is toegevoegd aan je favorieten.

Jaarboekje, 1936, 01-01-1936

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en dat in eerste aanleg door ons verloren werd, is in hoger beroep gewonnen. Het betrof de toepassing van de wettelijke bepaling, dat een onderwijzer hangende het beroep in het genot zijner wedde blijft. Bijzonderheden over deze zaak zullen in een van de eerstvolgende nummers van de C. O. worden opgenomen.

Een grote vordering ten behoeve van een onzer leden is nog lopende.

In een tweetal zaken kwam een schikking tot stand.

Een collega, die een geringe lichamelijke tuchtiging had toegepast, werd hiervoor tegen de zin der betrokken ouders op instigatie van de „burgervader" (met de klemtoon op de 2e helft van de samenstelling a.u.b.!) voor de Kantonrechter gebracht, die eerst het „tuchtrecht" wilde ontkennen, maar ten slotte een beperkt tuchtrecht wilde toestaan mits de uitoefenaar van dit recht dan maar zó tuchtigde, dat .... de tuchteling er niets van voelde. Ja, het werd natuurlijk niet precies op die manier gezegd, maar het kwam er toch wel zo ongeveer op neer en het was een prachtig argument om de betrokken collega straf op te leggen. In overleg met onze rechtskundige adviseur hebben we gemeend niet in deze veroordeling te moeten berusten. We willen hier een principiële beslissing zien uit te lokken in het belang van geheel ons corps en dus is appèl van het Kantonrechterlijke vonnis aangetekend. Zodra we tot een eindresultaat gekomen zijn, zullen we ook hierover uitvoeriger mededelingen in ons blad doen ten gerieve van anderen, die uit dit geval lering kunnen trekken.

In enkele kleinere moeilijkheden konden we gelukkig tot een min of meer bevredigende oplossing komen, zonder dat er ernstige conflicten uit de wrijving ontstonden. Het is een gelukkig verschijnsel, dat men ten slotte toch nog wel vatbaar is voor redenering. Er komen echter ook andere gevallen voor. Dan kan een onderwijzer niet altijd aan zijn recht komen. O zeker: wanneer hij alles op haren en snaren zou zetten, zou hij zeker in het

gelijk gesteld worden. Maar straks moet er aan

zijn school iemand afvloeien en dan zou men het hem ongetwijfeld inpeperen en zou hij het toevallig zijn, die

I