is toegevoegd aan uw favorieten.

Staatsblad van het Koningrijk der Nederlanden, 1819, 01-01-1819

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Art, 2 33.

Dezelfde rekening zal met de winkeliers , in specien voor welke crediet voor den impost wordt verleend, worden gehouden, en hun vermis , ook dat wegens het zetten van gelagen, iederen dag, worden opgemaakt en in het register ingeschreven ; zijnde van deze bepaling alleen uitgesloten de klein-handelaar, op den voet art. 228, n°. 3, vermeld.

Art. 234.

Alle goederen en specien , op het onvrije territoir circulerende , zonder van het bij de wet gevorderde document voorzien te zijn; alle specien , welke , volgens dezelve , moeten worden gejustificeerd, en waarbij de gevorderde justificatoire documenten ontbreken, en eindelijk alle goederen, eene verbodene nederlage uitmakende, worden geacht frauduleus van buiten het Rijk te zijn aangevoerd, ten wars het tegendeel mogt worden bewezen.

Art. 255.

De Gèëitiploijeerden der In- en Uitgaande Regten en AcCijnsen zijn bevoegd, op het onvrije territoir onderzoek te doen in alle huizen en panden, waar zij mogten vermoeden, dat verboden magazijnen of nederlagen of ongejustificeerde impost-subjecte goederen gevonden worden.

Dit onderzoek zal niet kunnen geschieden, dan 11a zonnen opgang en vóór zonnen ondergang, en in tegenwoordigheid van een Lid van het Gemeente-Bestuur, of publiek persoon, door den Voorzitter van hetzelve gecommitteerd.