is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1895, 01-01-1895

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

welke hij van den aanbeginne bevind onregtvaardig en ongefundeert te wezen, of die hein 't zij gedurende, 't zij na de Litiscontestatie aldus mogte blijken te zijn. maar in 't laast onderstelde geval van de Patrocinie derzeive zal afzien. (4) Dat hij vervolgens geen Processen op Conditie van triumphe aanneemen zal. nog met zijne Meesters een Pactuin de quota litis dat is om part of Deel in de zaak te hebben aangaan; als zijnde het een en andere expresselijk bij de beschreeven Rechten, volgens Lex. 6. § 2. & 5. Cod. de postul. en Lex. 10. Cod. de accus. mitsgaders bij successive Ordonnantiën van de Hoven van Justitie in Holland van den Jaare 1659 en 1691. verboden. (5) Dat hij nog in de Pleijdooijen, nog in de verdere verrigtingen zijner Officie hem nimmer irreverentelijk of onéérbiediglijk met woorden en Daden tegen de Rechters gedragen, en zig van alle Injurieuse uitdrukkingen Jegens zijn Partij zorgvuldig onthouden zal. En (6) dat hij aangaande zijn Salaris te vreden zal wezen met de taxe welke hem bij de respective Instructie van de Plaats alwaar hij practizeert, voorgeschreven is. Zie hier over Cail Lib. 1. obs. 44. Num 4 vergeleeken tegen Quintilianus. Lib 12. C. 7 en Tacitus Annal Lib. 11. cap. 7.' in fine. Dat ondertussen Practizijns postuleerende voor de Hoven van Justitie in Holland in het declareeren van haar Salaris niet preciselijk aan de Instructie nog Reglementen gehouden zijn, blijkt onder anderen zeer klaar uit een Aanspraak bij den geleerde Raadsheer Mr. Anthonis Seicher aan de Advocaten en Procureurs van den Hove op Koppertjes Maandag den 7 Januarij 1737 gedaan, alwaar dien voortrefvelijke en groote Man op Pag. 13 en 14. van zijne Aanspraak de Practizijns tot hunne plicht vermanende, zig in dezervoegen uitdrukt. Dat men onderscheid moet maken tusschen zaken van zeer klein belang, en zig daar in zoo hoog niet laten betalen als in groote; ook dat men voor ongelukkige, of in haare familie gedrukte Menschen zodanige Discretie moet gebruiken, als men wenschen zoude dat aan ons kwame te geschieden indien wij zeiver ons, in zoo een ongelukkige staat waren bevindende. De rest (voegt 'er zijn Ed. Mog. bij) laten