is toegevoegd aan je favorieten.

Pharmaceutisch weekblad; voor Nederland, jrg 1, 1864-1865, no 41, 05-02-1865

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

allen Apothekers, woonachtig te Workum, provincie Friesland.

Dat zij zich met de hoop gevleid hadden, dat de Regering, bij het indienen van Wets-ontwerpen tot regeling van het Geneeskundig Staatstoezigt, op den voorgrond zoude hebben gesteld: „Scheiding tussohen de „uitoefening van de Geneeskunst, en de Artsenijbereid„kunde”, en die scheiding, waaraan reeds zoo lange jaren groote behoefte is gevoeld, volkomen in toepassing zoude hebben gebragt, meer bepaald nog, dan reeds in Art. 5, van de Instructie voor Heelmeesters ten platten lande, Koninklijk Besluit dd. 31 Mei 1818, N°. 63, werd bepaald. Adressanten, kennis genomen hebbende, van de door de Regering ingediende Wetsontwerpen, en hoofdzakelijk van de laatstelijk door den Minister in die ontwerpen gebragte wijziging, waarbij wordt bepaald, „dat Artse„nijbereidkunde mag worden uitgeoefend, gelijktijdig met „de Genees- Heel- en Verloskunde, in plaatsen waar, „bij de invoering der Wet, niet'eene plaatselijke of provinciale Geneeskundige Commissie is gevestigd”, hebben zich zeer in hunne hoop teleurgesteld gezien. en vreezen, dat die Wetsbepaling voor de Apothekers ten platten lande zeer nadeelig zal zijn. Zij meenen er Mijne Heeren 1 Uwe aandacht op te mogen vestigen, dat volgens de Wet van 12 Mei 1818, dis plaatsen tot het platte land behooren, waar geene plaatselijke Geneeskundige Commissiën bestaan, en dat alleen daar Commissiën kunnen bestaan, waar vier Medicinae Doctores zijn gevestigd. Door onder de tegenwoordige Wetgeving, aan Genees-Heel- en Verloskundigen de bevoegdheid te geven, om Geneesmiddelen te mogen leveren, is aan die heeren, bijna op iedere plaats, waar zij zich vestigen, een bestaan verzekerd; het gevolg hiervan is, dat het getal Genees- Heel- en Verloskundigen inde laatste jaren ten platten lande, zeer is vermeerderd, en dat der Medicinae Doctores is verminderd, zoodat de laatste zelfs in vrij aanzienlijke steden niet meer worden gevonden, en dat i de Apotheken, in vele plaatsen sedert jaren gevestigd, j zijn veranderd in winkels. In het oogloopend is dit het geval inde Gemeente Worhm. Sedert de leer is verkondigd, dat Genees-Heel- en Verloskundigen Medicijnen mogen leveren, is het getal Medicinae Doctores in die stad en omstreken steeds verminderd, en, nadat de Minister heeft verklaard, dat de Genees- Heel- en Verloskundigen, die vóór 15 October 1863 niet in het bezit waren van eene Apotheek, vervolgens van het voorregt om Geneesmiddelen te leveren, zouden zijn verstoken, en dien tengevolge alle Ge- ! nees- Heel- en Verloskundigen aldaar, Apotheken heb- i ben aangeschaft, ook zij die vroeger aan de provinciale Commissie beloofd hadden, zulks nimmer te zullen doen, hebben zich in die stad, tellende ruim 3600 zielen, en inden omtrek van 5 uren, waarvan Wor/cum het centrum is, na het overlijden van den laatsten, lange jaren in TForkum gevestigd geweest zijnden Medicinae Doctor,

I ■ j den Heer Hiemstra, geen Medicinae Doctores, maai I wel Geneesheeren durven nederzetten, en worden inde I in die stad bestaande vier Apotheken, bijna geen recep-; ten meer gereed gemaakt, en zulks niettegenstaande alle i Apothekers aldaar voor eene stad zijn geëxamineerd, ten allen tijde aan alle vereischten hebben voldaan, alle wettelijke voorschriften hebben opgevolgd, en die Apothekers aldaar vele jaren, ja! een er van ruim 41 jaren, zijn gevestigd geweest; alle deze Apotheken zijn als het ware ten eenenmale overtollig geworden, de Apothekers zijn door de werking der Wet, die hen in het leven riep, waarvan zij bescherming mogten verwachten, genoodzaakt door nevenbetrekkingen zich een bestaan te verschaffen , zij worden hierdoor verlaagd tot winkeliers, en hunne lust tot studie en onderzoek, ten nadeele der wetenschap uitgedoofd. Worden de voorgedragen ontwerpen tot Wet aangenomen, deze toestand zal worden bestendigd, en op vele plaatsen, en, na verloop van eenige jaren, op het platte land in het algemeen, in het leven geroepen, en Mijne Heeren! is deze toestand voor het algemeen wenschelijk, is deze toestand voor de Apothekers billijk ? Adressanten veroorloven zich dit ontkennend te beantwoorden. De Wet toch vordert van den Apotheker, Grondige kennis van Artsenij-, Bereid- en Scheikunde, schrijft hem voor, wat hij voorhanden hebben moet, dat hij zijne Medicijnen moet verzegelen, opdat de Geneesheer ze met grond kan beoordeelen, en acht deze beoordeeling noodig, oefent verder op al zijne handelingen, en over het personeel, dat hij in zijne dienst mag hebben, een naauwkeurig toezigt uit, en straft bij de minste overtreding zeer gestreng, terwijl aan Genees- Heel- en Verloskundigen, dikwijls inde receptuur zeer onervaren, in alle deelen de vrije teugel wordt gelaten; zelfs die voorzorgen, welke het Koninklijk Besluit dd. 31 Mei 1818, No. 63 , inde Instruktie voor de Heelmeesters ten platten lande, Art. 15, en in die voor de Apothekers, Art. 10, in het belang van het algemeen, ter voorkoming van het gereed maken der Medicijnen door onbevoegden, en van verkeerde zamenstelling of vergissingen in het recept, noodig achtte, worden inde nieuwe Wetsontwerpen niet aangetroffen; die Wetsontwerpen schijnen de Apothekers ten platten lande onnoodig te drukken , hun bestaan onmogelijk te maken, en den stand der Geneesheeren , —• zelfs zonder de noodige maatregelen van voorzorg, te beschermen. Adressanten nemen dien tengevolge, zoo in hun, als in het algemeen belang, de vrijheid, het bovenstaande onder de aandacht van U Mijne Heeren te brengen, en van ü te verzoeken, te willen waken, dat bij de vaststelling van de Geneeskundige Wetten, de belangen van de Apothekers ten platten lande in het oog worden gehouden, en die Wet zoodanig worde gewijzigd, dat na deszelfs in werking treding, geen Genees- Heel- en Verloskundigen meer bevoegd zullen zijn. Medicijnen te