is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 52, 1955, no 34, 03-09-1955

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C G. Jung 80 jaar

De grote natuurkundigen en medici leven in de schemering van een roem, die voor het grootste gedeelte op horen-zeggen en onbegrip berust. Van Lorentz of Einstein of Fleming weten we allen, dat zij geweldenaars waren op het gebied van hun vak, maar het merendeel onzer tijdgenoten heeft geen voorsteliing van wat ze eigenlijk ontdekt hebben en zo we al bij benadering weten, wat bijv. de relativiteitstheorie inhoudt, dan kunnen we de gronden van de beweringen der geleerden niet waarderen, noch zijn we in staat met deze kennis iets te beginnen, ze in ons eigen leven in te passen en te verwerkelijken.

Met de grote psychologen is het anders gesteld. Hun ontdekkingen worden door een lekenpubliek min of meer gehanteerd in wat men niet ten onrechte de „keukenmeidenpsychologie” heeft genoemd. Jan en alleman praat van „minderwaardigheidscomplex” en „moederbinding”. De theorieën der psychologen zijn ons vluchtig bekend, omdat ze ons eerder toegankelijk zijn. Ze gaan ons immers veel meer aan, en ze betreffen niet de raadselen van de stof, maar het geheim van ons eigen innerlijk.

Jung, die dezër dagen tachtig jaar geworden is, behoort met Freud en Adler tot de ontdekkers van de diepte-psychologie. Deze geleerden hebben a.h.w. een nieuwe provincie van ons zieleleven in kaart gebracht. Kort en eenvoudig aangeduid, komt hun ontdekking hierop neer. Het begint met studies over psychische stoornissen. Deze brengen Freud het eerst op het spoor van de verborgen nachtzijde van de ziel. Er is niet alleen een helder bewust zieleleven, maar daaronder bevindt zich een onderbewust leven, dat doorbreekt bijv. in dromen en bij zielsziekten, maar dat er altijd is en zonder dat we het weten ons bewustzijnsleven beïnvloedt. Terwijl niemand ontkennen zal, dat de geneesmethode der psychanalyse prachtige resultaten heeft opgeleverd, staat de theorie, die haar voorstanders ontwierpen, nog steeds, en juist tegenwoordig, zeer ter discussie. Freud zelf meende, dat duistere driften, waarvan hij vooral de sexuele drift beschreven heeft (hiernaast de doodsdrift en de levensdrang) dit onderbewuste beheersten, maar door de censuur van wat hij het superego noemde verdrongen werden uit het bewuste leven, waarbinnen deze driften nochtans doordrongen in symbolische gestalte. Zijn leerling Adler zag als belangrijkste onderbewuste drang de behoefte aan macht. Van hem is de theorie van het minderwaardigheidscomplex en van de overcompensatie. En dan is daar Jung, de andere, beroemde leerling van Freud.

Het is onmogelijk in het kort, enigszins afdoende, de theorie van C. G. Jung te omschrijven. Jung is een typische veel-lezer en veelschrijver, die, anders dan zijn ieermeester Freud, zelden scherp formuleert, maar in vage, telkens herziene formules met vele voorbeelden en telkens nieuwe aanduidingen zijn leer eerder omschrijft dan beschrijft. Laat ik me beperken tot één

van zijn meest-typerende bijdragen tot de diepte-psychologie. Jung meent, dat ons onderbewuste leven nog een diepere laag bezit, niet afzonderlijk voor elke mens, maar voor het mensdom in het algemeen. In deze allerdiepste onbewuste sfeer zijn niet onze eigen vroegere ervaringen besloten, maar die van onze voorouders, die van het gehele, vroegere mensdom. De eeuwen door zijn deze ervaringen verzameld en nog werken zij diep in ons door als grondslag waarop het persoonlijke onderbewuste en bewuste leven is opgebouwd. Aan Jung heeft deze theorie zich opgedrongen toen hij moest waarnemen, dat bepaalde symbolen en bepaalde beginselen van het onderbewuste leven telkens weer bij alle volkeren en in alle tijden teruggevonden worden in sprookjes en kunst en wetenschap, in religie, in dromen, enz. Deze sym-, holen noemt hij archetypen. |

I In een lange reeks boeken heeft hij, later samen met zijn medewerkers (De „Eranos-Jahrbücher”) deze archetypen opgespoord en aangetoond. Zijn speurtochten brachten hem in onbekende gebieden; sprookjes, alchemie en astrologie, mythologie en Oosterse religies, alles leverde hem materiaal. Het was nu niet meer de genezing van de psychisch-gestoorde, die op het voorplan kwam, maar Jung werkte zich naar voren als een der grote critici van onze cultuur, criticus en heelmeester. Dat ging niet zonder vergissingen, die o.a. het Derde Rijk ten goede kwamen.

Jung is de grote syncretist van onze tijd geworden. Met bewonderenswaardige vaardigheid ontdekte hij bij zijn gestoorde patiënten en in de geschiedenis dezelfde symbolen; in alchemie en mythe, in sprookje en religie kwam hij telkens weer zijn archetypen tegen, de oerbeelden van het mensdom, waardoor het materiaal der ervaring in het bewustzijn geordend wordt tot bepaalde figuren: het maagdbeeld, de

vader, de tweegeslachtelijke oermens, enz. Zo komen bijv. de voorstellingen van góden in drieheden voor, allerlei magische en rituele gebruiken moeten driemaal verricht worden. Het archetype bezit, vanuit het onbewuste, een dwingend karakter en deze invloed, indien herkend door het bewustzijn, wordt ervaren als heilig. De archetypische beelden, zoals ze zich ook in dromen voordoen, kunnen de mens zozeer fascineren dat hij geneigd is er een inspiratie in te zien, een bovennatuurlijke beïnvloeding.

Anders dan Freud is Jung geen rationalist. Men kan uit het voorgaande reeds zijn geneesmethode vermoeden. Hij zal het deze tijd moeten verwijten, dat ze dat geheimzinnige rijk der ziel, het domein der archetypen, waaruit de wonder lijkste symbolen ontplooien, onontgonnen laat, ja dat men dit rijk prijsgeeft aan de nuchtere, volgens Jung machteloze ontleding der rede. En zo komen we bij Jung talloze bladzijden tegen, waarin hij zijn medemensen aanspoort hun toevlucht te zoeken in het geloof. Het is m.i. echter beslist een fout, waarin heel wat goedgelovigen vervallen, om in Jung een veilige gids te zien in een ontkerstenende wereld. Hij mag een groot kenner der zielewereld zijn, hij helpt de mens te groeien in bewustwording, maar zijn geloof in de genezende krachten van het irrationele is niet zonder gevaar. Zo ook zijn houding tegenover het christelijk geloof: hij raadt de mens van heden aan vooral zijn geloof niet prijs te geven, maar men dient er dan wel bij te weten, dat het christelijk geloof volgens hem niets anders dan een psychische projectie is. Te erkennen, dat God er is. buiten ons, ondanks ons, komt niet in hem op. De openbaring is voor hem geen openbaring uit God, maar openbaring uit de verholen diepte der ziel. En daarom is Jung een groot geleerde, maar voor een gelovig christen kan hij een dwaalgids zijn.

J. G. B.

LEVENSBESCHOUWING EN

LEVENSHOUDING

Levensbeschouwing Zij die zich uit de confessionele partijen hebben losgemaakt, zullen dit aanvankelijk dikwijls doen, omdat zij zich met de conservatieve houding van deze partijen niet kunnen verenigen. Hen drijft dan een practisch-politiek motief.

Maar wanneer zij zich nader bezinnen, dan zullen zij wellicht tot de conclusie komen, dat hen niet alleen practisch-politieke, maar ook theologische verschillen van de confessionele organisaties scheiden. Daardoor is de kioof veel dieper dan misschien op het eerste gezicht lijkt.

De confessionele partijen staan op het standpunt, dat zij hun beslissingen moeten nemeif krachtens hun christelijke levensen wereldbeschouwing. Zij zoeken die levens- en wereldbeschouwing aan de Bijbel te ontlenen. Deze methode leidt tot allerlei constructies, die men dan als christelijk beschouwt. Op deze wijze is de leer van souvereiniteit in eigen kring ontstaan. Vanuit dezelfde gedachten gang is de constructie geboren, dat er Scheppingsordon-

nantiën zijn, die de Wet Gods voor het maatschappelijk leven vertolken. En uit de laatste tijd is vooral bekend de Wijsbegeerte der Wetsidee, die met grote bekwaamheid door de a.r.-hoogleraren Dooyeweerd en Van Vollenhoven is ontwikkeld. In al deze gevallen hebben wij te doen met theorieën, die geacht worden de Bijbelse waarheid voor het desbetreffende terrein weer te geven.

Welke bezwaren?

Naar mijn mening bestaan tegen deze opvatting ernstige bezwaren. Vooreerst is het opstellen van een dergelijke levens- en wereldbeschouwing een menselijke arbeid, die langs intellectuele weg geschiedt. Hoe groot is niet het gevaar, dat de Bijbel hier verkeerd wordt geïnterpreteerd en dat men toch blijft vastzitten in wat eenmaal als beginsel van christelijke levens- en wereldbeschouwing is vastgesteld. De voorbeelden, dat de protestants-christelijke politieke partijen datgene wat aanvankelijk in strijd met het