is toegevoegd aan uw favorieten.

Landbouw en maatschappij; officiëel orgaan van den Nationalen Bond Landbouw en Maatschappij, jrg 3, 1934-1935, no 8, 27-09-1934

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

27 Sept. 1934. 3e jaargang. LANDBOUW EN MAATSCHAPPIJ. No. 8 Tweede Blad.

De strijdbijl opgevat! Vanaf de oprichting van de Boerenbonden, later vereenigd in „Landbouw en Maatschappij” is door onzen leider letterlijk niets nagelaten om Nederland in te lichten over den toestand, waarin het platteland ten gevolge van verschillende oorzaken is komen te verkeeren. In woord en geschrift heeft hij aan de overige bevolkingsgroepen trachten duidelijk te maken, dat door deze oorzaken het platteland volkomen tot op het hemd wordt uitgekleed. Na ongeveer drie jaren van dit onvermoeide, eerlijke pogen is het, dunkt mij, de moeite waard eens na te gaan, hoe men hierop heeft gereageerd. Eerst werd van alle mogelijke zijden gepoogd, zelfs in leidende liandbouwkringen, deze nieuwe beweging den kop in te drukken. Toen dat niet mogelijk bleek, is men onze krant gaan lezen, om haar inhoud zooveel mogelijk te bestrijden. Men reisde heel Drenthe en Oostelijk Groningen af, om het onzen propagandist op zijn spreekbeurten zoo zuur (liefst met drie u’s) mogelijk te maken. Langzamerhand is men echter onder den invloed van de vertoogen van den heer Smid gekomen; de gevolgen hiervan waren bij de politieke groepen verschillend. Bij de democratische groepen, waar de bestuurders van de vakbonden den boventoon voeren, moet men van de nieuwe theorie niets hébben. Waarom niet? Wel, het vplksvoedsel, dus bet leven, wordt er duurder door! Evenwel gaan aan dien kant ook stemmen op, die blijk geven, dat men onze positie beter begrijpt. Daar zouden wij op den duur misschien steun kunnen vinden. Er is echter een belangrijke groep in ons land, waarover wij ons nooit illusies behoeven te maken; het is mede de bedoeling van dit artikel, om te trachten „Landbouw en Maatschappij” stelling te doen nemen recht tegenover deze groep. Ik heb hier op het oog het georganiseerde grootkapitaal in handel en industrie. Van het begin van de boerenbeweging tot den dag van heden heeft de politiek van deze lieden ziCh gekenmerkt dooreen feite bestrijding van onze eischen voor een redelijk bestaan. Die actie is niet zonder resultaat gebleven, wat te begrijpen is, als men weet dat de invloed van het grootkapitaal op onze Regeering vrij sterk is. Toen b.v. ’t vorig jaar plannen inde maak waren om den landbouwsteun” uitte breiden en te verhoogen, verschenen er verschillende artikels van de kopstukken uit de grootkapitalistische wereld, die daar met kracht tegen ageerden. Het gevolg daarvan was, dat b.v. van steun op de haver niets kwam en verheuging van steun van andere producten achterwege bleef. Aan dezelfde invloeden is het nu weer toe te schrijven, dat men tracht ons brutaal weg den vergaarden zuivelpot van maar eventjes twaalf millioen gulden af te nou, enfin te ontfutselen!! Ook de verlaging van den ruggesteun, die door niets gerechtvaardigd is en waarbij dan ook een behoorlijke motiveering ontbreekt, hebben wij «an deze sinistere invloeden te danken! rnraai men mij tegenwerpen, dat wij kunnen blijven doorgaan met te probaeren, die mensohen te overtuigen. Zij zullen toch voor rede vatbaar zijn, zal men zeggen. Wie meent, dat wij hiermee bij die heeren nog iets zullen bereiken, dien moet ik verwijzen naar den geweldigen strijd, die zich na 1900 heeft afgespeeld tusschen het grootkapitaal en den arbeid, een strijd waarbij de eersten telkens en telkens weer aan de eischen van de steeds sterker wordende arbeidersbeweging moest toegeven. 'Hebben de arbeiders deze successen behaald door de industriëele grootmachten van hun goed recht te overtuigen? Geenszins! Zij zagen zeer goed in, dat zij alleen iets honden bereiken door machtsvorming-Vandaar dan ook, dat zij geen middel ongebruikt lieten, om het grootkapitaal verschillende verbeteringen af te dwingen. Zij hebben zich langzamerhand georganiseerd in machtige vakbonden, die, wanneer zij eendrachtig samenwerken, een macht kunnen ontplooien, die zelfs een gevaar voor den staat han zijn. Dat wij inde tegenwoordige maatschappij met deze monsterachtige uitwas ziit- Uit Huis en Hof verdreven. Een greep uit hef boerenleven dezer dagen. (Alle rechten voorbehouden.) vm. Koos zette zich neer op den ploegt oom en ontkurkte zijn pul, waaruit hij met graagte ©enige warm© teugen nam. Daarna vouwde hij zijn brood uit het papier en begon te eten. Annie bleef voor hem staan en zag hem anders dan gewoon. Het was haar niet eerder opgevallen, doch uit den toom, dien hij zoo juist aangeslagen had, had zij bezorgdheid en eenige vrees meenen te bespeuren. Terwijl hij traag zijn boterham at, vroeg ze; „Hoe moen je dat, dat Pa veel te veel uitgaat?” Hij antwoordde niet terstond, doch at eerst zijn mond leeg. Nog sprak hij geen woord, dooh bleef haar stijf aanzien. Het was of hij maar woorden zocht. „Nou, Annie, ik zal je dan zeggen, wat ik er van denk, maar praat er niet verder over en laat ook maar niets blijken. Ja, eigenlijk is het maar beter, dat je maar niets wist.” En of het werkelijk zijn planwas, baar niets meer te zeggen, begon hij weer te eten. „Jij maakt me nu werkelijk nieuwsgierig ©n bezorgd ook. Dus, Koos, spreek nu eens uit, wat je op je hart hebt,” drong zijn zuster aan. „Heb je wel eens over den laatsten tijd nagedacht?” vroeg hij haar. „Over don laatsten tijd na...ge...dacht?” Zij sprak het langzaam uit. Bij zich zelf vond ze, dat ze wel veel over den laatsten tijd had nagedacht. De laatste maanden waren niet zonder emotie voorbijgegaan. Ze overdacht alles in ©an oogenblik. Ze zag zich allereerst weer Wet Jan van Hameren. Ho© verlangend zag 2e niet uit naar de Zondagavonden, als hij «omen zou. Ze had hem eerst niet ernstig gekomen, doch het was haar gebleken, dat Jan “et meende en dus getrouw terugkwam, O,

ten opgesdheept, komt grootendeels voor rekening van het georganiseerde grootkapitaal, dat, bewust van zijn groote macht, voor geen rede vatbaar bleek en zoodoende die arbeiders dezen weg dwong te gaan! Zoo werd door deze financieel© grootmachten het liberale beginsel der persoonlijke bestaansverantwoordelijkheid inde practijk zoodanig toegepast, dat een groot gedeelte van ons volk zich van dit beginsel afwendde en zijn heil zocht bij het socialisme. Dat dit liberale beginsel den plicht meebracht om ook voor bestaansmogelijkheid te zorgen, dat liet de heeren koud. En zoo is het nog op den huldigen dag! * ♦ ♦ Leden van Landbouw en Maatschappij! Laten wij uit dit verleden de kering trekken, dat ook wij ons heil moeten zoeken in machtsvorming. Wij zullen door krachtige stelselmatige propaganda het heele platteland moeten trachten te organiseeren tot een machtig agrarisch front. Wij zullen onze leden duidelijk moeten maken, dat het verkeerd is bij de verkiezingen nog weer zijn stem uitte brengen op die politieke partijen, waarin het industriëele grootkapitaal overwegenden invloed uitoefent. Als onze actie in deze richting krachtig ter hand genomen wordt, dan zou wel ©ens kunnen blijken, dat wij aan de macht van het grootkapitaal in onze vertegenwoordigende lichamen een zwaren slag kunnen toebrengen. Daarnaast zullen wij moeten versterken die politieke gelederen, die onzen strijd, om het platteland inde maatschappij die plaatste geven, die hem toekomt, daadwerkelijk willen steunen. De komende winter zal er één moeten zijn van buitengewone activiteit. Eerstens moet onze invloed op het platteland verdubbeld worden. Tegelijk zulten wij poolshoogte moeten nemen, wie onze redelijke eischen willen steunen en aan wie wij wederkeerig onzen steun kunnen schenken. Voor het uitbreiden van onzen invloed op bet land, lijkt het mij daarom noodig, dat wij een goed georganiseerden propagandadienst krijgen. Ik zou het Hoofdbestuur in overweging willen geven, dit punt zoo spoedig mogelijk in studie te nemen. Wat zou men b.v. denken van het idee, om in iedere provincie een propagandabureau te stichten en daarnaast in iedere afdeeling b.v. een paar propagandisten aan te wijzen? Wie een ander, misschien beter idee heeft, hij kome er mee voor den dag! Een grootere activiteit, ©en krachtiger propaganda zal meer kosten met zich meebrengen, zoodat wij dus op versterking van onze financiën zullen moeten aansturen. Resumeerende kom ik dus tot de volgende conclusies. Wij zullen: le. een buitengewone actie moeten voeren voor den uitbouw van „Landbouw en Maatschappij” op het platteland. Hiervoor zou een goed georganiseerde propagandadienst in het leven kunnen worden geroepen; 2e. definitief stelling moeten nemen tegm het georganiseerde grootkapitaal uit handel en industrie en onze politieke macht moeten aanwenden om den invloed van deize groep te verzwakken; 3e. met het oog op de hoogere activiteit onze financiën moeten versterken. Het lijkt mij dringend noodzakelijk, dat het Hoofdbestuur deze punten zoo spoedig magelijk onder oogen ziet. W. C. d. J. Garantieregeling voor 100.000 varkens. Misschien 35 ct. per KG. levend ? De Nederlandsch© Veehcuderijcentrale maakt bekend, dat zij bereid is een garantieregeling te treffen inzak© de opbrengst van varkens, welke inde week van 1 tot 6 October aan haar ter levering worden aangeboden. De regeling geldt voor varkens welke alsdan een gewicht hebben, gelegen tusschen 80 en 100 kg. Deze varkens zullen bij levering aan de Nederlandsch© Veehouderijcentrale door deze zonder Jan zou ze niet meer kunnen,’zou haar de wereld leeg ©n koud zijn. Zij huiverde van die voorstelling. Dan, welk een drukte hadden Kampers hun niet gegeven. En die vervelend© Hendrik Kampers, die haar doorloopend het hof maakte. Gelukkig, dat die lui weer in hun nieuwe woning zaten. „Ik zie hef wel aan je; je begrijpt me niet,” zei Koos. „Wei, dan zal ik me eens uitsproken. Ik bedoelde: heb je wel eens over de laatste jaren nagedacht en wel: hoe slecht die jaren voor den boer waren? Ook voor ons.” ..Neem!” riep Annie, opgelucht. Als hij niets anders voor had, dan behoefd© ze zich toch niet bezorgd te maken. Was hun vader geen rijke boer? Had er een meer land in bezit dan hij? „Dat dacht ik wel,” zei Koos. „Ja, daar denken jullie meisjes niet zoo vlug om. Doch als ik alle dagen hardop werk in het bedrijf, och, (jan denk je wel eens na en begin je wel eens te rekenen. Zoo ruw weg heb ik dan wel eens berekend wat opbrengst er uit ons bedrijf te halen was. Maarte halen was er de laatste jaren niets, daar moest zelfs nog geld bij,” „Nog geld bij?” vroeg Annie ongeloovig. „Dus je wilt zeggen, dat jullie met al je werk en moeit© nog niets verdiende?” „Annie, geloof mij; de laatste jaren moest Pa nog verscheidene duizenden guldens bij zijn bedrijf passen.” Annie staarde hem verwonderd aan. Zoo had ze hem nog nooit gezien. Ze beschouwde hem altijd als een losbol. Zooals hij nu sprak, had hij veel van haar getrouwden broer Harm. Hij dacht, dat ze hem niet geloofde en sprak daarom verder; „Met duizenden guldens Annie,. zeg ik niets te veel. Dan heeft Pa Harm ook nog op een groote boerderij geholpen. Je weet wel, dat moest ook voor het grootste gedeelte van zijn kant komen. Ik weet zeker, dat Harm zich zelf ook niet redden kan. Dan zal Pa hem wel weer helpen moeten. Dat kost allemaal veel geld, Annie.” Annie begon ook na te denken, doch ze achtte haar,vader rijk genoeg om daar over-

i worden af gen omen tegen de prijzen en voor. waarden welke inde week van 1 tot 6 Oct. , a.s. gelden, ongeacht het oogenblik waarop de afname plaats vindt. Dein bedoelde periode : geldende prijzen komen neer op een gemiddelde opbrengst van pl.m. 35 cent per kg. levend gewicht. Gelijk bekend is, geschiedt de uitbetaling der aan de Nederlandsche Veehouderijcentrale geleverde varkens tegen geslacht gewicht en wordt ten aanzien van den prijs, rekening gehouden met de kwaliteit van het afgeleverde varken. De Nederlandsche Veehouderijcentrale behoudt zich echter het recht voor de uitbetaling dezer varkens te doen geschieden naar levend gewicht. Indien de varkens niet door de Nederlandsche , Veehouderijcentrale worden afgencmen, voordat deze een gewicht van 180 kg. bereikt hebben en overigens aan de hieronder vermelde voorwaarden is voldaan, zal de Nederlandsche Veehouderijcentrale het verschil betalen tusschen den bovengenoemden prijs van 35 cent per kg. levend gewicht en dien, welke voor de opgegeven varkens op de vrije markt geldt op het oogenblik dat het varken een gewicht van 180 kg. bereikt. Dit verschil zal door den Minister van Economische Zaken worden vastgesteld en niet worden betaald overeen hooger gewicht dan van 180 kg. Het maximum aantal varkens, waarvoor bovenstaande garantie-regeling zal worden getroffen, bedraagt 100.000 stuks. De voorwaarden waaraan moet worden voldaan om voor de garantie-regeling in aanmerking te komen zijnde volgende: 1. Degene die de varkens opgeeft moet lid zijn vaneen der Provinciale Landbouw Crisisorganisaties en dit lidmaatschap tot op bet oogenblik dat de aflevering plaats vindt, behouden hebben. 2. De opgave moet schriftelijk geschieden met gebruikmaking van de daartoe bij de zaakvoerders der Nederlandsche Veehouderijcentrale verkrijgbaar gestelde formulieren. Hierop moeten o.m. de letters en nummers der wettelijke oormerken (z.g.n. biggenmerken) worden ingevuld. Ook varkens, welke reeds eerder waren opgegeven, kunnen, wanneer zij inde week van I—6 October het voorgeschreven gewicht hebben, met gebruikmaking van deze formulieren worden opgeggeven en onder de garantieregeling komen. 3. De vaststelling van het gewicht moet plaats vinden door of vanwege de Nederlandsche Veehouderijcentrale. Degene die de varkens opgeieft moet hierbij alle gevraagde hulp verkenen. heen te komen. Ze vond, dat Koos de zaak te donker inzag. „Ik weet het niet Annie. Ik zou me niet zoo ongerust maken als Pa al zijn land maar vrij. had, doch ik weet het niet.” Zorgelijk schudde Koos zijn hoofd. „Zou Pa zijn land niet vrij hebben, Koos?” vroeg Annie ernstig. „Ik denk het niet, Annie. Pa j® den laatsten tijd zoo uit zijn humeur. Hij is zoo snips en gebeten: hij bromt en moppert altoos. Ik doe toch mijn best, ik kan niet vlugger werken en hij vindt, dat het lang niet vlug genoeg ópschiet. Vroeger jaren hadden wij veel meer volk in het werk, doch nu redt hij zich met Kool alleen. Hij zelf doet den halven tijd niets; vandaag hierhieo en morgen daarheen, wie weet, waar hij nu weer zit. Ik vind, daar steekt weer iets achter. En dan denk ik in de eerste plaats aan geldzorgen.” „Ja,” zei Annie, „wat je zegt is waar. Pa is vaak uit zijn humeur. Maar dat was hij eerder ook wel eens.” „Ja, maar niet zoo vaak als nu. Wie weet, misschien zit hij wel al een geruimen tijd in nood. Je weet wel; uitspreken doet hij zich nooit. Bemerk je nooit wat bij Moeder?” • „’k Weet het niet. Wat zal Jk zeggen. 'lk heb daar ook nog noodt op gelet. Maar nu wil ik er eens cm denken.” „Je moet voorzichtig zijn, Annie, en van je zelf niets laten blijken,” zei Koos, die nu zijn zuster daar zoo zielig in dien triestigen motregen op den weg zag staan. Droevig stond haar anders zoo vriéndelijk gezichtje en haar vroolijke oogen staarden nu ernstig naar de grauwe lucht. Hij vond haar altijd het zonnetje in huis en het speet hem, dat hij haar zijn zorgen geopenbaard had. Hij moest haar toch maar weer opbeuren en zed daarom; „Och, het zijn maar gedachten van me. Misschien is het niet zoo. Er kan ook honderdmaal wat anders zijn. Maak je daarom, maar niet ongerust voor den tijd, Annie.” „Neen Koos, nu meen je niet, wat je zegt. Jouw bezorgdheid zal wel niet zonder grond zijn,” sprak ze met een zucht

4. Door de Nederlandsche Veehouder!jeentralf moet zi|n afgegeven een bewijsstuk, waaruil blijkt dat de opgave overeenkomstig het bovenstaande heeft plaats gehad. Dit bewijsstuk moet bij aflevering worden overgelegd. 5. De varkens moeten aan de Nederlandsche Veehouderijcentrale opnieuw ter levering worden opgegeven, ongeveer 3 weken vóórdat deze een gewicht van 180 kg. bereikt hebben, onder mededeeling dat voor de varkens een bewijsstuk, ais bovenbedoeld, is afgegeven. 6. Levering van de varkens moet plaats vinden op de door de Nederlandsche Veehouderijcentrale te bepalen plaats en tijd. De varkens moeten ten tijde der levering voldoen aan de eischen, welke door de Nederlandsche Veehouderijoentrale gesteld worden. Worden de varkens niet op de bepaalde plaats en tijd geleverd, zoo vervalt de garantie-regeling voor deze varkens. (Hét komt ons voor, dat bovenstaande maatregel een stap inde goede richting is, al lost men daarmede het vraagstuk der zware varkens nog niet op. En dat is toch. wel terdege noodzakelijk. Duizenden zware varkens liggen nog steeds tot ergernis en schade van de eigenaren inde hokken. En vele eigenaren zijn mede door het varkenvraagstuk in financieele moeilijkheden gekomen. Bestaat er nu geen mogelijkheid om, evenals bij den thans afgekondigden maatregel, ook bij de vette varkens prijisregelend op te treden, inplaats dat de varkens, welke nu verkocht worden tegen afbraakprijzen, worden afgezet? Is het dan onmogelijk om 'als minimumprijs voor deze varkens ook 35 cent per kg. levend gewicht vast te stellen? Deze prijs is nog laag, té laag, maar hij ligt toch reeds aanmerkelijk boven de thans geldende afbraakprijzen. Dat het bestuur van de Ned. Veehouderijcentrale niet te licht denke over het aanbod van de thans reeds zware varkens en een uitweg voor dit urgente vraagstuk spoedig moge vinden! Red. L. en M.) INGEZONDEN MEDEDEELING. Ronde Barometers speciaal voor de landbouwers, f 4.50, 5.50, 6.50, 7.50, 8.50. Franco verzending met garantie. JOH. REPKO ■ Winschoten. „Kom, kom, zusje,” en Koos klopte haar op den schouder, „laat het dan zoo zijn als het zijn mag. Het eene jaar is toch het andere niet. Daarom kan het gewas van dit jaar wel weer meevallen in prijs. De opbrengst is goed en dan is er ook gauw weer verdienste. Kom, nou niet zoo somber. Anders heb ik er spijt van, dat ik je in vertrouwen genomen heb.” Annie trachtte te glimlachen, doch het gelukte haar niet. Ze zag in haar verbeelding, haar Pa verarmd en genoodzaakt van het bedrijf te gaan. Ze zou dan mee moeten uit de boerderij, die haar zoo lief en vertrouwd was. Ja en dan; waarheen? Wie weet hoe ver weg uit de haar bekende wereld en van Jan. Koos spande de geduldige paarden, die met de koppen van den regen af, gelaten stonden te wachten, weer voor den ploeg. „Nou Annie, denk er maar niet meer aan. Wat drommel, jij hebt je Jan toch ook nog. Zie dan, dat je daar moe onder dak komt, als het eens zoo ver kwam. Maar. je moet niet denken, dat Pa voor een paar duizend gulden verlies om gaat liggen.” Met een slag van de leidsels over de paarden hervatte hij zijn eentonigen arbeid. Annie zag hem gaan inden regen. Ze riep nog aan hem, dat hij zich niet doornat moest laten regenen en dan maar liever eerder thuis moest komen. De akker werd steeds grooter van versch cmgewoelde klonten en kluiten, doch de regen werd ook steeds dichter. Het water droop de paarden langs dan nek en de lijven naar de pooten. Koos zette zijn jaskraag op en trok zijn pet dieper over het hoofd. Achter hem streken iederen keer een paar kraaien neer, die ijverig de versche voor langs liepen om iets van hun gading te zoeken. Wanneer de paarden hen weer dicht naderden, vlogen ze even óp met tragen slag en streken vlak achter Koos weer neer om hun jacht op buit voort te zetten. Soms kraste hun rauw gekrijsch door den nevel, wanneer ze twistten overeen gevonden buit. Er deed zich geratel hooren door de vale stilte. Langzamerhand doeüide

\ Vergiftiging van de publieke opinie. De Nederlandsche bakkersbond heeft weer 1 eens ©en beschouwing gepubliceerd, waarom het brood in Nederland zoo duur, eigenlijk 5 t e duur is. Het rekensommetje ziet er ais ' volgt uit; . Volgens de geldende bepalingen moet 371/2' . pet. VITA-tarwe worden vermalen: is è f 15.10 f 5,70 . 62 V2 pot. buitenl. tarwe a f4 = . . . – 2.50 ; de te malen mélange kost dus . . . f 8.20 . 100 pet. buitenl. tarwe zou kosten . . – 4. . de mélange is dus duurder dan noodig is f 4.20 Aannemende, dat met inachtneming van uitmalen enz. uit 100 kg. tarwe 140 kg. brood wordt gemaakt, dun betaalt ieder Nederlander voor ieder geconsumeerd© kg. brood eend agelijkschen accijns aan den landbouw van f 0.03. Onze beschouwing hieromtrent is de volgende: 1 In 1913 was de gemidd. tarweprijs pl.m. f 9.20 de prijs van de mélange is thans . , – 8.20 In 1913 was de tarwe dus duurder dan nu de mélange . f I. Het brood kostte toen 14 a 15 ets. per kg. Aan de hand van onze berekening zou derhalve het brood nu ongeveer 1 ets. per kg. goedkooper kunnen zijn dan vóór den oorlog. De hoog© broodprijs moet dus niet geweten worden aan den landbouwsteun, maar aan a n d er e oorzaken, waarvan we met name noemen hoog ere loonen en sociale lasten. WELLEMAN. Centralisatie van Crisisdiensten. In plaats van de Nederlandsche Varkens Centrale en de Crisis Rundvee Centrale, treedt vanaf 20 Sept. in werking de stichting Nederlandsche Veehouder ij centrale. Tot voorzitter en directeur dezer centrale! is benoemd de heer Ir. W. de Jong te Arnhem, tot ondervoorzitter de heer P. J. van Haaren te Tilburg. ( j CORRESPONDENTIE. Talrijke te laat ontvangen advertenties moesten tot de volgende week blijven staan, evenals enkele artikelen waarvoor geen ruimte meer was. een paard en wagen uit den regennevel. In den wagen verschool zich de voerman, die tegen Koos schreeuwde, dat hij maar ophouden (moest en naar huis gaan, dat het zoo geen weer was., Koos schreeuwde terug, dat hij groot gelijk had, doch dat hij gaarne zijn akker nog om hebben wilde. De wagen verdween inden mist en het geratel stierf snel weg. Het werd Koos niet behagelijker. De regen had al lang zijn kleeren doorweekt en begon hem’ tot de huid door te dringen. Hij spoorde zijn paarden steeds meer aan, doch het ging hoe langer hoe minder vlot. De aard© plakte aan het kouter, zoodat Koos het veel te vaak moest reinigen en de paarden stampten veel te zwaar inden natten grond. Koos moest zich zelf bekennen, dat het zoo niet langer ging. Hij deed beter om ook maar naar nuis te gaan'. De rogge kon zoo toch ook niet gezaaid worden. Hij spande de paarden voor den ploeg weg en deed ze voor den wagen. Stijf eat verkleumd klauterde hij op de zitbank en zette de paarden aan. De paarden werden nu vlugger, ze schudden den regen van hun kop en nek en zonder aansporing van Koos gingen ze inden draf over. 1 „Die luilakken,” mompelde Koos, die de teugels strak trok, „nu kunnen ze wel, nu ze dert stal ruiken.” , Holderdebolder ging het over den weg, die vol gaten en kuilen was. Wanneer de raderen door de kuilen vol regenwater gingen, spatte het water hoog op. Het waren maar enkele minuten, of Koos stond reeds achter de schuur, doch de paarden hadden ook zoo snel geloepen, dat de damp hun nu van de huid ging. Hij spande de dieren een voor een uit en leidde ze beide tegelijk den stal in. Na het paardentuig ook geborgen ta hebben, stapte Koos den stal uit en begaf zich naar de keuken om zich van de natte kleeren te kunnen ontdoen. Stoters was ook weer thuis en zat nog in zijn Zondagscfae kleeren. (Wordt vervolgd.)

. AA„ ■&OP.gMPt?OP.UCTI£. .60 NHL PLAfI VOOR WERKI/FBPliiMmr, .»?iI£.N^ANDARBEIDERS Iri TtIOLEM B,J looheh voor wkeumniec bij austcrdwi mm MSTOESTELD OP 23cr PEK UUR. het verschil in WAARDEERINC van de iandbouw- EM VAN DE STEDELIJKE ARBEID DUIDELIJK GEDEMONSTREERD.