is toegevoegd aan uw favorieten.

Staatsblad van het Koningrijk der Nederlanden, 1816, 01-01-1816

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

boven den ercngemelden ingang een bord te stellen, waarop met olieverwe geschreven staat»

„ Zeepziederij of zeepmaierij ,

De zeepzieders of zeepmakers zullen daarenboven lederen ingang hunner fabrijk kenbaar maken, door er, in maniere als boveu, voor te doea stellen liet woord

,, Zeepziederij of zeepmcikerij

■ iiwMna.au»

Verpligtingen der zeepzieders en zeepmakers nopens hunne fab'rikcigie oj zie.ierij van zeep.

• Art. 52.

Aangifte der zeepzieders, wegens het aanvangen hunner ziedingen van zeep.

De zeepzieders of zeepmakers, zullen telkens, wanneer zij voornemens zijn zeep te zieden of te fabriceren, gehouden wezen daarvan , aan den hiertoe gestelden ambtenaar der indirecte belastingen, waar onder hunne zeepziederij of zeepmakerij ressorterende is, kennis te geven, daags vóór dat het vuur onder de ketels zal worden gelegd.

Deze aangifte, welke schriftelijk zal moeten geschieden door den zeepzieder of zeepmakcr oi deszells procuratiehouder , zal behelzen:

1°. De plaats en dagteekening.

2°. Den naam of de firma des aangevers.

5°. De zeepziederij, derzelver merk ot andere kentekenende omschrijving.

43. Het uur dat het vuur onder den ketel zal worden aangemaakt.

5°, Het nummer des ketels, bestemd om li^t beslag of ziudscl te ontvangen.

Voor