is toegevoegd aan je favorieten.

De gereformeerde kerk, jrg 39, 1926-1927, no 2006, 17-03-1927

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

doorwrochte hervormingspreeken. Hier ziet men het Roomsche systeem ten voeten uit.

Rome heeft vele kanten.

Een ascetische kant.

Wil men die, Franeiscus van Assissi wordt bijv. voor den dag gehaald.

Een aesthetische kant.

Dan brengt men de menschen in de indrukwekkende kathedralen met hun gebrandschilderde ramen en wolken van wierook, waar de priester met zijn koorknapen, al neerbuigende voor het altaar, met zijn uitgestelden hosfciekelk temidden van de tintelende kaarsvlammetjes, doet denken aan een andere wereld.

Een mystieke kant.

En dan geeft men iemand Ruusbroeck

of Thomas a Kempis m handen.

Maar in elk geval hadden de voorstanders der romaniseerende richting al minder vrede met bepaald essentieele gedeelten van het Prayer-Book. Thans was dit zoover gekomen dat de toestand onhoudbaar was geworden. Zou de Anglicaansche Kerk niet geheel verscheurd worden, dan leek ingrijpen geboden; het moest gedaan zijn met de practische vrijheid voor de geestelijken; en daartoe heeft men gemeend te moeten tegemoetkomen aan de bezwaren der Roomschgezinde richting in de High Church, om in de toekomst te sterker te staan met den eisch, dat ieder, die binnen het kerkelijk verband wil blijven, zich dan ook aan het herziene Prayer-Book heeft te houden.

Het gebeurde is geen gevolg van een

overijlde beslissing. Al meer dan zestig

Doch vergeet vooral den wettisohen jaar geleden heeft men gepoogd tot een

® i 1 • C 1 " *• «„«nlr/wi /-.in in 1 OA/f ttrril1 rl

kant niet. Die laten deze vastenvoorschrif

ten ons zien.

Dan begrijpen we nog weer even beter dat Luther en duizenden met hem het moede waren. Dat het ontruste hart hierbij niet tot waarachtigen vrede komen kon. Dat tenslotte de reformatie komen moest.

o Wanneer Paulus ook maar in de verte had kunnen zien welk misbruik er van zijn uitdrukking in II Corinthen IV vers 10 gemaakt zou worden, dan had hij zeker en gewis zijn woorden in de pen gehouden; en nog een anderen Romeinenbrief was hij begonnen, om de tegenstelling tusschen de rechtvaardigmaking uit het geloof en uit de werken der wet te scherper te laten uitkomen.

En nu is in onzen tijd Rome bezig om het terrein dat zij vóór ruim drie eeuwen hier verloor, te herwinnen. Protestanten van Nederland, houdt u vast aan Gods Woord en het geloof in Jezus Christus

alleen. Wie dat niet doet, glijdt weg en

komt vroeg of laat bij het grofste ongeloof

of het grofste bijgeloof terecht. Amsterdam. H. B^kkeb.

BUITENLAND.

Engeland. Een gewichtige crisis. Wat den laat sten tijd kerkelijk Engeland vervult en de aandacht trekt ook vèr daarbuiten is inderdaad een aangelegenheid van bijzonder gewicht. Ieder, die ook maar eenigszins op de hoogte is van wat zich thans afspeelt in de Anglicaansche Kerk, weet wat wij hier bedoelen: de herziening van het z.g.n. Prayer-Book, waarin heel de eeredienst is geregeld. In 1662 tot stand gekomen met de bedoeling om in de Anglicaansche Kerk een zoo groot mogelijke uniformiteit te scheppen, nadat zij onder inwendige verdeeldheid sterk geleden had, was het meer dan twee en een halve eeuw ongewijzigd gebleven. Geen wonder, dat het iets eerbiedwaardigs had gekregen voor de publieke opinie en rripn t,eeeii herziening opzag. Hoe is het

dan toch zoover gekomen, dat thans door de bisschoppen veranderingen in dit Prayer Book zijn voorgesteld? Als eerste arcriiment daarvoor is genoemd, dat

in theorie wel de eenheid van eeredienst

werd in stand gehouden, maar in de vractük zoo sterk daarvan werd afgeweken,

dat de kerkelijke overheid eindelijk den

tijd gekomen achtte, om aan al deze willekeur een einde te maken. Men wilde de eenheid in de practijk herstellen, door allerlei noodzakelijk gebleken wijzigingen

in den eeredienst vast te leggen om op die

manier afwijking van de liturgie in nog ruimeren zin uit te sluiten.

Maar er zat nog wat anders achter. Wie

zich herinnert wat onder de rubriek Buiten

land van dit blad een vorige maal werd geschreven, verstaat wat hiermede bedoeld wordt. Men moet wel met blindheid ge¬

slagen zijn om niet te erkennen, dat de her

ziening van het Prauer-Book tot de vurige

wenschen behoort van de romaniseerende (in

Engelandheet het „katholiseerende") strooming, die in de High Church valt waar te

nemen. Deze High Church, een der domineerende richtingen in de Anglicaansche Kerk, heeft gedurende de laatste eeuw een al sterker gebleken neiging tot het Roomsche element vertoond. Dit begon met de religieuze beweging zoowat honderd jaren geleden, de z.g.n. Oxford-beweging, waarbij twee bekende figuren op den voorgrond traden, n.1. Newman, later Roomsch kardinaal geworden, en Pusey. Van deze beweging is een invloed uitgegaan, die de strooming naar Rome toe sterk heeft bevorderd. Onder de elementen, die van

dezen geest zijn doortrokken, bestaat wel schakeering. Daar zijn er, die al zóóver gevorderd zijn, dat het eenige dat hen nog van Rome onderscheidt, slechts hierin bestaat, dat zij het pauselijk gezag niet erkennen, het huwelijk der geestelijken toestaan en zich bij den eeredienst houden aan de volkstaal. Daarnaast worden anderen gevonden, die wat minder vèr gaan.

wiiziging te geraken, en nog in 1904 werd

nog eens een koninklijke commissie hiertoe in het leven geroepen. Thans is eindelijk het beoogde resultaat bereikt. En wanneer nu straks de aartsbisdommen van Canterbury en York hun bekrachtiging geven, heeft men te wachten een votum van het parlement, waardoor het gewijzigde Prayer Book definitief zal ingevoerd worden.

Dat de Roomschgezinde richting het zoover heeft weten te brengen, beteekent, zooals de British Weekly opmerkt, een aantasting van het karakter der Anglicaansche Kerk als Gereformeerde Kerk. Laatstgenoemd orgaan, dat in zijn no. van 12 Febr. j.1. een artikel aan dit onderwerp wijdt, wijst er terecht op dat het hier geldt

een zaak van nationale Deteekems, waar dij ook de Vrije Kerken ook wel terdege belang hebben. Het blad voorziet van het gebeurde in de toekomst een breuk in de vriendelijke verstandhouding, die tusschen de Vrije Kerken en de Anglicaansche Kerk te constateeren viel. Het erkent dat in

enkele opzichten onder de voorgestelde

wnzismgen verbeteringen voorkomen: m

het herziene Prayer-Book is b.v. rekening gehouden met de bestaande tijdsomstandigheden op het wereldtooneel en het tegenwoordige kerkelijk leven. Opgenomen is een ruime keuze van „Gebedenen Dank¬

zeggingen bij bepaalde gelegenheden .

Ook is er plaats gegeven voor het niet-

iturgisch gebed, dat „ten besluite van

de godsdienstoefening" wordt overgelaten

-t • • i • 1 J -»-»/-««/-*-r»'9

„aan ae vryneia van ueu vuui^angci . Het gen. orgaan constateert daarnevens, dat al de veranderingen van meer ingrijpenden

aard heen wij zen den romaniseerenden kant uit, al zijn ze niet tot het uiterste doorgevoerd. Ten aanzien van een zoo gewichtig

punt als de Avondmaalsliturgie mtusschen meent Tlie British Weekly wel in een enkele uitdrukking iets te vinden, dat misschien aan

de Roomsche opvatting zou doen denken, maar dat geen grond geeft voor de voorstelling van een herhaalde offerande van

® -i -i TT, "li

Golgotha. Het blad oordeelt, dat geen Roomsch theoloog of liturgist er dit in

zal herkennen en dat de wijzigingen met

groote gematigdheid zijn aangebracht.

Gehoord de bezwaren, die wèl gedocumenteerd van andere zijde tegen de voorgestelde wijzigingen zijn geopperd, lijkt het oordeel van de British Weekly wel wat optimistisch. Trouwens het blad geeft zelf toe dat althans de „reservatie van het Sacrament" naar de omschrijving van het

gewijzigde Prayer Book toch wel sterk aan bedenking onderhevig is, en het spreekt de hoop uit, dat de bepaling daaromtrent nog intijds eruit zal verwijderd worden en de „Anglo-Katholieke" zeloten hierin hun zin ten slotte niet zullen krijgen. Ter verduidelijking van bedoelde „reservatie" diene dat tot dusver aan zieken het H. Avondmaal kon worden bediend in een samenkomst met verschillende leden der gemeente, wier tegenwoordigheid bepaald vereischt was, terwijl de daarbij voorgeschreven liturgie beslist elke vergelijking met het „laatste oliesel" uitsloot; maar in

de herziene formulieren wordt de tegen¬

woordigheid der gemeenteleden niet meer vereischt; de liturgie is met het oog op stervenden tot een minimum teruggebracht ; het sacrament mag onder twee gedaanten, maar kan ook onder één gedaante (den ouwel ) bediend worden, zelfs, wanneer de bisschop het veroorlooft, soms ook bij de openbare communie in de kerk. In plaats van de ziekencommunie is het nu geworden het „sacrament der stervenden", Door wat verder omtrent de manier van „reservatie" bepaald wordt, loopt een lijn, die, consequent doorgevoerd, leiden zal tot aanbidding van de hostie.

De opschudding en de protesten, die de bisschoppelijke voorstellen bij het bewust Protestantsche deel dèr Anglicaansche Kerk

hebben teweeggebracht, zijn waarlijk niet ongegrond. Een hunner voorgangers heeft de geheele herziening onomwonden een propaganda voor de Roomsche mis genoemd.

s-Gr. D. B.

VRAGENBUS.

Iets over „bekeering".

V. E. schrijft ons, dat hij een begrafenis bijwoonde, waarin druk besproken werd hoe noodig het was, dat iemand vóór zijn sterven kon getuigenis afleggen, dat hij was in een bekeerden toestand, daar het immers zoo vreeselijk zou zijn om in een onbekeerden toestand af te reizen en dus voor eeuwig verloren te gaan. Inzender gevoelde aan den eenen kant iets vóór zulke uitlatingen, maar aan den anderen kant kwam het hem voor, dat hier toch eenigszins de zaligheid gezocht werd in den bekeerden toestand van den mensch en dus in den mensch. Is dat zóó of heeft hij het mis? En wat is dan de betere be¬

schouwing van de bekeering, die toch immers, al mag men er geen grond van

maken, in elk geval noodig is ;

Antwoord. Te allen tijde is er onder ons volk en waarschijnlijk ook wel onder alle andere Christenvolkeren een neiging geweest om den grond van zaligheid te zoeken in wat in of aan den mensch was geschied.

Uit de dagen vóór de Hervorming, dus nog in de Roomsche Middeleeuwen, lezen wij, dat er geweldige boete- en bekeeringspredikers door ons land trokken, o.a. de bekende pater Brugman (naar wien men nu, na zoovele eeuwen nog zegt: „hij kan praten als Brugman"). Verder wordt ons verhaald, dat die menschen, die onder de aangrijpende prediking van Brugman tot inkeer werden gebracht „een inslag kregen" en dat zoo iets dan het begin was van een

nieuwen koers.

Nu is dat ook in zekere opzichten noodig; al zal 't bij den een geheel anders toegaan dan bij den ander.

Menschen, die een tijdlang zonder de

rechte kennis van den weg der zaligheid hadden geleefd, zooals b.v. die eerst

Heidenen waren, of die, zooals de apostelen

des Heeren, in het Jodendom waren groot¬

gebracht, of die wèl in een Christenland en -Kerk zijn grootgebraoht, maar daar toch

nooit het Evangelie recht hadden genoora, zulken zullen, als zij worden bekeerd, doordien hun oogen en harten voor het

eerst voor het Woord van Gods genade werden geopend, daarvan in hun leven een

merkbaren schok ondervinden.

Bij Timotheussen, die van der jeugd aan tot den Heere en Zijn vreeze gebracht

werden, zal die schok minder hevig en minder nauwkeurig aanwijsbaar zijn.

Tusschen die beide uitersten liggen allerlei overgangen.

Maar al was men ook, zooals Johannes de Dooper, van zijn jeugd af aan onder bewerking van deti Geest des Heeren, van nature wandelen wij allen zonder God en in heimelijke of openlijke vijandschap tegen Hem en Zijne geboden en dus zal het in ieder hart en leven op de ééne of andere wijze, plotseling of meer langzamerhand tot een ommekeer moeten komen. En al weet men later dag en datum niet meer, (wat ook niet noodig is) in ieder hart moet het eenmaal komen tot de goede en onberouwelijke keuze. En de echtheid van die keuze zal daaruit onder andere blijken, dat het bij die ééne keuze

niet blijft; immers Satan en de wereld en ons vleesch zullen alles doen om ons er weer van af te brengen en dus zal die eens gedane keuze, als ze waarlijk uit God was, telkens, met schuldbelijdenis en weder keering, worden vernieuwd.

Er is, al kan men niet voorschrijven hoe dat moet toegaan, dus een hartelijke bekeering van noode.

Nu bestaat er echter onder ons, Christenmenschen, een neiging om van die bekeering een vasten grond der hoop voor de eeuwigheid te maken.

Niet alleen, dat sommigen een gevoelsaandoening, die zij bij een sterfbed of onder een ernstige prediking kregen, maken tot hun anker der hoop, waarvoor zij nu veilig liggen voor de eeuwigheid en waar¬

mede zij zelfs, ais zij blijkbaar wanaeien in zondige wegen, hun geweten, dat hen terecht beschuldigt, tot stilzwijgen weten te brengen, maar ook bij hen, bij wie het

meer was dan zulk een gevoelige schok,

bestaat dat gevaar. Zulken hebben vroeger onverschillig of onkundig of in zondige praktijken geleefd, maar daarover zijn ze toen ontrust geworden en daarvan zijn ze toen, misschien niet zonder veel strijd, afgebracht. En zietdaar nu hun grond van hoop: zoo kennelijk werden ze overtuigd, zoo kennelijk werden ze omgezet, zoo kennelijk waren ze benauwd, zoo kennelijk kwamen zij tot ruimte. Dat is iets, wat niet iedereen hun kan navertellen. En neen! als ge vraagt: is dit nu uw grond voor de eeuwigheid ? dan zullen ze na eenig nadenken, misschien zeggen: neen, Christus is mijn grond. Maar toch, wat hun vrijmoedigheid geeft om dien Zaligmaker den hunne te mogen noemen, dat is: dat werk, dat zij innerlijk hebben doorgemaakt; zonder dat zouden zij geen vrijmoedigheid hebben om tot Christus te gaan en op Hem te bouwen; want, zooals een bejaarde zieke eens tot ons zeide: men moet den Heere iets kunnen toonen, dat men van Hem ontvangen heeft. Dat nu is in den grond van de zaak onchristelijk. En dus Heidensch.

Het verschil tusschen valschen godsdienst en waren Christelijken godsdienst is niet, dat in den valschen godsdienst een mensch maar onverschillig en onbekommerd voortleeft, zonder ooit een oogenblik tot nadenking en tot berouw te komen. Neen, ook bij valsche godsdiensten vindt

men zeer ernstige en diepe zielen, die het nauw nemen; die de zondige wegen, waarop zij vroeger wandelden, ontvlieden, en die daarin menigen Christen soms wel gerust mogen beschamen.

Wat is dan het onderscheid tusschen Heidenschen en Christelijken godsdienst?

't Is dat de ware Christen een Zaligmaker heeft. Dat wil zeggen, dat hij één heeft, die voor hem gedaan heeft, wat hij zelf nooit zou hebben kunnen doen; die uit vrije liefde Zich voor hem in de plaats gesteld heeft; die voor hem al die booze machten, waaraan hij was onderworpen (duivel, dood, zonde, etc.) heeft overwonnen, en in Wien hij dus alles heeft, en bij Wien hij dus telkens en telkens weer alles, ja alles moet zoeken en vinden, wat hij voor zijn zaligheid noodig heeft, aan-

VERSCHENEN i

Een Onbegrepen Denker

Gedachten van

Dr. Ph. J. HOEDEMAKER

uit zijn werken bijeenverzameld en systematisch :: gerangschikt door ::

G. D. NOORDIJK

met een inleidend woord van Dr. H. SCHOKKING

Ned. Herv. Pred. te 's-Gravenhage Uit den inhoud 5 Godgeleerdheid en Wijsbegeerte. — Bijbel en Bijbelcritiek. — Kerk en staat. — Opvoeding en Zedekunde. — Varia. — Register. Volledige titelopgave der verwerkte litteratuur.

Een verzameling van de meest kenmerkende gedachten vnn dezen veelzijdig geleerden man, die, hoewel weinig begrepen, op de ontwikkeling van ons theologisch, kerkelijk en staatkundig leven van de laatste decenmums zulk een grooten invloed heeft uitgeoefend.

De citaten zijn systematisch en zooveel mogelijk in chronologische volgorde gerangschikt, en van korte kernachtige opschriften voorzien. Nummers verwijzen naar een uitvoerig register, waarin de bronnen worden vermeld. Een schat van wijsheid, een ware „Fundgrube" van diepe gedachten voor Theologen, Studenten en ernstig medelevende „Leeken".

Met een nog onbekend portret van Dr. Hoedemaker, ln de kracht

zijner Jaren.

Prijs ingenaaid f 3.40

Uitgevers i H. VEENMAN & ZONEN Postrekening 12940

Gebonden f 4.50 WAGENINGEN