Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

trouwens zijn, zoo ieder voor zich zijne recepten moe schrijven en bij den apotheker doen gereed maken, afgaande op de idee: veen recept behoeft met dooreen geneeskundige onderteekend te zijn,” terwijl, ik herhaal het, deze alleen aan die bepaling gevolg moet geven. De wet zegt, dat de apotheker ook zonder recept geneesmiddelen mag afgeven, die met bepaalde aanduiding van het verlangde geneesmiddel gevraagd worden. Dit nu kan mijns inziens alleen zien op enkelvoudige geneesmiddelen, bijv. magnesia, aq. foeniculi en dergelijke. e lidwoord het wijst duidelijk op één geneesmiddel, geen mengsel. De wet kan niet alles omschrijven; ik geloot dat °alleen iteratiën eene uitzondering mogen maken. Hoe nu de opvatting moge zijn (en ik wenschte daaromtrent gaarne meer licht) komt het mij zeer gevaarlijk voor, die van het Paleis van Just. in verband te brengen met de recepten van magnetiseurs. Zonder eene lans te willen breken vóór of tegen het magnetisme kom ik tot de vraag, of men ongestraft en volkomen vrij het werktuig Jkn van iemand, die door den rechter vervolgd en wordt? Den apothekers worden, hoe langer dergelijke recepten aangeboden. De zucht van schijnt voor die zaak zeer toe te nemen, en, vele overtredingen slechts eene enkele vervolgd wordt, ziet menig apotheker er volstrekt geen kwaad in en acht het zelfs niet strafbaar. Al kent men ook de parafen van alle geneeskundigen niet, zoo kan men in geval van twijfel den naam van den medicus immers aan den patiënt vragen, en men moet al zeer weinig practische kennis bezitten, om niet dadelijk aan vorm en inhoud te zien, dat de recepten uiteen ongewoon kanaal komen. In ieder geval is het lastig, dat de apotheker, die het gereedmaken meent te moeten weigeren, dikwijls van den patiënt de opmerking moet hooren, dat collega A of B hem dan wel met open armen zal ontvangen. Amsterdam, Februari 1872. Sevebus. Wanneer wijde wet nauwkeurig volgen, dan blijkt hieruit, onzes inziens, duidelijk, dat de apotheker met strafbaar kan gesteld worden voor het afleveren van geneesmiddelen buiten erkende recepten. Art. 1 van Wet IV geeft hem in het algemeen de bevoegdheid tot het bereiden en tot geneeskundig doel afleveren van geneesmiddelen. Deze aflevering geschiedt volgens art. 9 op tweeërlei wijze: a. hetzij op recept, b. hetzij na aanvraag, met bepaalde aanduiding van het verlangd, geneesmiddel. Aan de aflevering op recept hecht de wetgever en met recht de meeste waarde. Hij omschrijft in art. 8 de nauwkeurigheid der bereiding volgens het recept en de deugdelijkheid der bestanddeelen, in art. 10 de wijze van aflevering, in art. 11 de bewaring der recepten, in art 12 de mate van geheimhouding betreffende de recepten, en veroorlooft in art. 18 het afleveren van vergiftige zelfstandigheden op recept. Een recept is, volgens art. 8 van Wet 111, een voorschrift, dooreen bevoegd geneeskundige naar de aldaar vermelde bepalingen ingericht. De eischen in dit artikel kunnen zich natuurlijk niet verder uitstrekken dan tot personen, aan wie volgens de wet de bevoegdheid is toegekend tot het uitoefenen der geneeskunst in -Nederland namelijk tot hen, die eene acte van bevoegdheid als arts bezitten, of die inde termen vallen der overgangsbepalingen van art. 20, 21 en vervolgens van Wet 11, of tot vreemdelingen, aan wie volgens art. 2 van Wet 111 door

den Koning vergund is, in dit land de geneeskunst uit te oefenen. Inden strikten zin der wet is dus voor den nederlandschen apotheker slechts een wettig recept een voorschrift, dooreen der bovengenoemde personen op de aangeduide wijzen ingericht, geparapheerd of onderteekend. Eecepten, door andere vreemde geneesheeren voorgeschreven, zouden dus reeds buiten het eerste gedeelte van art. 9 en de overige genoemde artikelen van Wet IV liggen. Eeeds bij de beraadslagingen over de geneeskundige wetten is gebleken, dat deze strikte opvatting der wet ongerijmd, althans praotisch onhoudbaar is. Op de pertinente vraag of de apotheker in het algemeen verplicht is te onder- . zoeken, of het voorschrift gegeven is dooreen bevoegde en binnen de perken der bevoegdheid, was het antwoord des ministers: //dat de apotheker in het vervolg, evenmin //als tot dusverre geschiedde, zal weigeren een recept ge//reed te maken, dat inden vreemde is geschreven. Het //kan van den apotheker toch niet worden gevergd, dat //hij over de grenzen onderzoek doe naar de bevoegdheid //van hem, die dat recept heeft afgegeven.” Daarmede is dus het beginsel uitgesproken, dat de apotheker met verplicht is onderzoek te doen naar de bevoegdheid van den voorschrijver. Bij het tweede gedeelte van art. 9 gaat het staatstoezicht niet verder, dan dat de apotheker volgens art. 4 deugdelijke geneesmiddelen in zijn voorraad heeft. Dit toch heeft kennelijk den handverkoop ten doel, of liever aan het publiek de gelegenheid te verschaffen en vrijheid te laten zich, buiten den geneesheer om, van geneesmiddelen voor ware of ingebeelde kwalen te voorzien. Daarbij is echter in het oog gehouden, dat de apotheker door zijne betrekking en ook door de publieke opinie aan de zeer sterke verzoeking is blootgesteld, (z. a. de minister het uitdrukt) //de grenzen van zijne bevoegdheid te overschrijden, en, in stede van apotheker, arts te worden.” Geen keuze vaneen middel tegen eene aangeduide ziekte mag aan den apotheker overgelaten worden; de persoon, die het geneesmiddel verlangt, moet het noemen, hetzij mondeling, hetzij schriftelijk, in het nederduitsch of in het latijn enz., indien de apotheker maar verstaat, wat bedoeld wordt. Nu kan men toch niet hechten aan den singularis, waarin het woord //geneesmiddel” in het laatste gedeelte van art. 9 genoemd wordt, want in het begin van het art. vindt menden pluralis. De persoon kan immers een tal geneesmiddelen tegelijk verlangen. Nu stellen wij het geval, dat iemand op een briefje schrijft, hetzij in het nederduitsch, hetzij in het latijn: Neem 2 gram poeder van rabarber en 2 gram magnesia, meng dit ondereen en doe het gezamenlijk ineen doosje. Dit in het latijn overgebracht, heeft alle voorkomen vaneen gewoon doctoraal recept. En is er met de wet inde hand eenig bezwaar, om dit op genoemde wijze af te leveren? De geneesmiddelen, die verlangd worden, zijn genoemd, de apotheker is de man, die geneesmiddelen mag bereiden, en bovendien het ondereenmengen eene handeling, die niemand op grond kan weigeren. Indien iemand voor zich verlangt bijv. een afkooksel van radix althaeae of een aftreksel van folia sennae, met of zonder bijvoeging vaneen zout, of eene hoeveelheid pillen uit eene opgegeven hoeveelheid rabarber me zeep of chinine met drop, en hij vraagt dit mondeling, of hij brengt het zelfs quasi inden vorm vaneen recept op schrift, welk wettig bezwaar kan voor den apotheker in die aflevering bestaan? Strafbaar is de persoon die door het opschrijven dezer geneesmiddelen voor anderen als

Sluiten