is toegevoegd aan je favorieten.

De locomotief; weekblad gewijd aan de belangen van spoor- en tramwegen, jrg 36, 1918, no 52, 25-12-1918

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE LOCDjmTIEP

WEEKBLAD GEWIJD AAN DE BELANGEN VAN SPOOR-EN TRAMWEGEN

ORGAAN VAN

d.e Nedeplandache \fepeeniging voop LocaalspooP'wegen en Tramwegen Administpateup:

de N-V. Centr>aa.l E)\ar>ea\_i deT® Ned. Ver>. vDor> IwOC. en Tpamwegen Dipeoteuis

AMSTERDAM TELZ-SSSa

Ip.D. H.STIGTBR.

9

No. 52.

Woensdag 25 December 1918.

36® Jaargang.

INHOUD

Nederlandsche Vereeniging- voor Lccaalspoorwegen en Tramwegen. Handelingen der Tweede Kamer over aanvulling en verhooging van het IXde hoofdstuk der Staatsbegrooting voor het dienstjaar 1918 (120). 111. —Overzicht der opbrengsten van Spoor- en Tramwegen gedurende de maanden November 1918 en 1917. N.V. Centraal Bureau der Nederlandsche Vereeniging voor Locaalspoorwegen en Tramwegen. Vraag en Aanbod. Aangeboden. Advertentiën.

Nederlandsche Vereeniging voor Locaalspoorwegen en Tramwegen.

Handelingen der Tweede Kamer over aanmlling en verhooging Tan het IXde hoofdstak der Staatsbegrootlng Toor het dienstjaar 1918 (120).

111.

De heer Kuiper: Mijnlieer de Voorrzitter! Na hetgeen reeds gezegd is kan ik kort zijn. Wij verkeeren in den eigenaardigen toiestand, dat miomenteel bij de tramwegmaatschappijen eenerzijds de aandeelhouders worden beklaagd en anderzijds geklaagd wordt over den toestand, waarin het personeel verkeert. Werkgevers en werknemers béiden verkeeren dus in ongunstige positie, an het zal daarom buitengewoon moeilijk zijn en buitengewone maatregelen eischen om te komen tot een toestand, zooals! die gewenscht 'en noodig is. Inderdaad, de tram'wegen vervullen, al is het dan niet in die mate als de 'hoofdspoorwegen, een publieke functie en het personeel behoort dus ook tot de vervuilers v,an een fublieken tak van dienst, en het algemeen belang is daarbij' zo.oidanig betrokken, dat ook de dienstvoorwaarden van dat personeel niet onverschillig mogen zijn aan de Regeering.

Nu geloof ik gaarne, dat van den kant der Regeerinig gedaan zal worden wat m'ogelijk is, en dat vorige Ministers van Waterstaat gedaan hebben wat in hun bereik lag en door 'den toestand der maatschappijen moge lijk was; dat er is aangedrongen op zoo goed mogelijke dienstregeling, arbeidsvoorwaarden, rechtspositie in het algemeen van het personeel, maar niettemin is de toiestand van beambten en ambtenaren aan tramwegmaatschappijen over het algemeen van dien aard —• [het is reeds door vorige sprekers gezegd – dat zi) inderdaad behooren tot de slechtst bezoldigden, tot hen, die ik zou bijna zeggen onder de meest onmogelijke voiorwaarden hun dienst moeten vernchten. De klachten daaromtrent zijn algemeen. Juist in dezen oorlogstijd is daaraan meer dan eens uiting gegeven door werkstaking, er zijn er twee geweest. Het schijnt mij toe, dat het blijkbaar ten einde raad overgaan toil zulk een middel de organisaties van personeel bij spoor- en tramwegen zijn zich volmaakt 'bewust van de beteekenis van een werkstaking in hun bedrijf —• op zich zelf een bewijs is dat de toestand nog niet is als hij redelijkerwijs behoort te zijn. Cijfers zijn reeds genoemd. I.oonen, die varieeren tusschen f 7,50

en f 9 a / 10 zeker, er zijn ook betere -- maken het noodzakelijk dat met krachtige hand wordt ingegrepen.

Door den Katholieken Bond van Spoor- en Tramwegpersoneel is voorgesteld, dat de Regeering bij het toekennen van subsidies zoodanige bepalingen van dienstvoorwaarden zou voorschrijven als redelijkerwijze mag worden gevorderd. Het schriftelijk antwoord van den Minister was, dat inderdaad met die wenschen rekening behoort te worden gehouden. Mijn verzoek is thans, of de Minister niet een pertinente en 'meer geruststellende verklaring kan geven, dat inderdaad 'met de rechten van het personeel rekening zal worden gehouden. De wenk van den heer Van de Laar zal ik niet direct tot de mijne maken, maar door speciale hulp aan de tramwegmaatschappijen zal het mogelijk zijn, dat de loonen worden verhoogd. Of dit geschiedt door duurtetoeslag vanwege de Regeering of op andere, m'eer indirecte wijze, zou -ik willen overlaten aan de Regeering zelf. Een pertinente verklaring van den Minister daaromtrent ik gaarne te gemoet zien.

De heer Van Ryckevorsel: Mijnheer de Voorzitter! Ik zal kort zijn, want ik begrijp, dat uw geduld uitgeput raakt.

Ik zal beginnen mijn instemming te betuigen met het wetsontwerp. De hulp, die de Minister aan de maatschappijen wil brengen, is noodig: zij' komt zelfs bijna te laat. Die hulp is noodig om den tramdienst gaande te houden: meer niet. Het is slechts oonserveeren tijdens de buitengewone omstandigheden van wat reeds bestond. Maar de keerzijde van het voorstel is, dat er al weer meer overheidsgeld aan de tramwegmaatschappijen wordt gegeven. Het is eigenlijk formalistisch, te spreken van particuliere exploitatie; er is reeds meer overheidsgeld dan particulier geld in. behoudens dan enkele maatschappijen, die zonder subsidie werken.

In het Voorloopig Verslag en de Memorie van Antwoord is gesproken over het Belgische tramwegwezen, en is berekend, dat daar de tramwegmaatschappijten vóór den oorlog bijna 3 pCt. opbrachten; daarbij werd gezegd, dat in Nederland de toestand ongunstiger is, door de concurrentie van de waterwegen. Ik zou wel eens willen berekend zien, wat op het lOOgenblik de opbrengst hier is, daarbij in aanmerking nemende wat de Overheid in verschillende vormen geeft; dan zal blijken van een verlies, dat wellicht in de tientallen percenten loopt! '

Wij ;zijn met onze tramwegen duur en slecht uit, oiok reeds vóór den oorlog. De heer Nienieijer heeft in zachten vorm gezegd, dat de maatschappijen er niet rooskleurig voorstonden, die heer Oudegeest heeft dat onderstreept en daarbij 'kan ik mij aansluiten.

Het Centraal Bureau voor de Statistiek publiceert Jaarcijfers, waaruit men kan zien de dividenden die onze tramwegen hebben uitgelceerd, die zijn minimaal, maar als