is toegevoegd aan je favorieten.

Pharmaceutisch weekblad; voor Nederland, jrg 13, 1876-1877, no 50, 15-04-1877

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verplicht een woord van dank te richten aan het Bestuur van het ütrechtsche departement der Ned. Maatschappij ter bevordering der pharmacie, hetwelk zich, na mijn verlangen om dit lokaal voor deze bijeenkomst te huren, dadelijk bereid verklaarde de onkosten daarvoor op zijne rekening te nemen.” Zooals wij in het vorig nommer aankondigden, Wenschen wij thans eenige tegenwerpingen in het midden te brengen betreffende de bestrijding van het pensioen- en ondersteuningsfonds voor apothekers-adsisteuten door de heeren van Hille, Honig en Rutger Schutte. Onzes inziens vat de heer v. H. de betrekking van den adsistent verkeerd op. Er zijn verschillende werkzaamheden in de apotheek, werkzaamheden, die aan een ondergeschikt personeel kunnen worden opgedragen, en werkzaamheden, waartoe de apotheker bepaald zelf geroepen is. ïot de eerste soort van werkzaamheden behoort de receptuur, tot de tweede het onderzoek van de deugdelijkheid der geneesmiddelen. De wetgever heeft dit zeer juist ingezien, en behalve den apotheker, ook nog andere onder toezicht werkende personen bevoegd verklaard tot het bereiden en afleveren van geneesmiddelen. Dat een geneeskundige niet kan vervangen worden dooreen ondergeschikt persoon, ligt geheel inden aard der zaak, want hier hangt alles af van de individualiteit van den geneeskundige. Evenmin mag en kan een apotheker zich in het onderzoek van de deugdelijkheid der geneesmiddelen dooreen ondergeschikte laten vervangen, omdat ook hier alles van zijne wetenschap afhangt. Zorgt de apotheker, dat dein voorraad gehouden geneesmiddelen in de apotheek ten dienste der receptuur aan alle vereischten voldoen, dan is verder alles bij het gereedmaken van artsenijen hoofdzakelijk gelegen in nauwkeurigheid, oplettendheid en handigheid. Het radikaal van apotheker vrijwaart niet voor tegenovergestelde eigenschappen of tegen vergissingen. De voorgestelde belooning door het vooruitzicht om eenmaal dooreen verligt examen apotheker te kunnen worden, dat wil zeggen, apotheker 2de kl. zonder voldoende wetenschappelijke ontwikkeling, kunnen wij waarlijk niet ernstig gemeend achten. Zij zou alles omverwerpen, wat tot heden gewonnen is, en ten eenenmale de positie bederven, die men inde toekomst den apotheker toedenkt. En wat hier onzes inziens alles beslist, is, dat deze regeling zou zijn tegen het algemeen belang, omdat men bij dergelijke personen geene zekerheid kan verwachten voor de deugdelijkheid en zuiverheid der voor de receptuur bestemde geneesmiddelen. Wat nu den raad betreft, om liever eene andere carrière te kiezen en ambachtsman te worden, dan zich door eene schijnverbeterihg te laten verlokken, wij wijzen hier op een dezer dagen te Utrecht gehouden congres van letterzetters, boekdrukkers en beoefenaars van aanverwante vakken, om hun toestand en de middelen, die daarin verbetering kunnen brengen, te behandelen. Allen waren het er over eens, dat hun toestand onhoudbaar is, doch over de middelen tot verbetering bestond groot verschil van meening. Ten slotte werden twee moties aangenomen : inde eerste werd de weg aanbevolen //tot ontvolking van het vak” door ouders en voogden te ontraden, hunne kinderen of pupillen bij het vak te plaatsen; de tweede motie verklaarde samenwerking door alle middelen noodig. De eerste motie staat dus gelijk aan den raad van den heer v. H. aan de apothekers-adsistenten. Elk kent de bezwaren van zijn beroep het best. Hebben wij niet dezelfde motie te wachten, indien beoefenaars van welk vak ook samenkwamen, en wat zou het geven, indien allen zich wierpen op één vak, dat hun het best en voordeeligst toescheen ? Dan zou dit spoedig overbevolkt zijn en de klachten zouden opnieuw niet uitblijven. Bij de hoogst noodzakelijke verdeeling van den arbeid inde menschelijke maatschappij, acht ik eene dergelijke motie en raadgeving eene ongerijmdheid. In plaats vanaf te breken, moeten wij trachten op te bouwen, dat wil zeggen langs den besten weg verbetering te brengen inde betrekking, w'aarin wij geplaatst zijn, en ons die verbetering door ijverige en nauwgezette plichtsvervulling waardig te maken. Deze is de bedoeling met het Pensioen- en Ondersteuningsfonds en elk, die de zaak onbevooroordeeld beziet, zal de voorgestelde regeling eene verbetering,-eene verzekering voor de toekomst achten, verbetering en verzekering, die den door ons op hoogen prijs geschatten adsistent-apotheker ten volle toekomen en voor hem vrij wat meer van beteekenis zijn dan de voorspiegeling van eene diep ingrijpende en af brekende verandering. Aan de heeren H. en E. S. antwoorden wij, dat het aantal adsistenten O. W. zeker de meerderheid uitmaakt onder de belangstellenden in het voorgestelde fonds, waarvan de natuurlijke oorzaak is, dat hun cijfer tot heden het grootst is onder de adsistenten. Evenwel ontbreken onder de belangstellenden ook de adsistenten N. W. niet, waaronder wij meenen de leerling-apothekers te moeten verstaan. Deze betrekking is door den wetgever met een goed doel in het leven geroepen; jaarlijks zien wij het cijfer aangroeien en onzes

inziens wordt de positie inde toekomst stellig beter, zoodat men ook. inden stand van adsistent-apotheker als hoofd vaneen gezin zal kunnen optreden, indien men de tering naar de nering weet te zetten, een vooruitzicht, hetwelk in eene welgeordende maatschappij aan geen betrekking mag ontbreken. Heeft het bedoelde fonds inden tegenwoordigen tijd hoofdzakelijk betrekking op het door het grootste cijfer vertegenwoordigd aantal adsistenten O. W., met eene overtuiging als wij boven uitspraken, bezit het zeker ook eene toekomst, en zal, wanneer het geslacht der adsistenten O. W. voorbijgegaan zal zijn, ook voor dat der adsistenten N. W. ten zegen kunnen zijn. Redacteur. ROTTERDAM, 10 April 1877. Wel Ed. Heer! Streng de praktijken afkeurende van gewetenlooze bedriegers, wier eenige doel het is om geld te slaan, ten nadeele van het liohtgeloovige publiek, kan ik niet anders dan ten zeerste de pogingen toejuichen en mijne sympathie betuigen voor den kampioen Dr. Yitus Bruinsma, die op zoo flinke wijze (zie Farmaceut No. 33, 31 en 35) de wonderkraam van den zich noemenden Dr. Airy heeft aangetast. Voorwaar deze pogingen, die zoo zeer in het belang zijn van den pharmaceutisohen stand, zoowel wat aanzien als finantieel voordeel betreft, kunnen, dunkt mij, niet genoeg door de apothekers gewaardeerd en vooral gesteund worden. Het is daarom dat ik het ook mij tot plicht reken, in uw veel gelezen blad, waarin ik hierover nog niets gevonden heb, op dezen strijd de aandacht te vestigen, ten einde door de meerdere bekendheid daarvan tot medewerking aan te sporen, en zoodoende door meerdere kennis van de praktijken dier zoogenaamde wonderdoctors, die ook met des temeer wapenen te kunnen bestrijden. U hiervoor een plaatsje in het Pharmaoeutisch Weekblad verzoekende, heb ik de eer met alle achting te zijn UEd. Die. Dienaar, L. C. W, Cocx. Gedurende al de jaren, dat het Pharm. Weekblad bestond, heeft het strijd gevoerd tegen geheimmiddelen. Elk strijdt echter op zijne wijze en met de wapenen, die hem het geschiktst voorkomen. Wij meenden vooral de oogen te moeten openen voor de vaak onzinnige, meestal niets nieuws bevattende samenstelling dier middelen, met andere woorden, het geheim te ontmaskeren. Verder meenen wij, dat het op den weg der bevoegde macht, zooals het geneeskundig staatstoezicht, ligt den handel binnen de wettige grenzen te houden. Bij het publiek zal, meer dan een bepaalde strijd, ruimere ontwikkeling van algemeene kennis, vooral der natuurwetenschap, leeren afstand doen van liohtgeloovigheid zoowel op dit als op ander gebied en de praktijk der geheimmiddelen in het ware daglicht doen beschouwen. Red. Met betrekking tot het werkzaam zijn van buitenlandsche (niet Duitsohe) apothekers-adsistenten in Duitsohe apotheken, is aldaar bij ministerieele verordening bepaald, dat buitenlanders, die in hun vaderland een examen als adsistent-apotheker met gevolg afgelegd hebben, zich, voordat zij tot het werkzaam zijn in eene Duitsohe apotheek toegelaten worden, aan een examen moeten onder,werpen, geëvenredigd aan de eischen, die voor Duitsche adsistenten gesteld zijn. Bijvoeging van spiritus bewaart, volgens Hager, de oplossing van morphiniumacetaat (injecties) tegen bederf. 300 Milligr. acetas morphini, 9 gram water en 1 gram spiritus geven eene injectievloeistof, die vrij lang goed blijft. V eekatum, In het vorig nommer, bladz. 4, kol. 1, regel 9 van beneden, moet in plaats van //J. O. van Nooten”, de onderteekening gelezen worden: //J. C. van Noorden”. Persoonlijke aangelegenheden. 11 April gehuwd: G. P. G. MOEYS, Apotheker te Nijmegen, en W. L. KROL. 12 April gehuwd: T. REEN CANNEGIETER, Apotheker te Heinkenszand, en A. E. POPPELBATIM, van Amsterdam. Openlijke correspondentie. De heer D. Q. Wessels, adsistent O. W. bij den heer G. Post van den Burg, zal zien, dat zijne denkbeelden geheel opgesloten liggen in het artikel, hetwelk door ons als tegenwerping geplaatst is, en het dus met ons zeker overbodig achten die te herhalen.