is toegevoegd aan je favorieten.

Pharmaceutisch weekblad; voor Nederland, jrg 13, 1876-1877, no 12, 23-07-1876

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

//waarvan de aetiologie donker is, aan eene zoodanige oorzaak //moet worden toegeschreven.” Dr. K. somt verder verschillende gevallen op, //waarbij //arsenik gebruikt wordt, zoo onder anderen bij het bleeken van //was, bij de fabrikatie van stearinezuur om de broosheid der //kaarsen tegen te gaan, ter vervaardiging van het Schweinfurter//groen, van vele schilder- en lakkleuren, en voornamelijk inde //katoenververij en drukkerij bij het zoogenaamde nbeizen", name-Hijk om te bewerkstelligen, dat de kleuren zich inniger met de //plantenvezel verbinden. In vroegere tijden gebruikte men voor /■dusdanige fixeermiddelen geheel onschadelijke substanties, aluin //en andere, later albumine en caseine, doch de meer en meer //klimmende prijzen hebben de industrie naar goedkooper surro//gateu doen uitzien, en hoe gewetenloos men met deze gevaarlijke //stoften omgaat, kan daaruit blijken, dat er Elzasser en Engelsche //katoenen voorkomen, die per meter 30 tot 30 gram arsenigzure //leemaarde bevatten. Vooral zijnde uit Oostenrijk ingevoerde //katoenen, die met allerlei figuurtjes op violetten grond bedrukt //zijn, zoo gevaarlijk, omdat zij voor het bedrukken volstrekt //niet gespoeld worden, en daarentegen sterk bedeeld zijn met in //water zeer ligt oplosbare arsenikverbindingen.” De heer Brouwer merkte tegen de medegedeelde feiten op, //dat het gebruik van arsenik bij het vervaardigen van stearine//kaarsen, (Cambacères, door den eersten fabrikant gebezigd, om //de broosheid der kaarsen te voorkomen) slechts een korten tijd //toegepast maar op bevel der Fransche regeering gestaakt werd, //dewijl anders de fabriek zou gesloten worden. Het arsenik wordt //hierbij dan ook nergens meer gebruikt. Het stearinezuur niet //boven het nulpunt te verhitten en plotselinge afkoeling na //gieting der kaarsen, is voldoende om de broosheid te voortkomen. Ook voerde de heer Brouwer aan, dat bij de bereiding //van anilinekleurstoffen in later tijd het gebruik van arsenik //nagelaten is en andere procédés gevolgd worden.” Uit de toelichting bij het indienen der wet op den in-, uil- en doorvoer van vergiftige stoffen blijkt echter, dat men inden laatsten tijd, helaas, weder geheel tot liet arsenik teruggekeerd is. Volgens den voorzitter worden fabrikaten, die in Duitschland niet mogen gebiuikt worden, naar Nederland gezonden. Ziedaar zoovele feiten, waaruit het gevaar van den verkoop van vergiften en van met vergiftige zelfstandigheden bedeelde stoften bij onze tegenwoordige wetgeving duidelijk spreekt. Ineen volgend artikel wenschen wij te overwegen, welke maatregelen tot waakzaamheid en vermeerdering der veiligheid kunnen aangewend worden en het doelmatigst zijn. VERGUNNING VOLGENS AL. 3 ABT. 34 VAN WET IV. Inde laatste vergadering van den geneeskundigen raad voor Gelderland en Utrecht kwam wederom ter sprake de vergunning, die door den inspecteur, op advies van den geneeskundigen raad, aan bij de invoering dezer wet bestaande apotheken kan worden verleend, om af te wijken van art. 3 al. 3, wat de uitsluitende bestemming van het lokaal voor apotheek betreft. De voorzitter deelde als algemeen aangenomen stemming mede, dat de vergunning niet aan de zaak, de apotheek, maar aan den persoon, den apotheker, verleend wordt, waarmede ook het rechtsgeleerd lid volkomen instemde. Men kan zich eene vergunning bezwaarlijk anders dan persoonlijk voorstellen, namelijk verleend aan een bij de invoering der wet gevestigden apotheker, terwijl bij eene tegenovergestelde opvatting een toestand voortdurend bestendigd zou worden, dien men wenscht te doen eindigen. Maar hoe, indien de weduwe, kinderen of andere erfgenamen vaneen apotheker de apotheek met een geëxamineerden apotheker wenschen voort te zetten, gebruik makende van het recht bij art. 19 verleend? De raad meende, dat ook in dat geval de vergunning vervallen was, omdat het geneeskundig staatstoezicht alleen den waarnemenden apotheker als verantwoordelijk persoon kent, die dus als nieuwe persoon optreedt. Wenschen de erfgenamen daarbij den verfwinkel of eene andere bijzaak aan te houden, dan zullen zij verplicht zijn dezen handel ineen lokaal, afgescheiden van de apotheek, over te brengen. Afschrift der Redactie van 't P/iarm. Weekbl. aangeboden door den inzender. Aan Z. E. den Min. v. Binn. Zaken te ’s Hage. Geeft met verschuldigden eerbied te kennen, J. B. Nagelvoort, Stads-apotheker te Soerabaya,

dat hij behoefte heeft om zijn innigen dank uitte spreken voor de verlossing der pharmaceuten uit hunne valsche positie tegenover de medici, doordat Uwe Exc. de pharmacie overbracht naar de philosophische faculteit, in uwe jongste wetgeving op het Hooger Onderwijs; dat Uwe Excellentie aan jaren lang verkropt leed door die overdracht een einde heeft gemaakt en dat 3 April, zoo lang ik leef, als een heilige dag in mijn kalender zal aangeteekend worden; dat ik voortaan met een opgeruimd hart mijn leven aan mijn ambt wil blijven wijden, dat mij anders ondragelijk geworden was. Soerabaya, ’t Welk doende 8 Juni 1876. Nagelvoobt. Echt (Limburg), den 17 Juli 1876. Waarde Collega! Het is mij gelukt, het geheim van dr. van der Burg, om iodiumijzer in levertraan op te lossen, te ontdekken. Maar in plaats van ijzer en iodium moet men nemen iodetum kalicum en sulphas ferrosus. Het is overbodig te zeggen wat gebeurt, wanneer men iodetum kalicum en sulphas ferrosus mengt, en de chemische aequvalentie kent gij, Collega, beter dan ik. Evenwel moet ik zeggen, dat ik bovengenoemde zouten afzonderlijk tot fijn poeder breng om ze later tezamen met de levertraan zoolang te verwarmen, tot dat het ferroiodide gevormd is. Dezelfde voorzorg is in achtte nemen, dat eene overmaat van sulphas ferrosus gebezigd wordt, als bij syrupus iodeti ferrosi van ijzer. Dr. van der Burg heeft goed zeggen, dat zijn iodiumijzerlevertraan geen vrij iodium bevat; dit stem ik hem toe. Ontvang, waarde Collega, de verzekering mijner hoogachting.' Uw Dw. Dienaar, F. J. Peerboom. CALX GLYCEBINATA, Volgens Carles heeft glycerine evenals suiker de eigenschap om de kalk meer oplosbaar in water te maken. Een liter gedestilleerd water lost ongeveer 1,35 gram kalk op, na toevoeging van 100 gram glycerine ruim de dubbele hoeveelheid, namelijk . 3,58 gram. Vermeerdert men de glycerine tot 200 gram, dan lost er nog veel meer kalk op, maar na eene grootere bijvoeging neemt het vermogen om kalk op te lossen af, waarschijnlijk, omdat dein water zeer gemakkelijk oplosbare verbinding der glycerine met kalk in glycerine zelve slechts weinig oplosbaar is. Indien eindelijk de vloeistof 400 gram glycerine op 1 liter water bevat, dan deelt de glycerine-kalkverbiuding daaraan eene ondoorzichtige melkachtige troebeling mede en, terwijl de onopgeloste kalk snel neergeslagen wordt of op het filter achterblijft, blijft de glycerine-kalkverbinding lang gesuspendeerd en gaat zelfs door het filter. Men zal van deze oplossingen het volgende gebruik kunnen maken: I°. Kunnen zij inde acidimetrie dienen tot vervanging der kalksuikeroplossing die spoedig bederft. 3°. Kan men er een goed kalkliniment van maken, waarbij, in plaats van het kalkwater, eene 10 percentige glycerine-kalkoplossing tot verzeeping der olie dient. Men verkrijgt eene consistente kalkzeep, die ook na weken niets van hare homogeniteit verliest en niet spoedig rans wordt. Laub heeft de Calx glycerinata bij verbrandingen met goed gevolg aangewend inde formule: : calcis ustae gramm. 3, glycerini gramm. 150. Digere leni calore; massae refrigeratae adde aetheris muriatici alcoholici gramm. 2. Als nieuwe chemisch-pharmaceutische praeparaten vermeldt Merk te Darmstad : Acidum laricinicum, Salicyl as Ooffeini, Sulphas Calabarini puriss. (een lichtgeel, hygroscopisch poeder, hetwelk met water eene heldere en volkomen neutrale oplossing geeft, maar dat men nog niet tot den kristallijnen staat heeft kunnen brengen), Hy dr obro ma s Calabarini, Phospho-lacm