is toegevoegd aan uw favorieten.

Staatsblad der Vereenigde Nederlanden; opgerigt bij besluit van zijne Koninklijke Hoogheid den Heere Prinse van Oranje-Nassau, soeverein vorst der Vereenigde Nederlanden enz. enz. enz. van den 18 december 1813 no.5, 1815, 01-01-1815

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en scliwlpe» daaronder begrepen ) van het platte land, naar hij gelegene steden of piaètsen., voor anderen' 'worrlea gebruikt ionder dat zoodanige bouwlieden eigenlijk gezet-de voerliedfcn 'of Stalhouders zijn, met in het iand-patfagiegeld, maar als paarden van bouwlieden in bet paardengekl worden beschreven en Wel in de 5de klasse, overeenkomstig § i van ait. 6 dezer ordonnantie.

§ Bijaldien echter zoodanige bouwlieden op gezette tijden, het zij dagelijks , wekelijks, maandelijks of anderzius, niet hunne Wagens eu paarden, vrachtwagens of karren rijden of varen en oasi tiltde. beste,goedei en vervoeren, zuilen zij voor de daartoe gebezigd wordende paarden in het Jaud-passagiegeid worden aangeslagen.

§ $ Voor p?nrden, waarop naar aanleiding Tan § 4 van liet tarief voor het iand - passagiegeid eene korting wordt geaccordeerd, worden gehouden, de zoodanige, welke aan stalhouders en vernuurc|ers van paarden in eene gemeente van eene bevolking beneden de vijftien duizend zielen, die tevens den landbouw Uitoefenen, toebcho'oreude, in deze belasting, op den voet bij § i van het land-passagegeld b;schreven zijn.

Aan de gebruikers van dusdanige paarden zal, naargelang der bouwlanden, door hen met hunne eigene, in het landgassagiegeld! aaagegevene .paarden, bearbeid wordende , eene te gcmoetkoining kunnen worden verleend, gerekend tegen/' i: i o:o s jaars voor elk morgen bezaai, dat door hun in vrijen en e geil gebruik wordt gehouden, en waarvoor in de grondlasten Wordt hetaaid.

Zullende nogtans zoodanige korting niet verder of meerder Worden geadmitteerd dan tot vijf morgen voor een paard en zuilen voorts in geene gevallen, hooi- of weilanden , tuinen of boven, noch bosschen of wildernissen, mogen in aanmerking komen, maar alleen beploegde zaailanden.

§ 6. Wanneer stalhouders of verhuurders van paarden, een °t meerder van dezelve bij de maand of langer tijd verhuren, jrfstaan ol aan particulieren verkoopen , zullen de stalhouders '<nnen ^c',t ^agen of vroeger, en vóór dat de huurder of kool'er van het door hem gehuurde of gekochte paard gebruik mag 'naken,, van deze verhuring of verkoop, schriftelijke aangave oen ten kantore van den ontvanger der directe belastingen eu

daarin moeten vermelden;

A S