is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1895, 01-01-1895

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

(Tweede Kamer). verzet.

Raadkamer van 27 Maart 1895. Voorzitter: Mr. G. H. Lowe.

I n TELLECTÜEELE valschheid van authentieke acten. —

Misdadige bedoeling. — Geloofwaardigheid der

getuigen. — B e DRIEGELIJK oogmerk.

De, absolute bewijskracht eener authentieke acte geldt tot op het oogenblik, dat de vulschheid door den vechter is uitgemaakt en die valschheid kan ook door getuigen worden bewezen, terwijl van het geven van getuigenis ten deze niet zijn uitgesloten de personen, die bij de acte als comparanten hebben gefungeerd.

Tot het misdrijf van valschheid in geschriften wordt geene andere misdadige bedoeling vereischt, dan dat in de acte in strijd met de ivaarheid is verklaard, dat de daarin genoemde comparanten zijn verschenen en als hun wil hebben verklaard, icat in die acte staat vermeld.

De vraag, of de getuigen geloofwaardig zijn, kan niet met volkomen zekerheid door de voorloopige instructie worden beanticoord, doch alleen bij een ter terechtzitting gehouden minutieus en volledig onderzoek worden beslist door den rechter, die definitief over de schuld of de onschuld van den beklaagde zal hebben te oordeelcn.

Tot daarstelling van het misdrijf van valschheid. in geschrifte, wordt o. a. icel vereischt mogelijk nadeel voor een ander, maar niet het oogmerk om te benadeelen.