is toegevoegd aan je favorieten.

De tuin; geïllustreerd maandschrift kunst letterkunde tooneel muziek politiek sociologische wetenschappen en maatschappelijk werk, jrg 1, 1899, no 5, 1899

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tongen opkrullen in spekkende vuunsparteling. Nu was ’t uit en voorbij; met zijn vracht beladen trok hij ’t woud in. Hij voelde geen beenen noch wist waar hij wilde. Diepe achter hem hoorde hij eene droeve klaagstem die schreidde; dat ging traag en rouwmoedelijk dat ’t droef werd om aan te hooren. En op ’t einde ging diezelfde stem veel verder op, lijk een aanlokkend misleidsel was ’t nu en ze klonk krachtiger en heftig wierden het ijzelijke uitroepen : een dreigend uitgillen van gruwelijke i vloekwoorden die galmend neervielen lijk zware j steenen in de stilte. Hij luisterde en liet zich door- 1 donderen van die vreezelijke stem. Als hij daar | lang gezeten had, versmolten die klanken en ’t i werd een helderketterend lied, zoo zot .spokend in de nachtijlte, hij horkte en kon geen woorden op vangen, maar die toon klonk hem zoo wreed in den kop het ketterde door ’t hout: een gillend lachschateren in wilde gekkernij dat\ij opschrikte, alles liet vallen en weg vluchtte. De boomstammen liepen en woelden wild dooreen

en versperden hem den weg en hij wist nu niet meer of die stem verdoemde of hem troostend terug riep ; het scheen nu een smachtend klagen, een kermen en uitnoodigen naar iets dat ze voor altijd kwijt was en weerom wilde. Tenden zijn krachten viel hij neer en hij aarzelde om nu hier te blijven. Alles zweeg en de stilte viel zwaar op zijn verschokt gemoed. Als hij zich nu wel verzinde stond alles rond hem op zijn plaats, de boomen waren weer de gewone roer-1 looze ronde paalstaken, opschichtend naar ’t donj kere gewelf en de gezapige ademwind woei 1 geregeld door de kruinen. Hij snakte zich weer j op; hij wilde gaan zoover hij boomen vond I al was het bosch zonder einde. Hij hoorde geen stem meer en in die groote stilte had geen punt om zich te richten. Kerlo stond daar nu eenmalig, verlaten, zonder iets in den handen, moe van subbelen even een vernarrekapte dompelaar en met al die nieuwe kalmte en rouwmoedigheid in zijn hert wist hij niet of hij Swane zocht of vluchten wilde.

FABRIEK VAN NEDERLAND.