is toegevoegd aan uw favorieten.

Annalen van het Genootschap der Heilige Kindschheid tot het doopen en vrijkoopen van de ongeloovige kinderen in Sina en in andere afgodische landen, jrg 48, 1898, no 283-288, 1898

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

nog scheen te smeel?en. Het water der wedergeboorte reinigde de ziel van den 27-jarigen neophiet en hij ontving den naam van den machtigen aartsengel, den aanvoerder der hemelsche legermacht. De avond was gevallen, elk oogenblik scheen voor den nieuwen christen het laatste te zijn.

Jesus, Maria, ik bemin u , zegde de Zuster bera voor.

Jesus, Maria, ik bemin u, ontvangt mij, herhaalde Michael met veel moeite.

De hemelsche Vader wilde niet, dat zijn kind de eeuwige rust reeds ging genieten. Michael had het verlangen uitgedrukt, voor den God der Koenenee’s, die ook zijn God geworden was, te mogen werken : zijn wensch zou vervuld worden, ’s Anderendaags ’s morgens verkeerde hij in een staat van uiterste machteloosheid, en de Zuster-ziekendienster bemerkte, dat een der voeten geheel was afgevallen, zoodat er eene groote, gapende wonde ontstond; twee dagen later gebeurde hetzelfde met den anderen voet. Dit was nochtans een begin van beterschap.

De Zusters kregen den belasterde hoe langer zoo meer lief; zij wedijverden in zorgvuldige verpleging en welhaast groeiden de wonden dicht. Michael herstelde geheel, doch bleef natuurlijk beroofd van zijne voeten. Tot n bij den Sjeng Moe Tang moest verlaten , gevoelde bij eene hevige droefheid ; waar zou hij voortaan zijn dagelijksch brood kunnen verdienen? Hij kon zich slechts voortsleepen op zijne knieën, die voorzien waren van lederen bekleedsels, door de Zusters gemaakt; hoe kon hij nog hopen werk te vinden ? waartoe zou hij voortaan nog in staat zijn ? Deze vragen hadden de Koenenee’s zich ook gesteld, en ondanks hare armoede besloten zij den ongelukkige toch te onderhouden.

Op zekeren dag, dat Michael zeer bekommerd was, zegde hem de Zuster ; Heb geene zorg, gij moogt bij ons blijven , zoolang ge wilt.

Michael kon zijne eigen ooren niet gelooven ; zooveel liefde was voor hem een wonder, en om een bewijs zijner dankbaarheid te geven, antwoordde hij : Koenenee, ik zal mij nuttig