is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 52, 1955, no 5, 05-02-1955

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bezwaren. Ik denk aan de op zich zelf belangwekkende bladzijden, die De Wolff aan de door mij niet minder dan door hem vereerde professor Kohnstamm wijdt. Ik kan de verklaring, die De Wolff van Kohnstamms overgang tot het christendom geeft, onmogelijk aanvaarden. De doop zou voor hem een entreebiljet tot de Europese cultuur zijn geweest. Wanneer ik weer in Amsterdam ben, hoop ik aan deze m.i. onjuiste verklaring, die zowel voor het Jodendom als voor het Christendom van belang is, bijzondere aandacht te besteden. De geschriften van Kohnstamm heb ik niet tot mijn beschikking en ik heb die geschriften nodig, om te laten zien, dat de historisch-materialistische geschiedenisbeschouwing van De Wolff hier te kort schiet en aan het welzijn van Kohnstamms geloofsovertuiging geen recht doet.

Ik heb dus bezwaren. Het wonderlijke is evenwel, dat dit boek anderzijds zoveel bevat, dat ik met algehele instemming heb gelezen, dat ik opnieuw de vraag stel naar het raakvlak tussen orthodox marxisme en orthodox christendom. Ik doe dat vooral, omdat dit orthodoxe marxisme de essentie Is van de levensovertuiging van een man, die zonder zijn Joodse achtergrond niet begrepen kan worden.

Ik vind de autobiographie van Sam de Wolff een rijk boek en ’t staat voor mij vast, dat wat De Wolff over de geschiedenis van de laatste halve eeuw in zijn boek zegt de moeite van ernstige overdenking meer dan waard is. In de naoorlogse socialistische beweging weten velen weinig of niets van het verleden. Dit acht ik een groot gevaar. Daarom wil ik dit boek, dat het verleden herleven doet, van harte aanbevelen. Het geeft niet enkel een beschrijving van het leven van Sam de Wolff, maar ook een belangrijke bijdrage tot het verstaan van de socialistische beweging en het Joodse vraagstuk. In de terugblik op zijn leven opent Sam de Wolff perspectieven. Zoals elk boek dat wezenlijk geschiedenis beschrijft, staat ook dit boek open naar de toekomst. Het gaat om het land van belofte.

Ook over deze titel hoop Ik nog te schrijven, om zowel de overeenstemming als het verschil tussen Sam de Wolff als marxist en mij als christen te bepalen. Ten slotte. Deze autoblographle Is zo’n echt menselijk boek. Ik weet wel, dat sommigen het mij kwalijk nemen, maar Ik kan er niets aan doen. Ik houd van Sam de Wolff vanwege zijn menselijkheid. Juist omdat sommigen het mij kwalijk nemen, stel Ik er prijs op met nadruk uit te spreken, dat Ik na de lezing van dit boek nog meer van hem houd dan tevoren. Echte levende mensen zijn er niet zoveel. Sam de Wolff Is zo n echt levend mens, een mens met een hart. Er staan fragmenten In dit boek, die mij ontroerd hebben. Ik denk aan de bladzijden, die De Wolff aan het sterven van zijn enige zoon wijdt. Dan zitten er In de stem van De Wolff tranen. Met Annle Romein ben Ik De Wolff voor die tranen dankbaar. En niet minder ben Ik hem dankbaar voor zijn humor, die hem In staat stelt de grote dingen groot en de kleine dingen klein te zien.

Dit Is het boek van een mens, die fel en heftig gestreden heeft, die veel heeft liefgehad, die In zijn denken en handelen gedragen werd door een hartstochtelijk verlangen naar gerechtigheid, een mens met een milde humor en met tranen In zijn stem: het boek van een mens.

J. J. BUSKES JR.

P.S. „Voor het land van belofte” van Sam de Wolff verscheen bij G. j. A. Ruys Uitgeversmaat-schappij N.v. te Bussum (300 biz.), ƒ8.90.

Discussie over de Duitse hereniging

Over de beoordeling van de mogelijkheden der Duitse hereniging Is ook hier te lande op het ogenblik een heftige discussie gaande. De directe aanleiding vormen de belde artikelen, welke de „Nieuwe Rotterdamse Courant” aan dit vraagstuk heeft gewijd (op 12 en 22 Januari) en waarop vandaag (1 Februari) een nadere toelichting Is gegeven. De NRC nu stelt ongeveer het volgende;

1. De Duitse hereniging (mits In Westers verband) Is gewenst, omdat West-Dultsland als (met recht) onbevredigde bondgenoot een onzeker element vormt In de Westerse gemeenschap.

2. Het Is voor het Westen van belang, dat het enige object dat de Duitse loyaliteit weet te binden, nl. het herenigde Duitse vaderland, hersteld 'worde. Nu de Europese eenheid als mogelijk object om de Duitse loyaliteit te binden, niet meer actueel Is, geldt zulks te meer.

3. Voor de normalisatie van de verhoudingen In ons werelddeel Is het nodig, dat voor de (misschien nog zeer verre) toekomst de mogelijkheid van een Duitse hereniging niet wordt uitgesloten. Hetgeen zou gebeuren wanneer het Westen zich met verdragen zou binden aan de status quo. Wellicht komt er een tijd, dat Rusland door omstandigheden van andere aard concessies In Mldden-Europa wil doen.

De NRC is er dus voorstander van, dat de Duitse hereniging een uiteindelijk doel wordt der Westduitse en der Westerse politiek. Tot zover schijnt er geen verschil van mening te zijn met de andere voorstanders der Parijse accoorden. Bezwaar echter wordt gemaakt tegen de lichtvaardige hantering van het doel der Duitse hereniging door voor- en tegenstanders der Parijse accoorden in en buiten Duitsland.

De NRC meent nl., dat de hereniging „niet spoedig te verwezenlijken is, tenzij door satellisering van geheel Duitsland.” Daarom acht het blad het zorgwekkend, dat niemand de moed heeft dit de Duitsers voor ogen te houden. Dat op dit moment voor de Duitsers slechts de tragische keuze bestaat tussen: „hetzij zich on voorwaardelijk met het Westen verbinden de politiek van Adenauer maar dan niet de zekerheid winnen van een spoedige hereniging; hetzij de banden met het Westen

losmaken de politiek bepleit door Ollenhauer en de Sowjet-Unie —, maar dan de voordelen van Westerse solidariteit en bescherming missen en bovendien evenmin de zekerheid winnen van een hereniging, d.w.z. een hereniging in vrijheid.”

Het blad wijst erop, dat gegeven de huidige practijk, „het Duitse volk gaat geloven in andere alternatieven hetzij vóór hetzij na de ratificatie dan die welke de .tragische keuze’ biedt, alternatieven die slechts gevaarlijk kunnen zijn zowel voor het Westen als voor Duitsland.”

Zoals de lezer zal hebben begrepen wordt de NRC hier met Instemming geciteerd. Het Is niet duidelijk, waarom In reacties de veronderstelling dat de NRC tegen de Duitse hereniging zou zijn. Het tegendeel Is Immers waar. Een daarmee samenhangende vraag, nl. of genoemde krant vóór de Parljse accoorden Is, Is eveneens zeer duidelijk beantwoord. Zij Is, zo schrijft zij, overtuigd „van de fundamentele juistheid en noodzaak van Adenauers politiek.”

De vraag blijft echter open, of de bezorgdheid die de NRC koestert ten aanzien van de politieke practljk der voorgespiegelde spoedige hereniging (ook In Adenauers geval) voldoende Is. Want terwijl het blad bij de beoordeling van de kansen op hereniging blijk geeft open te staan voor de te dien aanzien sombere werkelijkheid, verleent het met zijn bezorgdheid aan de even duidelijke werkelijkheid van het Westdultse Illusionisme (zoals ook door Adenauer gehanteerd) onvoldoende betekenis.

Een reëel feit Is nl. ook, dat Adenauer zijn tactiek niet zal wijzigen, omdat de NRC zulks wenst. De practljk zal dus zijn, dat de Parljse accoorden geratificeerd worden mede dank zij de verwekte Illusie, dat aldus de herenlglng-blnnen-afzlenbaretljd een stap naderbij Is gekomen, met alle gevaren en risico’s van dien.

De logische conclusie voor het Inderdaad zeer logische betoog van de NRC zou ons Inziens moeten zijn geweest, dat het Illusionisme ten aanzien van de hereniging de waarde van het bondgenootschap van West-Dultsland zozeer ondermijnt, dat er de voorkeur aan gegeven moet worden het In deze omstandigheden niet aan te gaan, tenzij de Duitsers alsnog duidelijk gemaakt wordt, welk een schrale keuze slechts mogelijk Is. Dit Is een Westers belang, waarin de Westerse regeringen kunnen voorzien.

H. VAN VEEN