is toegevoegd aan uw favorieten.

Opvoeding in volkschen geest; maandblad van het Opvoedersgilde, jrg 4, 1944, no 10, 1944

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De politieke revolutie, die bezig is zich te voltrekken, moet gevolgd worden door de voltrekking van een moreele, die ook reeds eenigermate gestalte begint te krijgen. De vruchten van beide revoluties zouden echter verloren gaan, wanneer er niet tevens een omwenteling kwam in de opvoeding. Zooals de democratie gaat plaats maken voor het nationaal-socialisme, zoo zal het intellectualisme wijken voor het voluntarisme en de leuze: kennis is macht door de waarheid: karakter is macht, verdrongen worden.

CERMAANSCHE OPVOEDING OPVOEDING VAN DE WIL

Liberale, Marxistische, Americanistische (afgeleid van Americanisme, niet van Amerika) en nog andere -istische opvoedingsmethoden zouden nog veel verderfelijker hebben gewerkt, wanneer de over het algemeen conservatieve Nederlandsche onderwijzer de paedagogie niet een beetje als een „zwamvak” had beschouwd en geoordeeld: „Hoofdzaak is, dat de kinderen wat leeren en waarom zou ik een nieuwen, onbekenden weg naar Rome bewandelen, wanneer de oude, die goed bleek, mij vertrouwd is en de nieuwe een avontuur lijkt.”

De doorsnee-leerkracht was practisch meer dan lesgever: hij gaf, omdat hij zich gaf en iets van zijn persoonlijkheid schonk, ook bewust of min of meer onbewust, lessen voor het leven en was zoodoende vanzelf ook tot op zekere hoogte opvoeder. Werkelijk misvormd en radicaal misvormd door een of ander -isme was de gemiddelde leerkracht niet.

Tegenover de overdrijving, de verenging en eenzijdigheid van de -istische schoolschheid komt de gezonde opvoeding in volkschen geest te staan. Dit is de rechtgeaarde opvoeding, die harmonisch de in dien aard wortelende vermogens van lichaam, ziel, geest, wil en gemoed tracht te ontwikkelen op de voor dien aard passende, eigen en niet-vreemde wijze. Vreemd is niet alleen het somatisch of psy-

dto-anthropologisch vreemdrassige, maar ook wa| in bepaalde, individueele gevallen niet of nauwelijks als vermogen aanwezig is en dus niet kan ont-j wikkeld worden of te zwak, te latent daarvoor aanwezig is. Deze volksche opvoeding is de ware, natuurlijke opvoeding, waarbij ook met de natuur rondom een innig contact wordt onderhouden. Zoo wordf zij vanzelf heemsch en leidt zij tot de heemkunde. Wie een -isme verwerpt, behoeft daarmee nog niet een edelen, idealistischen aanhanger van dat -isme te verwerpen. De natuur is sterker dan de leer en de edele natuur zal de kwade leer veredelen, – in zooverre zij die haar stempel opdrukt, waardoof het kwade tot op zekere hoogte geneutralise®fi wordt. Het is dan ook mogelijk, ja zelfs waarschijnlijk, dat zulke leerkrachten, al zijn zij jarenlang liid eener sociaal-democratische, communistische of an-' dere partij geweest, veel eerder het wezen der volksche opvoeding zullen begrijpen: met haar gewicht hechten aan karakterwaarden, haar veredelingswil, haar voelen voor alle volksgenooten en haar be-; langen, dan menig in het oude, het materialisme vastgeroeste conservatief, die alleen met de lippen een schoone leer belijdt, maar wiens leven on-, schoon, onedel en zat-btirgerlijk is.

De Nederlandsche leerkracht, die zooveel van de Renaissance heeft gehoord en die ook de z.g. Romantiek met haar leuzen van terugkeer tot natuur, waarheid en gevoel, en: vrijheid, gelijkheid, broederschap vaak als een tweede Renaissance is gaan beschouwen, zal eindelijk gaan beseffen, dat hetgeen zich heden voltrekt de derde, de heusche, de volksche Renaissance is, waarin de mensch niet als een humanistische abstractie beschouwd wordt, maar als een persoon, die tot een bepaald type, een ideaal vertegenwoordiger zoo goed als dat gaat natuurlijk van zijn volksgemeenschap moet gevormd worden. De volksch-herboren mensch gaat in werkelijkheid en niet slechts in gedachte of omdat de trip- en padvindersmode het wil tot de natuur, niet tot de natuur om ons alleen, maar vooral ook tot de natuur in ons.

Tegenover de volkssplijtende -istische opvoeding komt de volksvereenigende, één-makende, de volksche ook in dezen zin te staan. Dat is geen vlakke confectie-opvoeding, geen doodsche uniforme „scholing”, maar zij garandeert de zelfstandigheid der deelen in harmonische ondergeschiktheid aan het geheel. Zij bouwt het ééne, volksche, nationale huis, waarin echter een steen een steen, een deur een deur, een knop een knop blijft. In dat huis komt alles terecht wat vorm, inhoud en functie betreft van het afzonderlijke en het deel, maar werkt niet minder alles mee om het geheel zoo volledig mogelijk tot zijn recht en tot vollen bloei te doen komen.

De volksche leerkracht moet beseffen, dat hij/?ij