is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 50, 1952, no 54, 18-10-1952

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TRANEN OVER TOHANNESBURG J

De rede, die onze kerkelijke voorman dr K. H. E. Gravemeyer enige tijd geleden te Goes gehouden heeft, vestigde opnieuw de aandacht van het Nederlandse volk op hetgeen er thans in Zuid-Afrika gaande is. Zo fundamenteel acht dr Gravemeyer de tegenstelling tussen blank en bruin in Zuid-Afrika, dat alleen „dislocatie” een oplossing kan geven.

In dit blad heeft ds Buskes reeds principieel protest aangetekend tegen de wijze, waarop dr Gravemeyer het rassenprobleem benadert. J.l. Zondag maakte ik een kerkdienst mee, waarin de voorganger hartstochtelijk vroeg om een woord van de Synode tot „de predikant Maian”. Voor de V.A.R.A.-microfoon gaf de heer Voskuil een zeer objectieve uiteenzetting van het Zuidafrikaanse probleem. Daartegenover stelde zich de N.C.R.V. met een bericht, „tegen de hetze van de wereldpers tegen de Unie”.

Zo komen er dus van alle kanten reacties en zie ik het goed dan is dit waarlijk niet alleen een steekspel in pers en radio. Een besef van verbondenheid met de Afrikaners

Scène uit: „Tremen overJohmnesburg"

is vooral bij de oudere generatie van ons volk nog aanwezig en het probleem leeft dan ook in brede kring.

De film „Tranen over Johannesburg” komt dan ook op het juiste moment. Er zal ongetwijfeld grote belangstelling voor bestaan. En dat verdient deze rolprent dan ook. Zij komt niet uit de Afrikaanse maar uit de Engelse hoek, doch van hetze zal hier toch niemand kunnen spreken.

„Tranen over Johannesburg” is de geschiedenis van een eenvoudige Negerdominee van het platteland, die naar de wereldstad Johannesburg reist en daar zijn zuster tot ontucht en zijn zoon tot misdaad vervallen vindt. Het centrale gegeven van de film is de moord die deze jonge man pleegt op een van de belangrijkste blanke voorvechters van de zaak der Negers. De rassentegenstelling wordt niet vanuit de apartheidswetgeving, maar volkomen vanuit de dagelijkse levenspractijk voelbaar gemaakt. Daarbij geeft de film ons een nogai idealistisch-gekieurd beeld van de blanken: de opvoedingsambtenaar, die zijn

uiterste krachten voor de Negers inspant; de vader van de vermoorde, die door de geschriften van zijn zoon tot een andere houding tegenover de Negers komt. De tekening van het proletarische milieu in de Negerwijken van de metropool is echter realistisch genoeg. Scherp contrasteert de ellende van de smerige huttenstad met haar verpauperde bevolking, met de moderne city.

Naar het schijnt heeft de criminaliteit van de Negerbevolking in de Zuidafrikaanse centra van mijnbouw en industrie inderdaad ontstellende vormen aangenomen. De gangbare mening, dat deze misdadigheid uit de aard van de Neger zou voortkomen, wordt door deze film bestreden. De oorzaak van de misstanden ligt bij de blanken zelf. Ten dienste van hun eigen productieproces schiepen zij een stedelijk Negerproletariaat. Het eenvoudige gemeenschapsleven van de autochthone bevolking werd volkomen ont- ■ wricht, met alle catastrophale gevolgen van dien. De maatschappelijke ontwikkeling in Zuid-Afrika is dus in wezen niet anders dan die in Europa. Door de rassentegenstelling wordt echter de klassentegensteiling oneindig verscherpt.

De verdienste van „Tranen over Johannesburg” is, dat deze film ons zo duidelijk het lot van de Zuidafrikaanse Neger schildert en daarbij het maatschappelijk aspect van het rassenvraagstuk in de Unie onderstreept. Een politieke oplossing wordt niet gesuggereerd.

Waar een vooraanstaand kerkelijk leider de tegensteiling tussen de rassen onoverkomelijk acht en dislocatie aanbeveeit bepleiten de vervaardigers van „Tranen over Johannesburg” een eenvoudig-menselijke oplossing. Aan het graf van zijn door Negers neergeschoten zoon drukt een oude farmer voor het eerst van zijn leven mensen met donkere huidskleur de hand. Misschien is deze eenvoudig-menselijke oplossing al te eenvoudig. Als dan de dislocatie maar niet een al te weinig menselijke oplossing is. Dr Gravemeyer zou kerk en volk een dienst bewijzen door zijn inzichten nader uiteen te zetten. Wij kunnen nog niet geloven dat kerk en film dr Gravemeyer en de makers van „Tranen over Johannesburg” stuivertje gewisseld hebben met de bediening der verzoening.

J. A. HES

(Vervolg van pagina 5)

verteller, die nooit verdwaalt tussen de menigte, die hij heeft opgeroepen om te acteren in zijn verhaal.

Er schuilt een schat van blijde levenswijsheid in het werk van Dickens en ik weet haast geen betere romans om in te leiden tot het lezen van romans. Men kan niet zeggen dat Dickens preuts is of dat hij bepaalde aspecten van het leven verwaarloosde, maar hij ergert ons nimmer omdat ook de grauwe werkelijkheid bij hem bezield blijft en eerder tot aanklacht dan tot wanhoop voert. Hij kent alle grote, simpele gevoelens van het leven: hij weet ons te vertellen van lekker eten en drinken, maar evenzeer van liefdes lief en leed. Hij was een man, maar met de ziel van een kind, die dan ook kinderen heel diep wist te peilen. Tegen de vrouw zag hij op als tegen een mysterie, maar hij wist van een vrouw wat een man er van weten kan en mag.

Ik voorspel de lezers, die deze winter Dickens gaan lezen of herlezen, veel heerlijke uren. Zet de radio maar af en wacht nog even met het aanschaffen van een televisie-apparaat. Geloof hen niet, die u ver-

tellen, dat u die of die film gezien moét hebben. Geef Charles Dickens het woord. Het mag dan zijn, dat hij nu en dan wat langdradig kan zijn, maar hij zal u beurtelings ontroeren en aan het lachen brengen. Hij brengt u in kennis met een menigte medemensen, prachttypen en schurken maar allen levend en allen familie van u. En wat kan hij vertellen! J. G. B.

Tot nu toe verschenen bij de uitgeverij Het Spectrum te Utrecht 9 delen. Prijs per deel ƒ 1.75. Bij intekening op de serie ƒ 1.40. Bij contante betaling van de 34 delen ƒ42.50. Verschenen zijn: De nagelaten papieren der Pickwick-club, deel I en deel 11, Nederlands van Godfried Bomans.

De lotgevallen van Olivier Twist, Nederlands van G. J. Kelk.

Kleine Dorrit, deel I en deel 11, Nederlands van G. J. Werumeus Buning—Ensink.

In Londen en Parijs, Nederlands van Hans van Haaren. Grote verwachtingen, Nederlands van Hein de Bruin.

Dombey en Zoon, deel I en deel 11, Nederlands van Emmy van Lokhorst.

■K MEDEDELING Jf

In samenwerking met de Afd. Amsterdam van het Instituut voor Arbeidersontwikkeling organiseert de commissie „Woord en Wereld” een belangrijke cursus van drie Donderdagavonden in November in een der lokalen van de Nieuwe Kerk, Dam, ingang Eggertstraat 6.

Op deze cursus bespreekt dr J. de Graaf, Ned. Hervormd Predikant te Arnhem het onderwerp:

„Het geloof van de Russische arbeider”.

Donderdag 6 November 8 uur komt aan de orde: „Wat merkt de Russische arbeider van het christelijk geloof in eigen land?”

Donderdag 13 November: „In hoeverre bepalen de ideologie van het communisme en de cultuurpolitiek van de Sowjet-regering het geloof van de Russische arbeider?”

Donderdag 20 November: „Het geloof in de Toekomst, gezien vanuit Russisch en Westers gezichtspunt”. Samenvatting van het geheel en ruime gelegenheid tot gesprek.

Deelname aan deze cursus staat voor iedereen open. Als bijdrage in de kosten wordt in totaal voor drie avonden ƒ 1,— per persoon gevraagd. Na ontvangst van dit bedrag op een der girorekeningen van „Woord en Wereld”, postgiro 317901, Gemeentegiro W 6098, wordt tijdig het bewijs van inschrijving toegezonden.