is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1893, 01-01-1893

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Veroordeelt geïntimeerde tot vergoeding van de kosten, schaden en interessen, door appellant geleden of nog te lijden tengevolge van het onrechtmatig beslag, nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet;

Verklaart dit arrest uitvoerbaar bij lijfsdwang, ingeval de vergoeding der kosten, schaden en interessen de som van ƒ 150 mocht te boven gaan;

Ontzegt aan appellant het bij zijne conclusie van 22 Juli 1891 anders of meerder gëeischte;

• Veroordeelt geintimeerde in de kosten van het geding in beide instantiën.

CASSATIE.

HOOG GERECHTSHOF VAN NEDERLANDSCH-INDIE, (Eerste Kamer).

Zitting van 20 April 1893.

Voorzitter: Mr. .T. Sibenius Trip.

Raadsheeren: Mrs. W. O. Veenstra, G. H. LowE , II. van Dissel Szn. en II. A van de Foei,.

Staatsblad 1875 no . 199a jcto. artt. 1 en 20 van Staatsblad 1870 no . 118 en art . 27 al . 2. Reg. Regl.—

GoLVERNEMENTSLAND. Leenland.

Staatsdomein.

Een lot het grondgebied van Ned. Indië behoorend, builen Java en Madoera gelegen landschap, in erfelijk leen afgestaan, is geen gouvernementsland als bedoeld bij Staatsblad 1875 no. 199a.

Daarin gelegen gronden hunnen mitsdien niet, op grond van art. 1 van Staatsblad 1870 no. 118, als Staatsdomein worden beschouwd.

Sech Awab c. s. requiranten van cassatie, contra

Daing Osman, gerequireerde.