is toegevoegd aan uw favorieten.

Utrechtsche studenten almanak voor ..., 1854, 1854

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ik. Wel zeker; want op een tentamen, dat niet publiek is, kunnen de professoren behoorlijk de vlijt betoenen en de luiheid straffen; maar op een publiek examen zouden de studenten, daar tegenwoordig, met hunne oppervlakkige manier van oordeelen het misschien eenigzins onbillijk vinden, als knappe jongelui werden afgewezen.

De Neef. Gij hebt mij nog niet volkomen overtuigd; ik vind in dit alles wel iets onbillijks, doch gij zijt reeds zoo lang student en zult dus wel beter weten dan ik. Ik moet bekennen dat ik mij een ander denkbeeld van de lessen der professoren had gemaakt. Ik meende dat het een voorregt was er gebruik van te mogen maken en niet eene verpligting. Op die wijze is de overgang van schooljongen op student niet zoo groot ais ik mij had voorgesteld.

Maar hoe weten de professoren, wie hunne collegies hebben bijgewoond? Zij zullen toch den kostbaren tijd niet besteden om te onderzoeken wie afwezig zijn, zoo als op de school, of appèl houden, zoo als in de kaserne.

Ik. (met verontwaardiging.) Ik geloof dat gij den spot met uwe hoogleeraren wilt drijven; denkt gij dat het schoolvossen of korporaMs zijn en wij schooljongens of soldaten? (1) Neen, om te weten wie hunne lessen

(1) Dit gesprek, zoo als de lezer bemerkt zal hebben, had plaats vóór bet jongste besluit der jur. faculteit.