is toegevoegd aan uw favorieten.

Staatsblad van het Koningrijk der Nederlanden, 1818, 01-01-1818

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dun opziener van het entrepot verwittigen, en deze, tos zijne ont'astiiig, het schriitelijk bewijs van dien onder zich bewarende , het rccu art. 30 vermeld , en door hem afgegeven, van den entrepositeur gekwiteerd intrekken.

De zeehandelaar of zoutzieder za! wegens hot aldus Onder lit:m gekomene zout of de pekel, gcnit van crediet voor den impost kunnen hebhen, op den voet van nvt. 21 dezer wet, en gerakend te zijn ingegaan inet den d.it. waarop deze specien uit het entrepot o.idee zijn bij— zotadi:r beheer overgaan.

A.rt. 55.

jVervber van het eene entrepót naar hrt andere.

a.) 'Buiten d* gemeen t %

Bijaldien de belanghebbende afleveCaar , of wel de kooper, overnemer of verkrijger der zoutspecisn, den vervoer wenscht te doen plaats hebben van het eeno entrepót uaar het andere, niet in dezelve gemeente gehgen, zal hem zulks toegestaan kun» eri word«n, wanneer zijne elders gevestigde ban tel of handelsbetrekkingen en bedrijf hiertoe voldoende aanleiding ff s ven.

Even als bij het Voorgaande artikel zal zulks voor geene kleinere lioeveelheden gevraagd kunnen worden , dan van tien duizend ponden, dit is 4c)4i kilogrammen zant of dertig okshoofden, dat is 70 hectoliters pekel.

De eigenaar , eonsignataris of nieuwe verkrijger des zouts of van de pekel, welke deze specien wenscht ei$'.rs in entrepOt te hebben , ra! gehwden wezen■deswe-

£ü