Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Xlll.

De Bruid des Doods.

Door Pastoor M. Timmers.

Ten einde de lezers der Berichten een blik te laten slaan in de ellenden van het familieleven der heidensche bewoners van onzen Oost-Indischen Archipel, neem ik de vrijheid hun het verhaal aan te bieden eener dieptreurige gebeurtenis, van welke ik getuige was ongeveer zeventien jaren geleden. Zij betreft Meong, een bewoonster van de toen nog heidensche kampong Waibaloen, ruim een [uur afstands van Larantoeka, destijds mijne standplaats, gelegen.

Vroeger had Meong den naaih van Mea gedragen. Doch ziek geworden, was de molang (de heidensche priester of duivelskunstenaar) geraadpleegd, en het was op zijn raad, dat de [naam „Mea”, dien ze tot nu toe gedragen had, in ■Meong” veranderd werd. | =

„Meong” toch beteekent „poes”; en — aldus redeneerden : de” heidenen daar — zouden voortaan de kwadfe geesten in de war gebracht worden. Hoorden ze toch dat kind voortdurend met den naam „poes” betitelen, dan kon het niet anders of ze dachten niet meer met een mensch, maar met een wezenlijk dier te doen te hebben. De Florineesche geesten schijnen zich alleen met menschen op te houden; katten en andere viervoetige dieren beschouwen zebhjkbail twimlprwaardige wezens, ’t Kon nog erger, zooals^zieti

Overigens schijnt de snuggerheid dier geesten bij oen inlander niet bijzonder hoog te staan aangeschreven. Of toont zoo als overal, ook hier weer niet’t bijgeloof zijn ezelsooren

Meong was dan huwbaar geworden. Hoeveel jaren ze

Sluiten