is toegevoegd aan uw favorieten.

Utrechtsche studenten almanak voor ..., 1861, 1861

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

»En waar ook » vervolgde Spreker. ~ De waaraclitige Musae, die door den bitterclub worden aangebeden, zijn de chanteuses, die op de kermissen figureren. Ze komen bij ons op de sociëteit uitrusten, als ’t kermissaizoen voorbij is.'//

// Maar nu noch Mutua Fides toetredende

« Houd op, houd op ... // zei de jurist, ik heb mijn jas reeds aan en mijn eigaar heeft vuur gevat. Ik moet verder. Daar zeg ik niets van. Ik heb er voor gestemd ik heb er voor geijverd we plukken er nu de vruchten van. Ik vind het tienmaal aangenamer , dat er clubs zijn ontstaan want die zijn te prefereren boven een onharmonische eenheid ik vind het tienmaal aangenamer, dat er eenheid bestaat voor de buitenwereld , dan tweedi-aeht. En wat is bovendien heerlyker dan telkens lieve woordenkeus van onze hoogleeraren:

"De thans zoo gelukkig verbroederde kweekelingen onzer hoogeschool.«

"De zoo gewensehte en eindelyk tot standgekomene verzoening , waarvoor we den hemel niet genoech kunnen danken.// "Neen, leve de eenheid nomine, zoo al n iet fado ! //

"Verduiveld onaangenaam," klonk ’t wederom mysüesch van den kant der aristocratie, maar de jurist wendde zich tot mij en sprak mij aldus aan:

" Tu, Sciole, frater noster atqiie sodalis, gij , dewelke dit alles heden avond hebt kunnen hooren, vat