is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1896, 01-01-1896

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De Raad van Justitie te Padang, in honger beroep in eene overtreding zaak bepalende dat de veroordeelde, bij wanbetaling der hem opgelegde boete van f 1000.—, bij wijze van lijfsdwang vijf maanden dwangarbeid buiten den ketting zal kunnen ondergaan, heeft daarmede den in art. 349 Strafv. en art. 430 Regl. Sumatra's Westkust aangegeven maatstaf aangelegd, zoodat die wetsbepalingen daardoor niet zijn geschonden noch verkeerd toegepast.

Het in art. 19 van Stblad 1890 No. 149 gebezigde woord ..bezitten'' omvat, blijkens het daaraan voorafgaande „in voorraad hebben" en het daarop volgende „vervoeren", niet slechts het juridisch bezit, maar ook de nuda detentio.

IIET HOOG GERECHTSHOF VAN NEDERLANDSCH-INDIE,

Gelezen het vonnis van den Raad van Justitie te Padang, rechtsprekende in overtredingzaken in hooger beroep, den 29sten Oetober 1895 uitgesproken, waarbij, met ontvangst van liet appèl en verbetering van het vonnis van de Rapat te Boea ddo. 22 Juli 1895, waarvan appèl, de appellant Lie We Sio, oud 30 jaren, geboren te Amoy (China), wonende te Boea, van beroep handelaar, is schuldig verklaard aan het zonder daartoe bevoegd te zijn bezitten van meer dan twee thail bereide opium, onder verzachtende omstandigheden en te dier zake veroordeeld tot betaling eener geldboete groot f 1000.—"(één duizend gulden), met bepaling dat hij bij wanbetaling dier boete, bij wjjze van lijfsdwang, zal kunnen ondergaan dwangarbeid buiten den ketting voor den tijd van vyf maanden : voorts de teruggave is gelast van den als stuk van overtuiging gediend hebbenden houten koffer aan den eigenaar of daarop rechthebbende; de overige stukken van overtuiging verbeurd zjjn verklaard en, met bekrachtiging overigens van het vonnis, de appellant nog is veroordeeld in de kosten der appellatoire instantie;

Gelet op de acte waaruit blijkt, dat de Chinees Lie We Sio voornoemd op 1 November 1895 ter grffie van den Raad van