is toegevoegd aan uw favorieten.

Utrechtsche studenten almanak voor ..., 1854, 1854

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

sproeit; hoe zij even spoedig weer opstaat en op oenen behoorlijken afstand blijft, toen de jonge dokter haar waarschuwde, en zeide dat zij alles zou bederven, als zij niet bedaard bleef en de zieke bare rust gunde; zie maar, hoe zij, minder omzigtig dan de beide anderen, naar de studeerkamer stuift en den armen Willem doet opsebrikken uit zijne sluimering door 't geraas der vallende boeken, die baar doen struikelen; te vergeefs zoekt zij naar woorden, en bare zonderlinge gebaren maken dat bij hopen noch vreezen kan, maar verward naar binnen gaat, onzeker wat hem daar wachten kan.

Daar ligt bij geknield voor ’t ledikant zijner Anna en legt bet gloeijende voorhoofd aan baren zalig kloppenden boezem, terwijl bij Karei dankbaar de band drukt en zijne oogen niet gelooven kan, hoewel deze hem verscheidene malen verzekert, dat bet geen droom is wat bij ziet, dat bet gevaar geweken is, dat bij zijne Anna behouden zal, en zij hem tot een gelukkig vader gemaakt beeft.

’t Is eenige weken later, weder zit Anna in den groeten leunstoel, maar ze is nu niet droevig meer; met zalig welgevallen rust baar oog op baren goeden Willem, die weêr even als toen tegenover baar op de sopba zit

Hare wangen hebben baren ouden blos nog wel niet