is toegevoegd aan uw favorieten.

Berichten uit Nederlandsch-Oost-Indië; ten dienste der eerwaarde directeuren van den Sint Claverbond, 1918, 1918

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gedaante noch kleur. Kleur evenwel is steeds in vereeniging met het ware wezen. De kleur is het scherm van het leven, dat het leege beheerscht, het leven, waarin wij met ziel en lichaam ons bevinden.

Ziedaar een staaltje van Javaansche wijsheid. De schrijver prijst het goede, de beoefening der deugd; hij erkent, dat deze aarde' het ware geluk niet kan geven, maar in zijn zoeken en tasten naar het ware goed, naar God, in wien de mensch alleen zijn ware geluk kan vinden, mist hij het licht der Openbaring; zelfs de Mohammedaansche Godsloer is verloren gegaan bij hem, ten onder gebracht door de veelvuldige, steeds andere vormen aannemende geestenvereering. Lezen we nog, wat hij zegt over God.

„Vroeger zocht ik in mijne benauwende onwetendheid naar God. Ik leerde bij verscheidene goeroe’s maar hunne meeningen liepen uiteen; de een zeide, dat God de lichtstraal is van ons oog, die ons heele lichaam en alles om ons heen beslaat en zijne schaduw werpt in ons oög. Hij is helder als de zonnestralen en wordt genoemd Noer Mohamad. De dood is niets anders dan de terugtrekking van dien lichtstraal, de scheiding van God en den mensch. Vermindert voor ons het licht, dan moeten wij het goed aanzien en volgen; want waar het gaat, daar is de plaats van God. Een ander leerde, dat God in ons is, nl. onze smaak en ons gevóel. Vereenigd zijn zij in den adem. Bij ’t sterven moet men zich dus geheel met die twee vermogens vereenigen. Weer anderen leerden, dat God woont in het hart, in het geheugen, in de stem van den mensch. Er zijn er ook, die leeren, dat de mensch voor zijn dood een gedaante ziet, wit van kleur.'Deze gedaante past bij den mensch, gelijk de kris bij de scheede en zal hem opvoeren tot God.” Al deze verschillende meeningen verwerpt de schrijver. In werkelijkheid, zegt hij, is God dag en nacht in den mensch. De Koran leert immers, dat God zich vereenigt met het gevoel; ’t gevoel is in het leven, dat één is met de ziel. De ziel is echter maar een scherm voor God, daar God zonder ziel, stem,-reuk, gezicht, spraak en gevoel is. God is stil in zijn eigen wezen, is ruim en groot en alwetend.

Hoe zal men zich met God vereenigen? vraagt hij verder. Daarvoor moet men zich dagelijks iets ontzeggen en zijn driften bestrijden. Als men zich aldus sterk heeft gemaakt.