is toegevoegd aan je favorieten.

Noord en Zuid; taalkundig tijdschrift voor de beide Nederlanden, ten behoeve van onderwijzers, ..., jrg 19, 1896, no 6, 01-06-1896

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de zelfstandigheid behoort en door Vondel bv. ook toeval wordt geheeten. (Besp. van Godt en Godsd., I, v. 548).

Aflaat. Liever aldus: „geheele of gedeeltelijke kwijtschelding van tijdelijke straffen, die de kerkelijke overheid den geloovigen, na de vergeving hunner zonden, verleent." In plaats van het minder gebruikelijke aflaat verzoeken kon het zeer gebruikelijke aflaat verdienen , en in stede van volle, volledige aflaat, wat reeds was aangegeven, de gewone verdeeling: volle of gedeeltelijke aflaat geschreven worden. Bij de samenstellingen zijn die, welke van een ongunstige en veelal onjuiste opvatting van den aflaat getuigen, als: aflaathandel enz. wel wat zeer ruim vertegenwoordigd. Wij bevelen onzen niet-Katholieken taalkundigen dringend de lezing van het art. Aflaat in het Wdb. der Ned. Taal aan , inz. de Aanm. Een aflaat koopen kan, afgezien van het misbruik, alleen beteekenen: eene geldelijke bijdrage storten ten behoeve van eenig goed werk en daardoor de voorwaarde vervullen, voor het verdienen van zekere aflaten gesteld.

Aflaatpenning. Dit kan niets anders beteekenen dan 1°) hetzelfde als aflaatgeld, of 2°) een penning (wij zeggen gew. medaljé), aan welks godvruchtig gebruik aflaat is verbonden. De gegeven omschrijving in Yan Dale is te algemeen en niet zeer juist.

Afzondering. Huis van afzondering lö) duidt bij ons nimmer een kerk aan; 2°) wordt ook gebezigd in den bepaalden zin van een huis , waarheen men zich begeeft om er eenige dagen in afzondering door te brengen, d. w. z. in gebed, overweging, boetvaardigheid. Die dagen noemen wij dagen van afzondering of, met een uitheemsch woord , retraite , en de godsvruchtsoefeningen , met name de overwegingen, waarmede men zich dan bezig houdt, heeten bij uitnemendheid: geestelijke oefeningen.

Akte. Wij spreken ook van akte (d.i. oefening) van deugd, met name van de drie zoogen. goddelijke deugden: geloof, hoop en liefde, waaraan gemeenlijk het berouw over de bedreven zonden wordt toegevoegd, zoodat men gewaagt van de akten van geloof, hoop, liefde en berouw verwekken, bidden, opzeggen enz. In denzelfden zin treft men in de R.K, kerkboeken acten van eerherstel, eereboete enz. aan, d.i. een gebed, waarin aan God eerherstel wordt aangeboden voor de zonden, godslasteringen, heiligschennissen enz. waardoor de goddelijke Majesteit beleedigd wordt.

Allerheiligste, ook in den zin van zeer heilig, bv. Aller-