is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 48, 1950, no 46, 26-08-1950

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Leestafelnieuws

Vandaag eens een paar exegetische werken, die toevallig op onze boekentafel belandden. Ik meen, dat iedereen zijn nut kan doen met nu en dan eens iets in de marge van de bij'bel te lezen, want laten we het maar toegeven: de bijbel is moeilijk. Persoonlijk kan ik geen vertrouwen in stichtelijkheid opbrengen, als ze steunt op twijfelachtige tekstinterpretatie. En hoe men overigens ook de goddelijke ingeving der H. Boeken meent te moeten verstaan, men zal toch moeten uitgaan van het goed begrip dezer historische teksten. Daarenboven, de bijbel is geschreven in een tijd en een cultuur ver verwijderd van de onze. Hij kan pas tot spreken komen tot ons, als we hem horen vanuit zijn eigen achtergrond. Generaties van geleerden hebben met niet>aflatende ijver deze afstand iwgen te overbruggen. Laten we darikbaar zijn voor hun inspanning en er van profiteren:

Korte verklaring der H. Schrift. Met nieuwe vertaling. Genesis door Ds. G. Ch. Aalders. Uitgave J. H. Kok, Kampen 1949. Deel I 320 blz. ƒ 4.95. II 224 blz. ƒ 3.95. 111 233 blz. ƒ 4.25. 2e druk.

Een groep theologen van de Gereformeerde Kerk heeft voor de oorlog ondernomen de gehele bijbel in kleine boekjes opnieuw te vertalen en van beknopte commentaren te voorzien. De deeltjes raakten uitverkocht en antiquarisch werd vaak het dubbele van de catalogus-prijs betaald. Nu gaan ze opnieuw verschijnen, degelijk en handig van buiten en van binnen.

Men zou de geest van dit werk het best kunnen kenmerken met gematigd conservatief. Reeds in de inleidende hoofdstukken blijkt dit. De vraagstukken omtrent de wijze en de tijd van ontstaan worden, na een uiteenzetting van de moderne theorieën, ten slotte toch op grond van schriftuurlijke gegevens zo dat het boek is samengesteld in de tijd der Richteren aan de hand van toen reeds aanwezige schriftelijke bronnen, waaronder mozaïsche documenten. Het commentaar is geheel in dezelfde

geest en polemiseert nog al druk met afwijkende meningen. Ik betreur dit, omdat het ten koste gaat van een jwsitieve uiteenzetting, en het de indruk versterkt, dat de bijbel verdedigd moet worden. Dit klemt des te sterker omdat veel van deze discussies onbevredigend verlopen, of, wat even erg is, de aandacht afleiden van de hoofdzaak. Daarenboven, te licht wordt de schijn gewekt of Gods zaak op het spel staat bij al deze kwestietjes. Menigmaal wordt een polemiek beëindigd met de conclusie: „Dat moeten we vasthouden, anders doen wij tekort aan het getuigenis van de H. Schrift”. Ik wil niet beweren, dat dit nooit voorkomt, maar het is hachelijk eigen interpretatie, hoe achtenswaardig ook, te verdedigen met zulke fanatieke geloofsijver.

De vertaling is nieuw maar sluit zich zo veel mogelijk bij de statenvertaling aan. Wie in de bijbel alleen maar stichting zoekt, late deze boeken rustig ongelezen, maar wie weten wil wat er precies staat en een allereerst zakelijk commentaar van node heeft, zal in deze deeltjes veel van zijn gading vinden.

In dezelfde serie: Het evangelie naar Johannes door Ds. C. Bonma. 3e druk, 1950. I 234 blz. II 224 blz. ƒ 4.50 per deel.

De geest van dit commentaar is gelijk aan die van het voorgaande. In de inleiding wordt vastgehouden aan de éne Johannes de Apostel, als de auteur. Men treft in deze inleiding tevens een fraai opstel aan over overeenkomst en verschil tussen de Jezus van het synoptische en die van het Johannes-evangelie. In deze verklaring wordt gelukkig minder gepolemiseerd. Wel is ’t mogelijk, dat menige lezer niet aangenaam getroffen wordt door de kennelijke inspanning van de verklaarder de samenhang van de tekst logisch te verklaren. De methode valt m.i. te prijzen, maar ze mag niet al te star toegepast worden. Een levend betoog en nog wel van een Aziaat lijdt er onder als het van regel tot regel logisch geanalyseerd wordt. Maar al met al is dit een zeer waardevol geschrift. Aanbevolen aan ieder, die eens wat dieper de letterlijke zin van dit moeilijke maar mooie Evangelie wil doorgronden.

Dr Bobert Morgenthaler. Die lukanische Geschichtsschrelbung als Zeugnis. Gestalt und Gehalt der Kunst des Lukas. Zwingli-Verlag. Zürich 1948. I 201 blz. II 216 blz.

Een interessante studie die wel hoofdzakelijk door vakmensen kan beoordeeld worden, maar die iedere evangelielezer iets kan leren. De kunst van Lucas wordt hier geanalyseerd en de geleerde Sch. toont aan, dat het dominerende karakter van zijn schrijfwijze zowel als van zijn compositie de twee-deling is. De centrale idee: het heil gaat van de Joden naar de heidenen, van Jeruzalem naar Rome weerspiegelt zich tot in het dubbele woordgebruik in de opbouw der parallelle scènes. Zo is Lucas’ werk tegelijkertijd getuigenis èn geschiedschrijving, kunst èn verslag. Dit boek is tevens een pleidooi voor de historische betrouwbaarheid van Lucas.

Ds. D. Bakker. Wie heeft het laatste woord. Uitgave V. Gorcum, Assen 1950. 40 blz. ƒ 0.75.

Een bevattelijk en sympathiek pleidooi tegen de leertucht van de nieuwe kerkorde der Ned. Hervormde Kerk. Juist omdat het zo gematigd is, zal dit boekje veel misverstanden kunnen opruimen. Het had mij althans bijna overtuigd, niet helemaal. De Sch. toont welsprekend aan, waar de gevaren van het nieuwe voorstel niet liggen, en dat bij hem het principiële bezwaar hierop berust, dat een uitspraak van een zichtbare Kerk riskeert onwaar te zijn. Accoord? Maar als men nu eens dit risico afweegt tegen het risico van dwaalleringen. Ds. Bakker zelf geeft als voorbeeld een hypothetisch geval: Ds. A. te Z. leert dat Gods openbaring in Boeddha van hoger orde ds dan die in Christus. Op de vraag welk risico nu het grootst is: èf de kerk dwaalt met deze leer te veroordelen en deze leraar er uit te zetten, óf dé kerk ziet aan hoe deze leraar het geloof zijner toevertrouwden ondermijnt, weet ik wel antwoord, maar Ds. Bakker is het met mij oneens.

Dr J. J. Louet Feisser. De huidige verhouding tussen Theologie en Wijsbegeerte. Uitgeverij H. J. Paris. A’dam 1950. 67 blz. ƒ 2.50.

Dit klassieke vraagstuk wordt hier opnieuw aan de orde gesteld n.a.v. de R. Katholieke leer, die van K. Barbh en die van A. E. Loen. Het boekje is uitsluitend toegankelijk voor wijsgerig geschoolde lezers. Persoonlijk waardeer ik het om zijn scherpe probleemstelling, om vele uitmuntende critische opmerkingen, maar meen toch, dat de eigen oplossing van de Schr. blootstaat aan minstens even zo veel gerechte critiek als die der door hem gecritiseerde auteurs. Tweede bezwaar is, dat de Schr. het makkelijk heeft. Laat hij eens een Godsdienst-wijsbegeerte schrijven. Dit onderzoek blijft steken in inleidende kwesties.

Ferdinand Langen. Mijn oom Peter. Ge'illustreerd doorßertram. Uitgave N.V. De Arbeiderspers, A’dam 1950. 122 blz. ƒ 2.90. Voor Arbo-abonné’s ƒ 1.45. Ook in vorige boeken van Ferd. Langen school vaak

een geheel i>ersoonilljke hiunor, maar deze werd bedwongen in de melancholische droomstemming die zijn grote romans beheerste. In dit boekje domineert een guitige hiunor. Het verhaal is fantastisch maar houdt de werkelijkheid voldoende vast, om tevens caricaturaal te zijn. Ik vrees alleen, tot beschaming van ons mannen, dat iedere gehuwde vrouw wel iets van haar echtgenoot zal herkennen in deze genoeglijke egoïstische dwaas; Oom Peter. De Arbo bracht een goed boekje onder haar lezerskring, alleen overdrijft ze als ze op de omslag beweert dat dit juist tot het beste van F. Langens werk ibehoort.

Onderdrukking en verzet. Afl. 20. Uitgave J. M. Meulenihoff, A’dam. Van Loglium Slaterus N.V. Arnhem. Het gehele werk zal ± 44 afleveringen bevatten. ƒ 2.50 per afl. In 4 ingebonden delen ƒ 32.50 per deel.

Gestaag gaat dit werk naar zijn voltooiing toe. Het wordt de standaard-geschiedenis van Nederland gedurende de laatste oorlog. Deze aflevering gaat over de Overheidsbemoeiingen met de kunst, naarsverzet, onderdrukking en verzet in de literatuur, uitgeverij en boekhandel. Als altijd interessant en uitermate deskundig.

J. G. B.

lijkt op een zwak afgietsel van de „Dreigroschenoper”, die met haar sociale achtergrond en haar fascinerend beeld- en geluids-rhythme zelfs de „Berliner Ballade” achter zich laat. De „Dreigroschenoper” heeft niet alleen gewitzelt, maar bij het lanceren van grappen en dubbelzinnigheden ook positie gekozen. En dit nu durft de „Berliner Ballade” niet aan. Hiertegen critiek en daó,rtegen critiek en plotseling ontdekt men, dat die twee critieken elkaar opheffen. Maar ja, mischien bestaat de tragiek van onze zo onheroïsche Normalverbraucher juist hierin, dat hij tussen alle stoelen zit. Ik zei u toch al, dat hij zich geen raad weet

R. A. Stemmle, acteur en auteur vóór 1933, schrijver o.a. van „Kampf gegen Kitsch” („Prullemuseum”, toentertijd vaak opgevoerd door lekespelers van de jeugdbeweging, ook in Nederland), in ’42 regisseur van reitet für Deutschland!”, heeft 7 jaar later zijn „Berliner Ballade” gemaakt. Wel neen, er staat geen grote overtuiging achter deze film. Maar béter het nonchalant-balladeske van de geposeerde „Weltanschauung”. Acceptabeler dan de walgelijk-geforceerde „Humor” van „Der Apfel ist ab”, is zeer zeker de spot van de „Berliner Ballade”, die gemaakt is door mensen die, hun schouders ophalend, soms aan echte humor toe zijn. Wat hen ontbreekt, is een Tucholsky, is de geest van de „Scharfrichter”-cabaretisten, van de oude „Simplicissimus”. Maar ook Kastner of Brecht had hen van dienst kunnen zijn.

Laten wij ons echter niet verdiepen in het probleem der problemen, waarom dat nou niet gebeurd is. Laten wij ons plezier hebben bij het zien en horen van de „Berliner Ballade”, waarvan de spot toch niet altijd zo „harmlos” (onschuldig) is. Mag ik mijn sermoen, geacht publiek, besluiten, met ongegeneerd op te biechten, dat ik voor de „Berliner Ballade” ondanks alle critiek die ik er op heb het gros van de Duitse en, niet te vergeten, de Oostenrijkse filmproductie, cadeau geef. H. WIELEK

Kortehemmen-nieuws

Kortehemmen draaide de laatste zes weken op volle toeren.

Eerst twee studiecursussen. De eerste onder ds Van Santen uit Sneek met als thema Christendom en Humanisme, de tweede onder ds Ruitenberg, waar de Doorbraak van alle kanten bekeken werd. Het waren goede dagen met diepgaande discussies. En men was het er over eens dat was de enige critiek dat het te kort duurde.

Toen kwamen de vacantie-weken. Drie achter elkaar. En alle drie volgeboekt. Ds Ruitenberg, ds Witteveen en ds Bender met hun resp. echtgenoten hadden achtereenvolgens de leiding.

Aan de eerste nam bijna de gehele Noordelijke Commissie met hun gezinnen deel. Een gezellige drukte, een zuivere „society of friends”, en toch de rust van de vacantie. Een fijne sfeer. Op een regendag geen gekanker, maar een vrolijk gespeel binnenshuis van ouderen, jongeren en kinderen. Maar toen de zon nog maar nauwelijks weer scheen, begonnen de wandeling en de fietstocht en speelden de kinderen, de grote een balspel, de kleine in de nieuwe zandbak.

De huishoudelijke staf zorgde voor de maag en de leiding zette ons smakelijk geestelijk voedsel voor. Smakelijk en toch ook voedzaam. En dan iedere morgen de ochtendwijding en iedere avond de dagsluiting in het oude kerkje. Een brokje romantiek, die kleine wandeling door de donkere eikenlaan naar die intieme, met een paar petroleumlampen verlichte, wijdingsvolle ruimte!

En dan de rust van de nu nieuw-ingerichte bibliotheek met z’n groeiend aantal boeken (wie stuurt nog wat goede lectuur?), waar je zo fijn kunt lezen en schrijven, zelfs de één een artikel voor Tijd en Taak en de ander een voor Kerk en Wereld.

En wat onwennig sta je na zo’n week van gemeenschapsbeleven opnieuw in een verscheurde wereld; onwennig, maar met nieuwe kracht en moed, gesterkt in geloof en hoop en liefde.

Ik ben altijd weer blij en dankbaar voor ons Huis in Kortehemmen. D. B.

Herfst-retraite

Zij, die deze zomer aan een retraite niet toekwamen, hebben alsnog gelegenheid in de herfst hieraan deel te nemen. Het verheugt ons, dat wij voor twee week-einds de beschikking hebben over het terrein van de Hoorneboeg te Hilversum.

29 Sept.—2 Oct. onder leiding van ds W. A. Plug (Hattem). 6 Oct.—9 Oct. onder leiding van jkvr. C. M. van Asch van Wijck. (Zeist).

De prijs voor een retraite bedraagt ƒ 12.50, welk bedrag na bericht gestort wordt op de girorekening van de Commissie voor de Retraiten. Opgaven worden gaarne ingewacht bij ds A. F. L. van Dijk, Etten (Geld.).

KV: H MHMMM • AMraMM