Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hangende vochtigheid van het jodium snel opzuigt. Dit jodium, hetwelk altijd nog eenig water en groote hoeveelheden zouten bevat, komt bf als zoodanig bf vooraf gesublimeerd inden handel. ln later tijd is aan het salpeterigzuur als reduceerend middel de voorkeur gegeven boven het zwaveligzuur. Het salpeterigzuur wordt hierbij verkregen dooreen mengsel van 5 deelen salpeter en 1 deel kool aan te steken. Op deze wijze wordt het jodium uit zijne oplossingen ineen vorm afgescheiden, waarin het gemakkelijk uitgewasschen en gedroogd kan worden. De neerslag bevat alsdan omstreeks 80 proc. zuiver jodium. Door Draper wordt glycerine als geheel onoplosbaar in Chloroform opgegeven. Deze uitspraak is in strijd met hetgeen inde meeste werken gevonden wordt, zoodat zelfs op de oplosbaarheid van glycerine in chloroform eene methode gegrond is, om daarin syrupus simplex te herkennen. Zwavelzuur, hetwelk tot een zekeren graad geconcentreerd is, kan volgens Balmain en Mensies met volkomen zekerheid en goedkooper in ijzeren vaten worden bewaard en verzonden dan inde tot heden gebruikelijke glazen flesschen of ballons. Er zijn echter drie voorwaarden noodig, om dit uitvoerbaar te maken. Vooreerst moet het zwavelzuur niet zwakker dan 1,65 zijn, ten tweede moet het zuur in het ijzeren vat van de buitenlucht zijn afgesloten en ten derde mag het geene onzuiverheden bevatten, die het ijzer aantasten. Voor het vervaardigen van suppositoria met oleuffl C – C3O wordt opgegeven de extracten, zouten, opium enz. met eenige droppels water aan te wrijven en vervolgens onder de cacaoboter te kneden, zonder laatstgenoemde te smelten. Om een goeden vorm te verkrijgen, maakt men uit sterk cartonpapier eene soort van kegel van omstreeks 2-| tot 4 centimeters lengte, waarbij de punten geheel kort afgesneden en de basis horizontaal gemaakt is. In dezen papieren kegel brengt men nu een los ineengedraaid stukje waspapier en eveneens zulk een van stanniol. Het laatste steekt uit den eersten kegel uit. In dezen drievoudigen kegelvorm drukt men hu de pro dosi afgewogen geknede massa, neemt den buiteusten vorm weg, en ontwikkelt | het waspapier, waarna men het juist konisch gevormde suppositorium, reeds in stanniol gehuld, slechts nog aan de basis behoeft te bedekken. Unguentum parasiticidum. Jf: sulphuris sublimati gramm. 9, mercurii praecipitati albi, sulphureti hydrargyri aa centigramm. 75, olei olivarum gramm. 6, axungiae porei gramm. 24, kreosoti gramm. 2. Men wrijft de eerstgenoemde drie zelfstandigheden o n dereen en mengt ze vervolgens nauwkeurig met het ve en de olie, eindelijk de kreosoot bijvoegende. Verscheidenheden. • In het Wetenschappelijk bijblad van hel Album der natuur komt, van de hand van Dr. Krecke, eene verklaring voor van de. waterzuivering door middel van chloreium ferricum volgens prof. Gunning, die geheel tegenover de verklaring van G. zelven staat. Prof. Gunning toch verklaart; «Bij chloretum ferricum even als bij //sulphas aluminicus en chromiumzouten wordt door de //verdunning hunner oplossing de samenhang tusschen j

„zuur en base losser gemaakt, maar er moet nog iets //bijkomen, alvorens bet tot eene volledige scheiding //komen kan. Dit bepalende kan zijn; warmte of licht, //maar ook de aanwezigheid van fijne gesuspendeerde //deeltjes van geleiachtigen of colloïdalen (niet van kris//tallijnenj aard.” Kreoke daarentegen meent, dat het juist de kristallij>ie bestanddeelen van het water zijn, die de ontleding van het chloretum ferricum bewerken. Het is, zegt hij, gebleken, dat ijzerchloride in zeer verdunde waterige oplossing bij de gewone luchttemperatuur gescheiden wordt in vrij zoutzuur en oplosbaar ijzeroxyde van Graham. Deze zelfde stoffen _ zullen zich derhalve ook vormen bij toevoeging eener oplossing van ijzerchloride bij rivier- of welwater. Men bemerkt dan ook inderdaad, dat de vloeistof, die na toevoeging van dit zout aanvankelijk kleurloos was, zich door vorming van oplosbaar ijzeroxyde spoedig duidelijk roodbruin kleurt. Het dus gevormde ijzeroxyde zal echter, onder deze omstandigheden, slechts een voorbijgaand bestaan kunnen hebben, want daar het door normale zouten van alcaliën, die nooit inde natuurlijke wateren ontbreken, in onoplosbaar ijzeroxyde wordt omgezet, zal zich inde vloeistof vlokkig ijzerhydroxyde vormen, dat zich rondom de in het water zwevende organische of anorganische deeltjes afzet, en met deze ten bodem bezinken. Om de juistheid dezer verklaring nader te toetsen, vulde K. maatflesschen van 1 liter met gedistilleerd water, met rivierwater en met gedistilleerd water, waarbij enkele droppels eener oplossing van chloornatrium of sulphas natricus was gevoegd, liet in elk dezer 4 vloeistoffen papier – vezels, zetmeelkorrels en sulphas baryticus zweven en voegde vervolgens eene oplossing van 0,032 gram chloretum ferricum toe. Eceds na eenige minuten begonnen de vloeistoffen, die aanvankelijk kleurloos waren, bruinrood te worden en eenige oogenblikken later vertoonde zich in het rivierwater en in het gedistilleerde water, dat met chloornatrium of sulphas natrious was bedeeld, eene afscheiding van ijzerhydroxyde, dat de papiervezels het zetmeel en de zwavelzure baryt omhulde, en na I eenige uren daarmede op den bodem der flesschen was bezonken. Gedurende deze afscheiding werd de vloeistof langzamerhand helder en was ten slotte kleurloos. Noch met sulfocyanas kalicus noch met ferrocyanetum kalicum was een spoor van ijzer te ontdekken. In het gedistilleerde water, dat met dezelfde zwevende stoffen bedeeld was, had geen spoor van afscheiding van hydroxyde plaats en de vloeistoffen behielden hare roodbruine kleur. Daaruit leidt K., zooals wij boven zeiden, af, dat de stoffen van kristallijnen aard, die nooit in drinkwater ontbreken, de oorzaak zijn van de afscheiding van het ijzerhydroxyde. Het is gebleken, dat tetralldomuur in aanraking met onder cldorig zuur of onderohlorigzure zouten, onder vorming van zwavelzuur en afscheiding van zwavel, zwavelwaterstof ontwikkelt: 2 S406 + 2 C120 +BH3 O = 5 HsS04 + 4 HCI + H3S+S. Dit feit is van beteekenis bij de chlorometrische methode van Wagner, namelijk met jodetum kalicum en hyposulphis natrious. Om bovenstaande reactie te verhinderen, die de oorzaak is van de onjuistheden bij deze ohlorometrische methode, zoodat Mohr haar zelfs geheel verwerpt, moet men de hoeveelheid jodetum kalicum tamelijk groot nemen, namelijk op 1 gram chloorkalk 6 gram jodetum kalicum en niet 2,5 gram, zooals gewoonlijk wordt opgegeven.

Sluiten