is toegevoegd aan uw favorieten.

Doopsgezinde bijdragen, jrg 4, 1864, 01-01-1864

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

randing van 't gezag van den geliefden voorganger bij liet meerendeel der Waterlandsche leeraren die vijandige stemming tegenover Nittert Obbesz. heeft verwekt. Of beroept de Ries zelf in zijn antwoord op den Raechhesem zich niet bij herhaling op zijne vijftigjarige dienst als Evangelieprediker? *) Was niet juist dit, dat Cornelis Claesz. langen tijd preekte naar aanleiding van de confessie van de Ries, //deselve recommanderende, als oft een algemeene Con//fessie der kercke waere, taxerende de teghen-spreeckers '/voor ketters" f), voor de meer vrijzinnige leden der gemeente eene grieve, die veel bijdroeg om de gemoederen verbitterd te doen zijn wegens den gewetensdwang, dien de tegenpartij hun wilde opleggen ? Wanneer wij al de bijzonderheden van dezen strijd oplettend nagaan, dan zien wij, dat de zucht om de eer en 't gezag van hun meest geachten voorganger te handhaven de Waterlandsche leeraren bewogen heeft tot hunne onbillijke handelwijze tegenover Nittert. Alzoo blijkt het ook uit deze geheele zaak weer ten duidelijkste, hoezeer de Ries bij de Waterlanders geacht en geëerbiedigd was.

Nadat dit laatste geschil was bijgelegd, is de Ries niet meer opgetreden als bemiddelaar der strijdende partijen. En

*) Vgl. het Antwoorde der Leeraren der vereenichde Ghemeente binnen Amsterdam op seeclcer geschrift aan haar overgegeven door Nittert Obbesz. gpdateert den 18. Juny. anno 16.26 (Ms.); aldaar lezen wij 4 6: ,,'t Is „immers alsoo, dat ghy de eerste zijt, die de leere onses leeraers die „hy omtrent den tijt van 50 jaren ofte wel soo lange zonder eenich „wedersproken van leeraer oft broeder geleert en gepredickt heeft „hebt begonst te wederspreeeken" enz.

f) OnbHlickhejd, Letter A fol. 4.