is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1891, 01-01-1891

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zich aan de comparanten ter andere zijde, de gedaagde in vrijwaring, de firma L. Platon en den heer Giesberger, de daarbij vermelde bedragen schuldig erkende en dat, ten einde voorloopig uitstel van betaling te verkrijgen, onder andere overeengekomen werd: dat eischer in vrijwaring geene betalingen, inkoopen of verkoopen mocht doen, geene handelsverbintenissen of burgerlijke overeenkomsten mocht aangaan, noch geldopnemingen mocht doen, zonder voorkennis en goedkeuring van gedaagde in vrijwaring, met wie hij in alles, wat zijne zaken betrof, zoude moeten te rade gaan, wordende gedaagde in vrijwaring gemachtigd, tot zekerheid voor de betaling dier erkende schalden, eene eerste liypotbekaire inschrijving te vestigen op alle onroerende goederen van eischer in vrijwaring;

dat onder aftrek van f 200 's maands, alle binnenkomende gelden door hein moesten uitgekeerd worden aan gedaagde in vrijwaring, ten einde te strekken in betaling van genoemde en andere reeds gemaakte schulden, tot de betaling waarvan gedaagde in vrijwaring het recht zoude hebben op zoodanige wijze als zij zoude goedvinden ;

2e. dat bij brief van 3 Maart 1888 gedaagde in vrijwaring aan de firma L. Platon schreef, dat haar na examinatie der boeken van eischer in vrijwaring gebleken was, dat zijne schuld aan Platon ongeveer f 4000 minder bedroeg dan in de no'tariëele acte vermeld was, verzoekende zij de firma Platon hare rekening te willen nagaan en binnen acht dagen het resultaat te willen mededeelen, zullende, bij gebreke van antwoord, het mindere bedrag voor juist worden aangenomen en zullende gedaagde in vrijwaring dit in de acte doen verbeteren;

3e. dat bij acte ddo. 12 Maart 1888 sub no. 44 voor den notaris de Riemer voornoemd gepasseerd, gedaagde in vrijwaring en de firma L. Platon te kennen gaven, dat eischer in vrijwaring aan de firma L. Platon niet ƒ 27586,20, zooals in de sub le genoemd acte vermeld is, schuldig was, maar slechts f 23722,06; dat aangezien gedaagde in vrijwaring belast was met de ontvangst dier gelden en het dus voor haar noodig was een behoorlijk bewijs te hebben, dat die schuld werkelijk