is toegevoegd aan uw favorieten.

Pharmaceutisch weekblad; voor Nederland, jrg 13, 1876-1877, no 22, 01-10-1876

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Jtë 6.

■AANDELIJKSCH BIJVOEGSEL

ten behoeve van Apotheekhoudende Geneeskundigen.

SPIRITUS AROMATICUS, Specerijachtige geest. (\ an ouds Spiritus carminativus, windbrekende spiritus, geheeten, ook wel met bijvoeging van Sylvii, omdat Sylvius het eerst dezen naam aan een gelijksoortig praeparaat gaf. nEau des Cnrmes” of „Karmelitengeest” is de volksnaam. Men verstaat hieronder eigenlijk de Spiritus melissae compositus, die nog inde Pharm. Belg. voorkwam, maar weinig van den Spiritus aromaticus verschilt. De naam „Karmelitengeest” is daarvan afkomstig, dat de eerste bereiding in 1611 door de Karmelitenmonniken te Parijs geschiedde, welke het als geheim geneesmiddel afleverden.) Troebeling bij vermenging met water. Een mengsel van spiritus aromaticus en spiritus nitri dulcis, eerst kleurloos, wordt bij het staan geel. SPIRITUS CINNAMOMI, SPIRITUS CITEI, SPIRITUS LAVANDU- Iae, spiritus rosmarihi kunnen bij tijdelijk gebrek vervangen worden door de oplossing van 1 droppel der zuivere aetheensche olie in 50 gram van den spiritus ter sterkte, zooals de Pharm, opgeeft. De over de kruiden gedestilleerde spiritussen verdienen echter verre de voorkeur. POLIA STRAMONÜ. Poornappelbladen. "Vooral gekenmerkt door den ongelijk bochtig gelanden rand. SEMEN STRAMONÜ. Eoornappelzaad. Niervormig, zwart, ter grootte eener linze. STRYCHNINUM. Strychnine. Wegens zijne moeilijke oplosbaarheid veel minder in gebruik dan Nitras Strychnini (zie Maand. Bijv. 12 bij N°. 49 van den vorigen jaargang). SULPHAS AETHYLICUS ACIDUS GUM ALCOHOLE. Zuur zwavelzuur aethyloxyde met alcohol. (Van ouds Elixir acidum Hallen). . K1™1'!oos, soms een weinig geelachtig, van eene eenigszms dikke consistentie. Pareert men het vroeger beschreven maatfleschje van 30 gram op de schaal en vult men het vervolgens met Elixir acidum Halleri, dan moet de vermeerdering in gewicht 36 gram bedragen. Wij maken opmerkzaam op het verschil inde verhouding tusschen zwavelzuur en spiritus bij het Elixir acidum Halleri volgens onze en volgens de Duitsche Pharm. Bij ons is de verhouding; gelijke deelen zwavelzuur en spiritus ; inde Germ. 1 zwavelzuur tot 3 spiritus, eene bijzonderheid van vrij wat beteekenis bij het overnemen van voorschriften uit Duitsche tijdschriften. SULPHAS CUPRICO-AMMONICÜS BASICUS. Basisch zwavelzuur hoperoxyde-ammonia. Donkerblauw kristalpoeder, dat geene groene vlekken mag vertoonen en bij wrijving met natronloog een reuk naar ammoniak moet ontwikkelen. SULPHAS FERROSUS. Zwavelzuur ijzeroxydule. (Vitnolum marlis, ijzervitriool, groen vitriool). Blauwgroene kristallen of kristalletjes, gemakkelijk oposbaar m water. De kristallen mogen met geen bruine laag overdekt en de oplossing moet helder zijn.

1. Voegt men bij de oplossing een weinig chloor waterstofzuur en vervolgens zwavelwaterstofwater, dan mag er geen kleuring ontstaan. 2. Men verwarmt bijv. 2 gram der kristallen ineen schaaltje met verdund salpeterzuur en voegt na bekoeling zooveel ammonia liquida bij, dat de vloeistof er duidelijk naar riekt. Na met eenig water verdund te hebben, filtreert men. De heldere doorgeloopen vloeistof mag na verdamping in eeue porseleinen schaal en na gloeiing van het overblijvende ineen platinaschaaltje niets achter lafeu. De kristallen moeten, voordat zij in eene goed sluitende stopflesch geborgen worden, nauwkeurig met absoluten alcohol afgewasschen zijn, zoodat er volstrekt geen waterdeeltjes blijven aankleven. Ho ofdhenmerh. De blauw- of zeegroene kleur en de blauwe kleur, die er ontstaat, indien men bij de oplossing in water een droppel oplossing van ferrocjaankalium (geel bloedloogzout) voegt. Sulphas ferrosus exsiccatus moet groenwit en mag niet geel of bruinachtig zijn. Men kan het met deze groenwitte kleur het best verkrijgen, door het kristalpoeder te bezigen, hetwelk zich afscheidt, indien men bij eene oplossing van ijzerdraad in verdund zwavelzuur spiritus rectificatissimus voegt. Het kristalpoeder wordt op een filter vezameld en niet boven 100° C., dus het best op een waterbad uitgedroogd d.i. van kristalwater bevrijd. SULPHAS KALICO-ALUMINICÜS. Zwavelzure hali-aluinaarde. {Alumen, aluin). Voor geneeskundig gebruik wordt ijzervrije leali- aluin vereischt. De meeste aluin, die tegenwoordig inden handel voorkomt, is ammoniak-aluin. Men ontdekt dit door eenige kristallen met kalk ineen mortier te wrijven of in oplossing met bijtenden natron ineen buisje te verhitten. Bij ammoniak-aluin zal zich dadelijk de reuk van ammoniak ontwikkelen. De ijzervrije toestand wordt herkend door bij de oplossing eerst eenige ammonia liquida en vervolgens sulphohydras ammonicus te voegen. Er mag nu geen donkere kleur ontstaan. De ijzervrije toestand van den aluin is van beteekenis bij de nauwkeurige receptuur. Zeer dikwijls toch wordt alumen voorgeschreven in gargarisma met mei rosarum. Bij gebruik van ijzervrijen aluin zal de vloeistof eene helder roode, van ijzerbevattenden aluin eene groenzwarte kleur hebben. Wil men zeker zijn een ijzervrijen kali-aluin als geneesmiddel af te leveren, dan sla men den eenigszins omslachtigen maar zekeren weg in, dat men alumen ustum met water trekt, de verkregen vloeistof affiltreert en tot kristallisatie uitdampt. Men verkrijgt dan kleine geheel kleurlooze kristallen. Hoofdlcenmerh. Voegt men natronloog bij de oplossing der kristallen in water, dan ontstaat er een witte geleiachtige neerslag, die echter na bijvoeging van meer natronloog geheel wordt opgelost, maar weder te voorschijn treedt, indien men verder eene oplossing van chloretum ammonicum bijvoegt en zacht verwarmt.