is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 48, 1950, no 44, 12-08-1950

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De massa en haar held

De boksfilm „Niet volgens afspraak” heb ik enkele weken geleden in „Tijd en Taak” besproken, en ik noemde het publiek in de arena, dat wellustig toeziet, hoe de boksers op elkaar losbeuken, hysterisch en bloeddorstig; ik wilde o.m. zeggen, dat door de houding van het publiek de match bepaald wordt.

En ik zou nu, schrijvende over de bijzonder zuivere en boeiende Amerikaanse film van Robert Rossen, „All the king’s men” (De carrière van Willi Stark), kunnen doorgaan met te zeggen, dat de macht, de op demagogie, corruptie, bedrog en moord gebaseerde macht van die dorpspoliticus Stark die het tot gouverneur brengt, haar eigenlijke grondslag vindt, eveneens in de houding van het publiek.

Hier is het niet de boksring, waarin de gebeurtenissen afschuwelijk realistisch, ondubbelzinnig symbolisch zich afspelen, doch het forum van de Amerikaanse provincie. En de held is Willi Stark die alle middelen te baat neemt om zijn doel te bereiken. Wie echter is hiermede gebddt? De massa die in de handige, de hypnotiserende bruut Stark gelooft? Die haar school en haar kermis en haar ziekenhuis, die Stark haar heeft beloofd, mits zij hem tot gouverneur zou kiezen, ook krijgt van gouverneur Stark? Waaróm echter ontvangt zij die mooie en nuttige dingen cadeau?

Ter meerdere glorie van de machtswellusteling Stark, die zijn macht niet wil verliezen, die nog hogerop wil... op de ruggen der gewillige massa, die haar held toejuicht en hem uit heel wat benarde situaties redt.

„De mensen zullen denken, wat ik hun vertel te denken”, betoogde de krantenmagnaat Kane (in de voortreffelijke film „Citizen Kane” van Orson Welles). Stark Is eveneens deze mening toegedaan. En, ziedaar, hij krygt gelijk ook. Terwyl Kane echter, zich verre houdt van het „gepeupel”, zoekt Stark de straat. Kane klom omhoog op bergen geld, Stark werd gedragen door de massa.

En hierin schuilt dan ook de treffende ironie van de oorspronkelijke titel van deze film „All the king’s men”. Hij, de machtige Willi Stark, man zonder scrupules, kan bouwen op zijn leger der kleine luyden. WÓ.S de modderpoel er al, voordat Stark is komen opdagen, en werd die poel slechts groter door zyn misdaden? Of moet men in Stark de graver van de modderpoel zien? Hiernaast en hiermede komt die andere vraag naar voren: was Stark van natuur slecht, of wérd hij slecht, toen hy „groot” werd? Toen hij nog onbeduidend was en met hem de draak gestoken werd, sluimerde in hem de wil tot het kwade. Het

groeide echter mét de groei van zijn macht. Deze film zal u op het eerste gezicht niet veel hoop meegeven op uw weg. Integendeel, zij ontmoedigt, zult u misschien zeggen. Want de film doet u mensen zien, die veelal goed willen blijven, maar allemaal zonder uitzondering struikelen; sterker dan geweten, goedheid, scrupules is de kracht van het onbeperkt brute (het „mannelijke”, het „heldhaftige”). Ja, zij werkt ontmoedigend, meer nog: zij heeft de werking van een schok. Deze schok echter dunkt me noodzakelijk in onze situatie eri in onze samenleving. Een schok zou ons pas kun-

nen doen beseffen, wat er zoal rot is Een dergelijk wonder zou deze film een van de beste der laatste jaren kunnen bereiken, omdat zij compromisloos eerlijk en consequent is tot het eind toe.

Wat ik vaker bij soortgelijke filmwerken gezegd heb, moet ik thans herhalen: die film geeft ons geen reeks tractaatjes. Wat zij ons vertelt, vertelt zij in een meeslepend rhythme, dat geen ogenblik verslapt, door middel van acteurs en actrices die vervuld zijn van leven en wier uitdrukkingskracht ons op ongewone wijze boeit, door het scheppen van een sfeer, zoals wij tot nu toe maar in weinig Amerikaanse rolprenten hebben gezien. Zes van de negen voor de beste Amerikaanse films van 1949, door de belangrijkste Amerikaanse critici beschikbaar gestelde prijzen werden aan „All the king’s men” toegekend: een moedige daad, die van juist begrip getuigt. Een moediger daad was het vervaardigen van deze film. Een tjrpisch Amerikaanse film, zegt u? Alleen van toepassing op Amerikaanse verhoudingen? Ten dele is dit zo. (En daarom óók een daad van de Amerikaanse regering die niet zo dwaas was deze film te verbieden.) Maar misschien hebt u „Hitler in ons” gelezen? En dus weet u, wat ik beweren wil...

En ook dit wil ik beweren: dit soort films is nodig. Nodig als scholen en spelen en ziekenhuizen (waarmede bedrieger Stark het volk omkocht en waarvan de noodzakelijkheid door goedwillende politici soms niet voldoende wordt beseft) ... H. WIELEK

. . . .en haar held”

Langs de Zeeuwse stromen (II)

Wij strijden allen voor het eigen recht van onze provincie, wij weten ons één in de strijd tegen het water. Bovendien spreken wij met enige trots van de Zeeuwse mystiek, de Zeeuwse mentaliteit. En dit alles, juist omdat wij onderUng zo verschillend zijn, omdat de nuancering zo rijk is.

Zeeland heeft een rijke geschiedenis van moeite en zorg, van strijd en overwinning. Hierdoor is een besef van gemeenschap en verbondenheid gekweekt, dat diep geworteld is. Telkens weer grijpt men in krant en boek terug op dit verleden, bij geen feest zal een praalwagen met Jacoba van Beieren ontbreken! En ook in het heden bü alle problemen van wederopbouw en volkshuisvesting komt het bewustzijn van „in één gemeenschappelijke stryd te staan” steeds weer boven, want men weet zich niet geheel ten onrechte achtergesteld by „Holland”.

Het isolement, dat met de geographische ligging gegeven is, bewerkt enerzijds een nauwe verbondenheid, anderzijds is het hierdoor moeilijk zich te ontworstelen aan het gevoel van misdeeld te zijn. Gevolg van dit alles is, dat men zich op eikander aangewezen weet en nauw onderling contact zoekt; de talloze verenigingen en corporaties met typisch Zeeuwse doelstelling zijn er getuigen van.

Wij weten ons één in de strijd en dit niet alleen in de afweer, maar ook en bovenal in de opbouw. De organisatie en voorlichting op het gebied van landbouw en fruitteelt zijn tot ver over de grenzen bekend. En toch is het tot kort geleden eigenlijk zo geweest, dat de boer niet in tel was; een opvatting, welke helaas nog steeds doorwerkt. De reactie der plattelandsbevolking hierop is begrijpelijk: het besef van achteruit gezet te worden heeft als onvermijdelijke keerzijde een grote mate van eigenwaarde-gevoel. Voeg hierbij de strijd tegen het water, welke vóór enkele jaren weer zo

verbitterd gestreden moest worden, dan begrijpt ge, dat deze provincie een eigen en apart karakter krijgen en behouden moest. Wel en ziehier een wijd veld van onderzoek voor sociologen en sociaal-psychologen! kunnen wij ons niet vrij houden van invloeden der moderne techniek, bioscoop enz., kortom van alles wat de 20e eeuw ons aan „zegeningen” te bieden heeft. Het zou trouwens ook onjuist zijn dit te willen, maar wat ons steeds meer opvalt en betrekkelijk makkelijker dan elders hier gadegeslagen kan worden is het volgende: de aansluiting aan de „nieuwere” dingen geschiedt op veelal weinig gelukkige wijze. Dit is zeker niet typisch Zeeuws, doch komt tegen de achtergrond, welke wij hebben getracht te tekenen duidelijk naar voren. Wat de tegenwoordige tijd te bieden heeft aan vooruitgang in velerlei opzicht Is iets, waarvoor wij dankbaar moeten zijn, doch het bergt ook gevaren in zich.

Want Zeeland, gelijk menig ander agrarisch gebied, heeft het langst de slechte, vooroorlogse sociale toestanden gekend, maar het heeft ook veelal wederom gelijk elders niet de geestelijk sterke benen om de veranderingen, welke verbeteringen willen zijn, te dragen. Achter de sociale problematiek staan de geestelijk-zedelijke vragen, die om een antwoord roepen, wil de „vooruitgang” werkelijk vruchten af werpen. Juist de vele eenvoudige en trouwe geesten, waaraan onze provincie zo rijk is kunnen hiertoe moeilijk de kracht opbrengen. Veelal zoekt men juist aansluiting aan het lagere en mindere van hetgeen bijv. in bioscoop, ontspanning en cultuur wordt geboden. De crisis der hedendaagse cultuur herhaalt zich te onzent in het klein! Daarbij moet ons de opmerking van het hart, dat door alle sociale en kerkelijke geledingen de taak van voorlichting op het gebied der geestelijke volksgezondheid enz. enz. niet wordt verstaan. Een onafzienbaar

~De massa. , .