is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 49, 1950, no 12, 16-12-1950

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„De Hogerhuis-Saek”

I „De Hogerhuiszaak is, zoals vele lezers zullen weten, de rechtzaak naar aanleiding van een inbraak met geweldpleging te Britsum in de buurt van Stiens, gepleegd in de negentiger jaren van de vorige eeuw en waarvoor drie broers Hogerhuis uit Beetgum, eveneens in die buurt gelegen, tot langdurige gevangenisstraffen werden veroordeeld, hoewel later hun onschuld is gebleken. In „Tijd en Taak” mag een beschouwing naar aanleiding van de opvoering van het Friese toneelstuk „De Hogerhuis-Saek” van D. A. Tamminga, ge'inspireerd door dit proces, niet achterwege blijven en wel in hoofdzaak om twee redenen. In de eerste plaats heeft „Tijd en Taak” als opvolgster van de, voornamelijk in Friesland wortelende „Blijde Wereld”, zich steeds te bezinnen op de brpnnen, waaruit het oorspronkelijke religieus-socialisme in Nederland is opgeweld en één dezer bronnen is de schreeuw om recht, die in Friesland aan het eind van de negentiende eeuw werd vernomen, toen aldaar door verschillende oorzaken de sociale en politieke spanningen een hevigheid hadden bereikt, die men elders in Nederland noch toentertijd noch later meer op dezelfde wijze en in dezelfde mate heeft aangetroffen. Zonder deze spanningen, die een sterke weerslag hadden in het intellectuele leven en religieuze leven der provincie, is de eerste confrontatie tussen religie en socialisme in Nederland, niet te denken. Wanneer derhalve een spel ten tonele wordt gevoerd, dat een brokstuk dezer spanningen in het volle licht plaatst, is het een daad van zelfbezinning om daarover op deze plaats te schrijven. Maar er is meer. De opvoering van „De Hogerhuis-Saek” is voor de Friezen van vrijwel alle politieke richtingen een evenement en, ofschoon er stellig kritiek is op de zwartwit schildering van Tamminga, wordt de strijd om „recht”, die destijds voor de Hogerhuizen is gevoerd door de anarchisten, socialisten en burgerlijke radicalen, nu in Friesland gevoeld als de strijd van het Friese volk als zodanig tegen toestanden en verhoudingen, welke niet zozeer hun

grond hebben in de kapitalistische structuur van de samenleving als wel in de miskenning van het volkseigene door een kleine, noem het „Hollandse”, bovenlaag. In dit verband is het goed hier de nadruk te leggen op de mening van dr Hilda Verweij-Jonker, die zij heeft neergelegd in een belangrijk artikel in „Socialisme en Democratie” van September jl., dat de personen, die zich met de Fries-nationale beweging 'bezighouden, ofschoon ze natuurlijk alle een politieke overtuiging hebben en zich tot één der algemene politieke richtingen rekenen, de politieke problematiek weinig achten door het sterk antithetische karakter tegenover de algemeen-Nederlandse politiek. Ik wil verder gaan en constateren, dat de weerklank, die de „Hogerhuis-Saek” thans in Friesland vindt, een aanduiding is voor het feit, dat meer en meer de socialistische erfenis een onderdak heeft gevonden in het Fries-nationale, sterk personalistisch gerichte, streven (o.m. tot uiting komende in bladen als de „Leeuwarder Courant” en „De Heerenveense Koerier”),

waardoor de eigenlijke socialistische organisaties met inbegrip van de Arbeidersgemeenschap der Woodbrookers, waaraan „Tijd en Taak” toch nog altijd met vele banden is verbonden, aan een sterk uitdrogingsproces bloot staan.

Ook daarom kan ons blad dus dit evenement niet voorbijgaan. En toch is het moeilijk om over dit toneelstuk en de opvoering er van veel te zeggen, wat voor de lezer van „Tijd en Taak” van belang is. Moeten we hier een oordeel geven over het proces, dat destijds niet alleen Friesland, doch heel Nederland in opschudding bracht en trachten ons zo objectief mogelijk een mening omtrent dit gerechtelijk drama te vormen? Ik heb getracht dit voor me zelf te doen. Als jurist heb ik dezer dagen de toenmaals gewezen arresten van Hof en Hoge Raad onder de loupe genomen en ik heb geconstateerd, dat de zwakke plekken daarin legio zijn, doch toen ik tot een definitief oordeel wilde komen, bleek mij, dat zulks alleen mogelijk is, wanneer alle, maar dan ook werkelijk alle, stukken ter tafel komen. Naar verluidt schijnt dit ook te zullen gebeuren. Tot zo lang moeten wij wachten en in zekere zin acht ik de toneelbewerking dan ook praematuur. Moeten wij ons dan beperken tot een oordeel over het stuk, los van zijn historische achtergrond en ons wagen aan een aesthetische critiek? Als wij dat doen, ligt het voor de hand het te betreuren, zoals reeds door vele bladen is geschied, dat de schrijver gefaald heeft in het dramatiseren der gerechtelijke dwaling, doordat hij een feller aanval doet op de morele integriteit van de toenmalige justitie, waardoor hij zijn doel voorbij schiet, dat toch ook volgens hemzelf moet zijn het aantonen van deze drie waarheden:

errare est humanum (dwalen is menselijk) non errare est divinum (niet dwalen is goddelijk)

perseverare in errore est diabolicum (volhouden in dwaling is duivels) Daarnaast mag men dan ook de ogen niet Sluiten voor het. verouderde Heijerman'

Doorgaat!

Brieven van lezers, waarin een of meerdere nieuwe abonné’s op Tijd en Taak worden opgegeven, blijven ons bereiken. Hieruit blijkt wel, dat, als er maar enige moeite voor wordt gedaan, nog velen als abonné kunnen worden ingeschreven. Laten wij daarom afspreken er nog wat mee door te gaan.

Dan kunnen onze lezers, die ondanks hun pogingen er nog niet in slaagden een nieuwe abonné te werven, alsnog de waarheid bewijzen van het spreekwoord; „De aanhouder wint”.

De abonné’s echter, die tot nu toe, om welke redenen dan ook, ons hun medewerking onthielden, vragen wij nogmaals met klem eveneens te trachten een nieuwe abonné binnen onze lezerskring te trekken. Ook onder hun bekenden zullen ongetwijfeld nieuwe lezers te winnen zijn, mits er maar even de aandacht op ons blad gevestigd wqrdt.

Laten zij toch vooral bedenken, dat, bij ons pogen de invloedssteer van Tijd en Taak te vergroten, een persoonlijk woord van hen van veel groter waarde is dan welk propagandageschrift je ook, hoe goed overigens uitgevoerd. De administratie stelt voor dit doel gaarne proefnummers beschikbaar.

De extra-nummers, welke een groot aantal lezers reeds ontvangen, zullen wij voorlopig blijven toezenden, tenzij men ons uitdrukkelijk verzoekt de toezending te staken.

Ten slotte West-Duitsland zelf. Als volk zijn de Duitsers lamgeslagen. Ook als er een vorm voor de Westduitse herbewapening wordt gevonden en daar ziet het wel naar uit die aanvaardbaar is, niet alleen voor de geallieerden, maar ook voor Adenauer en Schumacher, zal het genoegen van nieuwe Duitse divisies „in Europees verband” betrekkelijk zijn. De Duitse geest is niet meer strijdbaar. Alom hoort men het verwijt, dat het Westen Duitsland in de steek gelaten heeft, toen de Duitsers met het communistische Rusland probeerden af te rekenen. Zelfs Schumacher maakt dit verwijt openlijk. Dezelfde Schumacher, die ten tijde van dat „toen” in een Duits concentratiekamp verminkt werd. Merkwaardig?

Wij zien het: het zal een harde dobber zijn om tijdig zoiets als een Wésteuropese verdediging in elkaar te timmeren. De opgave

om voldoende macht te ontwikkelen, ten einde de Russen van een militair avontuur te weerhouden, is bijzonder zwaar. Laten wij ons niet sussen met een overdreven vertrouwen in de atoombom. Misschien heeft Amerika een grotere voorraad hiervan, maar er zijn er ook veel meer nodig om Rusland lam te slaan, dan om de Amerikaanse industrie plat te leggen.

Uit dit alles moge blijken, dat het evenmin tijd is voor een wanhoopsdaad. De situatie legt ons op, om zolang het maar enigszins kan, zonder dat wij bij voorbaat op de knieën worden gebracht, tot een vergelijk met Rusland te komen. Deze houding is niet die van het te recht gesmade München. Daarmee heeft zij niets te maken. Zij is slechts een blijk van gezond verstand, waarbij wij de moraal dan nog maar buiten beschouwing lateu. U. VAN VEEN