is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1892, 01-01-1892

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

een derde, bij welke laatste, in tegenoverstelling met de eerstbedoelde tenuitvoerlegging, de executant, blijkens art. 106 van hetzelfde reglement, door aanwijzing der in beslag te nemen goederen handelend optreedt;

O. dat derhalve de rechter a quo door deze beslissing de aangehaalde artikelen niet geschonden of verkeerd toegepast heeft en het beroep in cassatie derhalve verworpen behoort te worden;

Gezien de aangehaalde artikelen, art. 411 en volgende en art. 58 van het R. op de B. Rv.;

Rechtdoende,

Verwerpt het beroep in cassatie;

Veroordeelt den requirant in de kosten daarop gevallen.

Zitting van 10 Maart 1892.

Voorzitter: als voren.

Art. 106 en 112 Menado Reglement in Staatsblad 1882 no. 27 (Artt. 193 en 198 Inl. Regl.).

Het beroep in cassatie van een landraadvonnis, waarbij de exceptie van onbevoegheid is verworpen, zonder dat van het eindvonnis cassatie is aangeteehend, moet verworpen worden.

N. Tambajong, requirant van cassatie, contra

J. B. Hoekzema c. s, qq , gereqnireerden in voorschreven cas.

HET HOOG-GERECHTSHOE VAN NEDERLANDSCH-INDIE,

Gelezen het op den llden Augustus 1891 door den landraad te Menado tusschen partijen gewezen incidenteel vonnis, waarbij de door gedaagde, thans requirant van cassatie, voorgestelde exceptie van onbevoegdheid verworpen is; de landraad zich bevoegd heeft verklaard om van de onderwerpelijke vordering kennis te nemen; partijen gelast zijn voort te procedeeren, en de ge-