is toegevoegd aan je favorieten.

Katholiek sociaal weekblad, jrg 13, 1914, no 29, 18-07-1914

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

We zijn in bijzonderheden afgedaald.

Met opzet. ,

Om onze stelling niet als een holle nhrase te hebben staan. Want we hadden vooropgesteld, dat de middenstand die klassen der maatschappij omvat, die het meest belang hebben bij een goede Pers en die het meeste nat trekken uit de krant.

En een belangrijke stelling eischt een gedetailleerd en grondig bewijs.

Bij alles nochtans wat we van de bijzondere rubrieken hebben gezegd, mogen we ook niet uit het oog verhezen de opvoedende en ontwikkelende waarde van de Pers. Weliswaar geldt die voor de meeste lezers, uit alle standen en rangen der Maatschappij, maar zeker niet het minst voor den middenstand. De tijden, dat goed rekenen en een beetje schrijven voor den winkelier voldoende waren, zijn reeds lang, zeer lang voorbij : ook de middenstander moet een zekeren graad van ontwikkeling bezitten om wèl door het leven te kunnen gaan.

* *

*

We zouden hier onze beschouwingen kunnen eindigen, zoo we niet boven dit artikel geschreven hadden R. K. Middenstand en R. K. Pers.

Leest wel: R. K■ Middenstand.

en R. K. Pers.

Daarover nog een kort woord.

De Katholieke middenstander moet de Katholieke Pers lezen en steunen door abonnement en advertenties.

Daarvoor is hij Roomsch-Kathtoliek.

Op hem rust dezelfde verplichting te dien aanzien als op ieder ander Katholiek.

En méér dan op ieder ander Katholiek.

Want allen moeten wij naar de mate onzer krachten de goede zaak, de Katholieke zaak steunen. Die krachten nu zijn bij den middenstand in ruime mate aanwezig.

Als Katholiek moet de Kath. middenstander dus de Katholieke Pers lezen.

Als za,kenman is hij verplicht te adverteeren, ter wille van zijn eigen stoffelijke welvaart. Adverteert hij nu in een Katholiek blad, dan bevordert hij èn zijn eigen zaken èn de Kath. Pers.

Dus twee goede dingen tegelijk.

Deze zaak is van groot gewicht.

Want even nauw als het verband is tusschen Middenstand en Pers — we hebben het in den breede uiteengezet, —• even nauw, ja inniger nog is het verband dat bestaan moet en gelukkig op vele plaatsen ook werkelijk bestaat tusschen R. K. Middenstand en R. K. Pers.

Onderlinge waardeering en onderlinge steun is een levensvoorwaarde voor beiden.

Want geen bloeiende R. K. Middenstandsbeweging is mogehjk zonder een goede R. K. Pers. Evenmin als het omgekeerde.

Mogen onze Katholieke middenstanders dit ernstig beseffen en er in de practijk vooral naar handelen.

J. J. M. Douwes.

HET WONINGVAAGSTUK IN DE GROOTE STEDEN.

In de meeste steden openbaart zich reeds thans een belangrijk tekort aan doelmatige en gezonde arbeiderswoningen, een tekort, dat bovendien steeds toenemende is.

De sterke vermeerdering der arbeidersbevolking toch is oorzaak van een steeds grooter wordende behoefte aan goedkoope woningen, terwijl daartegenover de hoogere arbeidsloonen der ambachtslieden, de strengere eischen der bouw- en woningverordeningen en vooral de abnormaal hooge grondprijzen op de bouwkosten van zoodanigen invloed zijn, dat de exploitatie van nieuwe arbeiderswoningen niet meer loonend is.

Het noodzakelijk gevolg daarvan is, dat het aantal woningen hoe langer hoe meer ontoereikend wordt om in de toenemende behoefte te voorzien.

Remmend werkt deze wantoestand ook op de maatregelen tot verbetering der volkshuisvesting. Tot onbewoonbaarverklaring en ontruiming van tallooze krotten kan men moeilijk overgaan, zoolang niet nieuwe woningen klaar staan om de verjaagde bewoners op te nemen.

Langzamerhand wordt het bovendien voor groote gezinnen een volslagen onmogelijkheid voor matigen prijs een geschikte woning te huren, daar de huiseigenaars, die genoeg huurders kunnen krijgen, met het oog op de behoorlijke bewoning en soms ook om1 andere redenen1 dikwijls de groote gezinnen stelselmatig weren.

Dit tekort aan woningen bestendigt ook de vele antihygienische en anti-sociale toestanden in de volkshuisvesting.

De sterke opdrijving der huurprijzen dwingt bovendien den arbeider een onevenredig groot aandeel van zijn inkomen voor woninghuur af te staan.

Reeds veel is tot stand gebracht door woningbouwverenigingen, doch ondanks den krachtigen steun van het Rijk (in den vorm van voorschotten tegen lage rente en onder gunstige aflossingsvoorwaarden) kunnen die vereenigingen door gebrek aan bouwterrein en door de hooge grondprijzen nog lang niet in de behoefte aan goede en vooral goedkoope woningen voorzien.

De oplossing van het woningvraagstuk dient daarom meer in andere richting te worden gezocht.

Alleen verplaatsing op groote schaal van de arbeidersbevolking kan afdoende helpen.

Is de grond in en om de groote steden uiterst duur, daarbuiten is hij aanmerkelijk goedkooper, zelfs in vergelijking zeer laag te noemen.

Het overbrengen van de arbeidersbevolking van de groote steden naar het platteland is daarom het meest aan te bevelen.

Zonder eenig bezwaar kan men daar, met gebruikmaking van den geldelijken steun van het Rijk, een voldoend aantal gezonde, doelmatige en goedkoope woningen bouwen.

De onmogelijkheid om mèt de bevolking ook fabrieken en werkplaatsen over te brengen blijft natuurlijk een groot bezwaar. Door de verplaatsing zouden de