is toegevoegd aan uw favorieten.

Letterkundig magazijn van wetenschap, kunst en smaak, 1819 (Mengelstukken), no 3

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

142 GOD IS LIEFDE J OF DE LOFZANG DHR NATUUR.

Ja, Vader der natuur! gij vormde ons tot genieten,

Gij waart u zelv' genoeg; maar ook de zaligheid Van 't aanzijn, doet uw liefde in held're itroomen vlieten,

Zoo ver uw fcheppingskracnt het levensvuur verspreidt. De bron der vreugd ontfpringt op millioenen bollen, Die om hun middelpunt in 't ruim der Tchepping rollen.

Triomf! die waarheid ftraalt van uw volmaaktheid af, God! uw volmaaktheid kan flechts 't hoogst geluk bedoelen. Juich fterv'ling! doet zich hier vergank'lijkaeid gevoelen,

Uw eind'loos aanzijn kiemt reeds op den weg naar 't graf.

Uw grootheid groeit uit fmart, verheven zelfvolmaking

Wordt weenënd' hier gezaaid; haar bloeitijd, is uw dood. Uw dood?.. . ja kind van ttof! zijn fluim'ren is ontwaking,

Zijn vreesf'lijk donk're nacht, is 't heerlijkst morgenrood; God is de liefde zelv', gij waart beflemd voor de aarde , Maar't rust'loos wisf'lend lot, verhoogt uw'ftand, uw waarde;

't Bezintuigd ftof houdt ons aan de oefenfchoot geboeid. De fterv'ling leert zich hier, tot Eng'len rang verheffen; Hier, waar we in 't zingenot Gods vadertrouw béfeffen.

En waar de roos der vreugd aan fcherpc dorens bloeit.

God is de liefde zelv', dit juicht ge , o zigtb're wereld .'

Dit'fchrijft natuur, met goud, op 's hemels iagchend blaauw, Dit fchrijft ze in's afgronds nacht, waar't glansrijk dropje pereit,

Dit fchrijft ze op 't ijs der pool, en in der bloemen dauw. God is de liefde zelv'; dit blijft natuur getuigen, Waar 't koeltje rozen wiegt, waar ftormen de eiken buigen,

't Zij 't kronk'lend blikfemvunr verfchrikk'lijk vlammend ftraalt, En donder de echo's wekt, uit 's aardrijks diepfte kolken, Ja ook daar, waar de zon, vol glans, op de onweerswolken,

Gods boog, den boog der liefde, in volle fchoonheid maalt.

Waar