is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 51, 1953, no 39, 03-10-1953

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De internationale situatie van het socialisme

Deze zomer, om precies te zijn de eerste week van Augustus, vond te Bentveld een boeiende ontmoeting tussen Duitse, Zwitserse en Nederlandse socialisten plaats. Socialisten in ruime zin; niet alle Nederlanders waren lid van de socialistische beweging, al waren zulks wel de meeste onder wie een aantal leden van de Nieuwe Koers; nog minder alle Duitsers. Bij de laatsten trof men: leden van de S.P.D., meest van oudere leeftijd; enkele leidende figuren uit de „Bund Religiöser Sozialisten” en een belangrijk aantal jonge mensen, die wel geïnteresseerd waren in het socialisme, doch daarmee geen bepaalde verbinding bezaten.

De buitenlanders waren vlot te vinden; het aantrekken van Nederlanders kostte ontzaglijk veel moeite. Blijkbaar aldus een jonge Duitser zijn de Nederlandse jongeren alleen voor internationale contacten te porren als die in het buitenland plaatsvinden. Zo dacht hij er namelijk ook over.

Intussen hebben een aantal Nederlanders hun uiterste best gedaan om van dit contact, van deze gespreksmogelijkheid te maken, wat er maar van te maken viel. Een zaak waarbij zij van Duitse zijde hartelijk ondersteund werden. Een deel van de Nederlanders, met name jongeren, had wel contact met elkaar en daarbij niet zelden ernstige critiek op de Duitsers, doch zocht weinig aansluiting. Hun argument was: de taal biedt moeilijkheden wanneer men verder gaat dan koetjes en kalfjes. Hetzelfde verschijnsel zag men aan Duitse kant: één groepje functionarissen en toekomstige dito’s zonderde zich voortdurend af. Eerst tegen het einde van de cursus kwamen ook zij bij.

De opzet was: een plezierig, onofficieel contact tussen Duitsers, Zwitsers en Nederlanders, jongeren voorop, om eens te praten over de situatie van de socialistische beweging in Europees verband, over de vernieuwing in het socialisme, over de ontmoeting tussen kerk en socialisme en ten slotte over de mogelijkheden van een Europese socialistische politiek.

Zo gezien een topzware onderneming, vooral voor een organisatie als de A.G. en Bentveld. (Waarbij men overigens bedenke dat te Bentveld momenteel het secretariaat is van de Internationale Bond van religieussocialisten, zodat wij uit dien hoofde wat goede wil in het buitenland mochten verwachten.) Dat deze onderneming vrij behoorlijk is geslaagd, danken wij aan de grote belangstelling uit Duitsland en Zwitserland en aan een aantal Nederlandse en buitenlandse deskundigen die een meestal uitstekende basis voor een gesprek legden en daarnaast belangwekkende informatie gaven.

Er waren deelnemers uit Zwitserland en Duitsland Berlijn en „Bundesrepublik” arbeiders, onderwijzers, leraren, ambtenaren, predikanten en studenten, o.a. van ' Paedagogische Akademien, te vergelijken met onze kweekscholen, van Sozial-akade-

mien, te vergelijken met onze scholen voor maatschappelijk werk, en van Technische Hochschulen en Universiteiten.

De internationale politiek kwam zich reeds op de eerste avond naar voren dringen en heeft de cursus tot op het laatste moment beheerst. Dat was te voorzien met verkiezingen in zicht in Duitsland, waarbij de houding in die internationale politiek in het middelpunt stond. Jammer was dat men er zich dermate in vastbeet, dat alle andere zaken steeds weer op deze noemer werden teruggevoerd. Bovendien bleek bij alle aarzeling en onzekerheid in politicis het standpunt van de S.P.D. ter zake van Europa, E.D.G., N.A.T.O. en K.S.G. de kracht van een evangelie te hebben. Met name de ouderen waren niet bereid dit standpunt ook maar enigermate critisch te bezien, laat staan oog te hebben voor andere mogelijkheden. De jongere Duitsers waren nog niet zo vast in de leer, doch kregen vrijwel geen kans hun mening te geven. Bovendien bleken zij veelal nog geen eigen mening te hebben, slechts een ietwat onbehaaglijk gevoel over zoveel eenzijdigheid en eenkennigheid.

Bij de Nederlanders was aanvankelijk een open oog voor de gevaren aan de huidige Europese politiek verbonden. Al probeerden zij, meer en meer met de moed der wanhoop, bij de Duitse vrienden enig begrip voor andere inzichten, overtuigingen en posities te wekken. Op de lange duur bleek de eenzijdigheid der Duitsers óók bij hen een anders geaarde eenzijdigheid op te wekken: men ging er stilzwijgend van uit, dat de anderen ongelijk hadden.

Voor wie een cursus te leiden heeft een komisch aandoende gewaarwording; voor het werkelijk over grenzen heen elkander verstaan, een pijnlijk bezwaar.

Merkwaardigerwijze speelden de Zwitsers in deze discussies een geringe rol. Ten dele zwoeren zij bij hun gewapende neutraliteit, daarbij niet zonder trots naar het socialistisch Zweden verwijzend, ten dele hadden zij begrip voor beide standpunten, neigden echter het meest tot dat der S.P.D.

Het begon de eerste avond al. Alfred Mozer was goed op dreef, bepleitte ojj allerlei gronden een verenigd Europa en kwam uit bij een tot tegenspraak prikkelende verdediging van de Europees-Amerikaanse samenwerking het zgn. kleine Europa en de Kolen- en Staalgemeenschap. In verband daarmee bepleitte hij met grote nadruk een realistische socialistische politiek voor Europa. Het prikkelende zelfs voor een aantal Nederlanders zat vooral in de scherpzinnige analyse van de positie en de houding van het socialisme in Europa.

De socialisten gaan in hun politieke denken te veel uit van een voorbije situatie: Europa als centrum der wereld! Doch dat is sedert 1914 voorbij. Deze aftakeling van invloed en macht te erkennen en daaruit consequenties te trekken is voor individuen en volken moeilijk en pijnlijk. Hier met name ligt de psychologische basis voor het gevoel van rancune tegen het rijk en mach-

tig geworden Amerika. Een Europese politiek moet uitgaan van de momentele situatie en de daarin liggende mogelijkheden, wat in feite betekent van „Rest-Europa” en niet van een „gewenst Europa”. Voor de instandhouding van een redelijk levensniveau en het uitbannen van massawerkloosheid is een Europese economische politiek nodig. De grootste onenigheid, de pijnlijkste tegenstellingen daaromtrent bestaan tussen de Europese socialistische partijen. Uit de internationale theorie van het democratische socialisme is door de ontwikkeling der maatschappij èn door de verwoestende oorlogen een nationale practijk te voorschijn gekomen. In alle opzichten te billijken, doch een slecht uitgangspunt voor een internationale aanpassing, die ongetwijfeld nationale offers gaat vragen.

De oude socialistische eisen zijn voor een overgroot deel nationaal gerealiseerd. Dat is de glorie en de zedelijke betekenis van de socialistische machtsontplooiing. Doch nu komt de teleurstelling. Door strijd en offers heeft men zich opgewerkt tot een positie van medezeggenschap in het centrum van de wereld. En ~nu men aan de tafel zit, wordt er niet meer bediend”, valt er niet veel meer te bedisselen.

Wij zullen tot een nieuwe oriëntatie van de „nationale” socialistische houdingen moeten komen om tot een bruikbare „internationale” te komen. Dat zal offers vergen, óók van de arbeiders. Hun dit „te verkopen” valt niet licht, maar het is noodzakelijk om op langere termijn de Europese arbeiders en de middenstand een menswaardig bestaan te garanderen. Sommige socialistische partijen, bijv. de Nederlandse, zien deze weg als onontwijkbaar. Anderen wijzen hem categorisch af, maar... geven geen ander, laat staan beter perspectief.

Dat was in het kort het patroon waarmee het denken en spreken begon. Oorspronkelijk aan het einde gedacht, kwam het door andere afspraken van Mozer aan het prille begin en werkte daar bepaald als een shock. Een thema als dat van de oude internationale van het socialisme, ingeleid door drs Frits de Jong, verloor daardoor aan actuele betekenis.

De beschouwingen over het karakter van het Engelse, het Franse en het Nederlandse socialisme hadden weer wel het voordeel van de actualiteit. Voor het Franse hadden, vanwege zijn aarzelende en vaak anti-Europese houding, vele Duitsers een zwakke plek. Het Engelse, door de Nederlanders met grote belangstelling bekeken, werd door de oudere Duitsers als „te weinig fundamenteel in zijn theorie” slechts gewaardeerd als machtsfactor. Opmerkelijk was daartegenover de grote interesse van de jonge Duitsers voor het Engelse en het Nederlandse socialisme. Hier zag men mogelijkheden, die in het continentale socialisme niet of nog nauwelijks voorhanden waren.

Het Duitse socialisme

Gert Holtmann, gemeenteraadslid voor de S.P.D. en journalist bij een onafhankelijk socialistisch dagblad, behandelde als