en dat de wanhoop, of liever gezegd de vertwijfeling, door de Katholieke theologie wordt geoordeeld niet als een beklagenswaardig lijden, maar als een zware zonde.

Ik wil hier overigens niet theologiseren. Ik schrijf over moderne Nederlandse litteratuur. Ik heb met Vestdijk te maken, met Jo Boer, met Cola Debrot, met Anna Blaman, al diegenen die schrijven vanuit de bitterheid, de haat, de troosteloosheid, al diegenen die verkeren of verkeerd hebben aan de grenzen van de wanhoop. En dan

zou Ik de stelling willen poneren dat de wérkelijke, volledige wanhoop psychologisch oninteressant Is en litterair onvruchtbaar. In alles wat deze mensen schrijven zit pas muziek, niet alleen moreel, maar ook litterair gesproken, In zoverre hoop en vertrouwen zich In hen verzetten tegen de wanhoop.

Ik vind „De Krulsvader” van Anna Blaman‘), In tegenstelling met het geruchtmakende, maar m.l. mislukte „Eenzaam Avontuur”, een waardevol boek. Waarom? Omdat het In een, overigens zeer gedempt, majeur eindigt? Nee, omgekeerd: de hoofdpersoon heeft pas tot deze bescheiden mate van aanvaarding kunnen komen, en de auteur heeft pas een wat milder en meer positief klinkend boek kunnen schrijven, nadat eerst een ontzettende hoop bitterheid, levensrancune en mensenhaat was overwonnen.

Het verhaal speelt aan boord van een schip, dat op weg naar Indonesië op een mijn loop en vergaat. De vier, vijf mensen die wij In de voorafgaande bladzijden hebben leren kennen, laten daarbij het leven. Eén echter, de hoofdpersoon, wordt gered. Deze jonge vrouw, Vlrglnle van Loon, was juist degene die het minst aan het leven hechtte en door het lot het slechtste was bedeeld. Toch loopt het ten slotte zo, dat degenen die verdrinken, vrede kunnen hebben met hun dood, en dat de ongelukkige Vlrglnle vrede heeft met het leven.

Vlrglnle van Loon Is lelijk; niet maar gewoon lelijk, maar bepaald afstotend. „Een lelijk meisje staat overal naast”, heeft zij als kind haar moeder horen zeggen, en haar leven, totdat zij verbitterd en wanhopig uit Holland wegvlucht naar Indonesië, Is daarvan de bevestiging. Niemand houdt van haar. Medelijden Is het allerbeste waarop zij aanspraak kan maken. Haar familie neemt haar kwalijk dat zij ongelukkig Is. De man die zij voor een eerlijk vriend hield, praat achter haar rug over haar op een

manier waardoor zij gruwelijk wordt -gekrenkt en vernederd. Welke waarde heeft het leven nog voor Vlrglnle van Loon? Het enige waarop zij nog hoopt, Is fatsoenlijke vijandschap In plaats van valse vriendelijkheid.

Het spreekt dunkt mij vanzelf, dat deze problematiek van psychologische aard Is. De schrijfster mag zich nog zo beijveren om ons van Vlrglnle’s uitzonderlijke lelijkheid te overtuigen („de lelijkste vrouw ter wereld”, „wat een gezicht, God zal me bewaren’, „een apenbek”, etc.), maar het komt er toch op neer, dat die Vlrglnle zich met een ware hartstocht met haar eigen lelijkheid heeft geïdentificeerd. Juist daarom Is het aannemelijk, dat een andere Innerlijke houding, zoals zij aan het slot van het verhaal bereikt, ook de gang van haar leven veranderen zal.

Waarschijnlijk had de schrijfster met de ellende van Vlrglnle gemakkelijk 300 bladzijden kunnen vullen. Dan hadden we een realistische roman gehad, levenswaar, knap, somber en langdradig. In dit kleine boekje worden misschien 20 bladzijden aan het geval-Vlrglnle gewijd, maar ze zijn van een zo Indringende scherpte, dat Ik er de „roman” graag voor cadeau geef.

Het gaat de auteur ook trouwens niet om dit Individuele geval, maar eerder om de algemene vraag of leder mensenleven tot teleurstelling en eenzaamheid gedoemd Is, of het geluk waarvan men droomt altijd onbereikbaar blijft. Kwaadaardig spreekt zij ergens van „het grote schaakspel waarin wel eens een heel enkele keer het Noodlot een partij verliest tegen de verlangens van het menselijk hart”. Haar antwoord Is dat het geluk Inderdaad onbestaanbaar Is, en de Ideale liefde, die het geluk zou moeten brengen, een hersenschim.

Er komen In dit verhaal een paar mensen voor, de vrouw Loulse en de jonge stuurman, In wier ontmoeting die „Ideale liefde” voor ons wordt uitgebeeld. Romantischer Is

VONKJES

Onze hulsvrouwencursus! Daar verheugen we ons altijd op! Je ziet veel oude bekenden: die en die Is er van verleden jaar, anderen van voor twee of drie jaar. Moeders zijn er van meisjes, die een cursus „Tussen school en leven” volgden, ook vriendinnen van die moeders. Een paar zijn eerst, heel kort, wat onwennig: ze hebben door krant of radio van deze bijeenkomst gehoord en komen nu eens poolshoogte nemen.

Als de eerste maaltijd achter de rug Is, Is het Ijs gebroken en hoor je overal gezellig praten. Na een Inleiding, een groepsdiscussie of een boekbespreking wordt het niet alleen gezellig praten, maar zie je mensen met elkaar in een ernstig gesprek gewikkeld. Zorgelijk zien ze er soms uit, enkelen gaan fluisteren. Die ene mevrouw luistert begrijpend naar haar buurvrouw, je ziet

aan haar gezicht, dat ze „erin” Is en dat ze door dat met haar hart luisteren de ander troost.

Het onderwerp van de bijeenkomst Is „De vrouw en haar leven”. De Inleiders weten te boelen. Maar dat Is niet het voornaamste. Ze weten te wekken. Ze maken ddt In de vrouwen wakker, maken ddt bewust, dat In velen leeft, maar vaag, onomlljnd, In elk geval niet doordacht Is. Alles wat gezegd wordt, Is eigenlijk zo begrijpelijk, zo vanzelfsprekend. Het sluit aan, bij wat leder beleeft en het Is, alsof je even bulten jezelf komt te staan en objectief je persoonlijkheid kunt beschouwen.

We hebben In deze bijeenkomst, waar het over de vrouw ging, niet de mannen afgekamd, ook niet opgehemeld. We hebben man en vrouw bekeken, vergeleken, ten slotte beter begrepen. Er Is een drang In

ons gekomen, ons zelf onder de loupe te nemen, aan ons zelf te werken. We hebben aan sommigen gezien, dat niet ons leven er het meeste op aan komt, maar de houding, die we er tegenover aannemen. Die moeder, die zoveel had moeten afstaan en die toch zo dankbaar was voor wat ze aan geluk en harmonie bezat. En aan anderen zagen we, hoe makkelijk een mens er toe komt, altijd zich slachtoffer te voelen, altijd weer de dupe te zijn In eigen ogen.

Er is een band geweven. Geen band voor het leven, geen sterke, onverbreekbare band van mens tot mens. Maar wel de band, die ons als strevende, strijdende mensen met elkaar verbindt, die ons het gevoel geeft, dat we met onze moeilijkheden, op welk gebied ook, niet alleen staan. We weten en hebben ervaren, dat de wereld om ons heen niet alleen koud en vol vijandschap Is, zoals zoveel mensen zeggen. Neen, we hebben mogen zien, dat wij en velen met ons ook bereid en in staat zijn, ons In onze medemensen te verdiepen, hun moeilijkheden te helpen doorzien en zo elkaar te steunen. C. H. D.